CPB persbericht 63
Meer over: CPB persbericht 63|2006-12-07 17:25:03
CENTRAAL
PLANBUREAU
Onderwerp:
persbericht
Nummer:
63
Datum:
7 december 2006
Inlichtingen
bij: Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477) of Johan Verbruggen (tel:
070-3383404)
Gunstige
vooruitzichten voor Nederlandse economie
De Nederlandse economie is opgebloeid. Zowel 2006
als 2007 laat
naar verwachting een economische groei zien van 3% per jaar. De groei
wordt
breed gedragen; zowel de consumptieve bestedingen door gezinnen, de
investeringen door bedrijven als de uitvoer nemen flink toe. De
spanningen op
de arbeidsmarkt lopen op. Toch blijven de inflatie en de
contractloonstijging ook
komend jaar beperkt. De overheid heeft haar huishoudboekje weer
redelijk op
orde; zowel in 2006 als 2007 wijkt het begrotingssaldo maar weinig af
van nul.
Dit zijn de hoofdpunten van de vandaag verschenen
raming van
het CPB voor de economische ontwikkeling in Nederland in 2006 en 2007.
De
raming is gepubliceerd in de CPB Nieuwsbrief 2006/4. In de nieuwsbrief
staat
verder een column van de nieuwe CPB-onderdirecteur George Gelauff over
omgaan
met onzekerheid, een interview met het IMF over de Nederlandse
begroting, een
artikel over ontslagbescherming en een artikel over de onzekerheid bij
grote
infrastructurele werken. De nieuwsbrief is ook (gratis) beschikbaar als
PDF-bestand
op de website van het CPB (www.cpb.nl).
Internationale
economische groei vlakt af
De Amerikaanse economische groei is in het derde
kwartaal
duidelijk afgezwakt door de scherpe daling van de investeringen in
woningen. Gezien
de recente verdere afname in bouwvergunningen zullen deze investeringen
in de
komende kwartalen verder verminderen. Daar staat tegenover dat van de
forse
olieprijsdaling na augustus enig positief effect uitgaat op het
beschikbaar
inkomen en daarmee op de consumptie. Desalniettemin zal volgend jaar
voor het
eerst sinds 2003 de feitelijke economische groei lager zijn dan de
potentiële
groei.
In het eurogebied zal de economische groei in 2006
verreweg
de hoogste zijn sinds 2000. Positief voor volgend jaar is dat het
consumentenvertrouwen sterk is verbeterd en dat het vertrouwen van
producenten
in zes jaar niet zo hoog is geweest. Desondanks zal ook in het
eurogebied de
groei in 2007 naar verwachting iets teruglopen. Dit komt voornamelijk
door krap
begrotingsbeleid in Duitsland.
Nederlandse economie
groeit robuust en stabiel
Net als in 2006 bedraagt de economische groei in
2007 naar
verwachting 3%. De binnenslands geproduceerde uitvoer valt komend jaar
iets terug
door de wat minder uitbundige internationale economische ontwikkeling.
Daar
staat tegenover dat de bedrijfsinvesteringen volgend jaar juist nog wat
harder aantrekken
dan dit jaar, terwijl de particuliere consumptie in beide jaren
ongeveer even
hard groeit.
Consumptie in de lift
Na een aantal magere jaren hebben gezinnen weer
meer geld te
besteden door herstel van werkgelegenheid en koopkracht. Bovendien is
het
gezinsvermogen door stijgende huizenprijzen en beurskoersen flink
toegenomen.
Verwacht wordt dat de particuliere consumptie in zowel 2006 als 2007
met 2,25%
stijgt, de hoogste groei sinds 2000. In 2006 nemen de consumptieve
bestedingen
meer toe dan het beschikbaar gezinsinkomen, waardoor de zogenoemde
individuele
spaarquote daalt tot 3,25%, een historisch dieptepunt. Sinds 2003
geven
gezinnen meer uit dan ze aan inkomen beschikbaar hebben en financieren
ze een
deel van hun consumptie uit hun vermogen.
Groei wederuitvoer
blijft onstuimig
De uitvoer blijft in zowel 2006 als 2007
de grootste bijdrage
leveren aan de economische groei. De wederuitvoer blijft in beide jaren
met
dubbele cijfers toenemen. De made in Holland uitvoer zal dit en
volgend jaar
met respectievelijk 4% en 3,5% toenemen, beduidend meer dan in 2005.
Dit jaar profiteren
exporteurs vooral van de aantrekkende wereldhandel. Verwacht wordt dat
de voor
Nederland belangrijke economieën, zoals die van de Verenigde Staten en
Duitsland,
in 2007 wat minder hard groeien. Dit heeft een drukkend effect op de
binnenslands geproduceerde uitvoer. Door een gunstige ontwikkeling van
de
prijsconcurrentiepositie blijft de terugval echter beperkt.
Investeringen trekken
aan
De bedrijfsinvesteringen laten in 2006 en 2007 een
stevige
groei zien. Ondernemers zijn gemiddeld genomen zeer optimistisch over
de
economie en de bezettingsgraad loopt op. Wel drukken de sterk gestegen
invoerprijzen,
waaronder die van energie, dit jaar naar verwachting de
bedrijfswinsten. Hierdoor
loopt de arbeidsinkomensquote in 2006 voor het eerst sinds 2001 op. In
2007 zullen
de bedrijfswinsten zich waarschijnlijk herstellen, doordat met
vertraging de eerder
gestegen invoerkosten in de afzetprijzen worden doorberekend.
Oplopende spanning op
arbeidsmarkt
De daling van de werkloosheid, die begin
2005 inzette, haperde
wat in het afgelopen derde kwartaal. Andere indicatoren van de
arbeidsmarkt bleven
zich positief ontwikkelen. Zo steeg het voor
seizoeninvloeden gecorrigeerde aantal vacatures eind september naar een
recordhoogte van 219 000. Ook blijft het aantal faillissementen gestaag
dalen. Nog
belangrijker is dat ook het aantal werkzame personen vanaf vorig jaar
zomer weer
oploopt. Doordat de kans op het vinden van een baan aanzienlijk is
toegenomen,
bieden zich steeds meer mensen aan op de arbeidsmarkt. De licht
stagnerende
daling van de werkloosheid lijkt vooral daardoor te worden verklaard.
Verwacht
wordt dat de werkloosheid in 2006 zal afnemen tot gemiddeld 415 000
personen, oftewel
5,5% van de beroepsbevolking. Voor volgend jaar wordt een verdere
daling van de
werkloosheid geraamd tot 4,75% van de beroepsbevolking, ruim onder het
geschatte niveau waarbij de arbeidsmarkt in evenwicht is.
Inflatie en loonstijging
blijven gematigd
De inflatie bedraagt volgens de huidige inzichten
1% in 2006,
het laagste niveau in de afgelopen 16 jaar. De inflatie wordt gestuwd
door de
hoger energie- en invoerprijzen. Daar staat tegenover dat diverse
overheidsmaatregelen, zoals de afschaffing van het gebruikersdeel van
de
onroerend-zaakbelasting (OZB), een drukkend effect hebben van ruim
0,5%-punt. Ook
in 2007 blijft de inflatie met 1,25% waarschijnlijk laag. Dan wordt de
inflatie
gedrukt door de afschaffing van de MEP-heffing en zal naar verwachting
het
opwaartse effect van de invoer- en energieprijzen geringer zijn.
De oplopende krapte op de arbeidsmarkt komt naar
verwachting
slechts in beperkte mate tot uiting in de contractloonstijging in 2007.
Dit
komt mede doordat voor ongeveer eenderde van de werknemers al een cao
voor
geheel 2007 is afgesloten, terwijl de conjuncturele situatie ten tijde
van de onderhandelingen
minder gunstig was.
Overheidsbegroting
ongeveer in evenwicht
Het EMU-tekort is de afgelopen jaren gestaag
afgenomen. Dit
is vooral het gevolg van substantiële ombuigingen en lastenverzwaringen
in 2004
en 2005. Door de gunstige economische situatie en de hogere gasbaten is
in 2006
sprake van een kleine verdere verbetering, zodat zelfs een positief
saldo
resulteert van 0,1% van het BBP. Dat is iets gunstiger dan ten tijde
van
Prinsjesdag werd voorzien, voornamelijk door meevallende
belastingopbrengsten. In
2007 slaat het teken weer om en resulteert naar verwachting een tekort
van 0,2%
van het BBP. Dat is juist iets ongunstiger dan in de vorige raming (Macro Economische Verkenning 2007) werd
voorzien, voornamelijk doordat de neerwaarts bijgestelde olieprijs
leidt tot
lagere gasbaten.
Onzekerheden
Er zijn zowel opwaartse als neerwaartse risicos
bij deze
projectie. De afzwakking van de Amerikaanse economie is een feit, maar
het
tempo en de duur ervan zijn onzeker. In Europa en Japan zou de
positieve
stemming onder ondernemers tot een sterkere stijging van de
binnenlandse vraag
kunnen leiden.
Het Amerikaanse tekort op de lopende rekening is
opgelopen
tot 7% van het bruto binnenlands product (BBP) en deze omvang is op
langere
termijn onhoudbaar. Een depreciatie van de dollar zal waarschijnlijk
deel
uitmaken van het aanpassingsproces. In welke mate en wanneer dit
gebeurt is
echter uiterst onzeker. De projectie is gebaseerd op een koers van 1,25
dollar
per euro in 2007, maar eind november kwam de dollar onder druk te
staan. Een
forse dollarval heeft op korte termijn een drukkend effect op de
economische
groei in het eurogebied, waaronder in Nederland.
De CPB Nieuwsbrief 2006/4, het artikel Robuuste
economische groei en
de bijbehorende kerngegevenstabel
zijn (gratis) beschikbaar als aparte
PDF-bestanden.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/389
CPB persbericht 62
Meer over: CPB persbericht 62|2006-11-28 23:16:31
CENTRAAL
PLANBUREAU
Onderwerp:
persbericht
Nummer: 28
Datum: 28 november 2006
Inlichtingen
bij: Anja Deelen (tel: 070 - 3383 436),
Egbert Jongen (tel: 070
- 3383 468) of Jacqueline Timmerhuis (tel: 070 - 3383 477)
Minder ontslagbescherming geeft gelijkere
kans op werk
Door de
ontslagbescherming bij vaste contracten te verminderen worden werk en
werkloosheid gelijkmatiger verdeeld. Mensen zullen vaker werkloos
raken, maar
ook weer sneller een nieuwe baan kunnen vinden. Per
saldo zal de werkloosheid vermoedelijk licht dalen.
Er zijn
nog diverse
andere hervormingsopties voor het Nederlandse stelsel van
ontslagbescherming denkbaar,
zoals bijvoorbeeld meer gebruik maken van financiële prikkels zoals een
ontslagbelasting,
in ruil waarvoor ontslagprocedures kunnen worden vereenvoudigd. Dit kan
de
administratieve lasten beperken. Ook meer differentiatie in
ontslagbescherming
is een hervormingsoptie.
Dit
concluderen de
CPB-onderzoekers Anja Deelen, Egbert Jongen en Sabine Visser in het
vandaag
verschenen CPB Document Employment
Protection Legislation: Lessons from Theoretical and Empirical Studies
for the
Dutch Case. De studie biedt een overzicht van de economische
effecten van
ontslagbescherming volgens de internationale theoretische en empirische
literatuur en beziet het Nederlandse ontslagstelsel aan de hand van de
bevindingen uit deze literatuur.
Voordelen
en
nadelen van ontslagbescherming
Ontslagbescherming
betreft het geheel van wetten en regels waarmee het proces van ontslag
wordt
gereguleerd, zoals ontslagvergoedingen, opzegtermijnen en
ontslagprocedures. Om
iets te kunnen zeggen over het gewenste niveau van ontslagbescherming
voor
Nederland is het zinvol eerst te kijken naar de voor- en nadelen van
ontslagbescherming volgens de economische theorie.
Ontslagbescherming zorgt ervoor dat
werknemers een ontslagvergoeding of een opzegtermijn krijgen. Dit biedt
een inkomensverzekering
(naast WW en bijstand) in geval van ontslag. Een tweede voordeel is dat
ontslagbescherming voorkomt dat werkgevers lasten al te gemakkelijk
kunnen afschuiven.
Een kleiner aantal ontslagen verlaagt de maatschappelijke kosten van
ontslag, zoals
een stijging van de uitkeringslasten en een daling van de
belastinginkomsten. Ook
kan ontslagbescherming investeringen in kennis en vaardigheden die
relevant
zijn voor een specifieke baan bevorderen.
Tegenover deze voordelen staat een
negatief effect op de doorstroming op de arbeidsmarkt. Werkgevers
ontslaan
werknemers minder snel, maar zijn ook terughoudender bij het in dienst
nemen
van nieuwe werknemers. De lagere doorstroming is een probleem omdat de
economie
zich minder snel aanpast aan veranderingen in bijvoorbeeld technologie
of de
vraag naar bepaalde producten. Een hogere werkloosheidsduur kan
bovendien leiden
tot verlies van kennis en vaardigheden van werklozen en tot opwaartse
loondruk:
werkenden ondervinden minder concurrentie van werkzoekenden.
In de economische literatuur gaat
veel aandacht uit naar het feit dat werknemers met een tijdelijk
contract minder
bescherming genieten dan werknemers met een vaste aanstelling. De
grotere
mogelijkheden voor bedrijven om werknemers op tijdelijke contracten te
laten
werken heeft de gemiddelde ontslagbescherming in Nederland verminderd.
Het
effect hiervan op de arbeidsmarkt is niet eenduidig. Enerzijds
functioneren tijdelijke
banen als opstap naar regulier werk. Anderzijds kunnen werknemers ook
vast blijven
zitten in tijdelijke contracten en dus niet doorstromen naar een
reguliere baan.
Empirische
bevindingen
Wat zijn
de effecten
van ontslagbescherming in de praktijk? De vandaag gepubliceerde studie
geeft ook
een overzicht van de bevindingen van de internationale empirische
literatuur. Een
lager niveau van ontslagbescherming blijkt vooral tot grotere stromen
tussen
werk en werkloosheid te leiden. De werkloosheidsduur is in Nederland
relatief
hoog. Minder ontslagbescherming kan deze duur verkorten. Het effect op
de totale
werkloosheid en de werkgelegenheid is beperkt. Vermoedelijk zal de
werkloosheid
per saldo licht dalen en de werkgelegenheid licht stijgen.
Het effect van ontslagbescherming op
de werkloosheid en werkgelegenheid verschilt echter tussen groepen
werknemers.
Minder ontslagbescherming is gunstig voor de kansen van nieuwkomers,
zoals jongeren
en immigranten, en herintredende vrouwen op de arbeidsmarkt. Voor
mannen tussen
de 25 en 50 jaar is het effect van minder ontslagbescherming ongunstig,
voor
ouderen is het effect niet eenduidig. Wat het effect is op de
productiviteit valt
op basis van de empirische studies niet te bepalen.
Voor Nederland heeft de liberalisering
van tijdelijke contracten de kans op een baan voor werkzoekenden
vergroot.
Helaas vergroten tijdelijke contracten echter niet automatisch de kans
op een vast
contract.
Hervormingsopties
Nederlandse
ontslagstelsel
Aan
het eind van
de studie bekijken de auteurs enkele hervormingsopties. Deze komen
voort uit
een confrontatie van het huidige stelsel met de bevindingen uit de
literatuur.
Optie 1: beperken bescherming vaste contracten
Nederland
kent
een strikte bescherming van vaste contracten en weinig bescherming bij
tijdelijke contracten, en een relatief hoge werkloosheidsduur. Een
interessante
beleidsoptie is dan het beperken van de ontslagbescherming voor vaste
contracten. Dit zal leiden tot een meer gelijkmatige verdeling van de
kans op
werk en werkloosheid over groepen. Insiders, d.w.z. werknemers met
een vast
contract krijgen een grotere kans om werkloos te worden. Daar staat
echter tegenover
dat de kansen op een vaste baan groter worden voor outsiders, zoals
werkzoekenden
en werknemers met een tijdelijk contract.
De totale werkloosheid kan voorts licht
dalen omdat het loonmatiging in de hand werkt. Bovendien leidt een
kortere
werkloosheidsduur tot minder verlies van kennis en vaardigheden en
wellicht tot
minder opwaartse loondruk. Door minder ontslagbescherming kan de
economie zich
ook makkelijker aanpassen aan nieuwe technologieën en de toenemende
concurrentie door globalisering. Een punt van zorg hierbij is de
positie van
ouderen op de arbeidsmarkt. Met name voor hen neemt de kans op ontslag
toe.
Daar staat wel tegenover dat ze ook eerder weer in dienst worden
genomen. De werkgelegenheidseffecten
voor toekomstige generaties ouderen lijken verder gunstiger. De
loonprofielen
kunnen zich aanpassen, wat de vraag naar oudere werknemers ten goede
kan komen.
Bovendien kunnen toekomstige ouderen zich wapenen tegen een grotere
kans op
ontslag door hun menselijk kapitaal op peil te houden en door eerder om
te zien
naar een meer productieve functie.
Optie 2: financiële prikkels in plaats van
procedures
Nederland
is
koploper wat betreft de procedurele kosten van ontslag. Deze procedures
spelen
een rol bij het beperken van de instroom in de sociale zekerheid. Een
systeem
dat uitgaat van beprijzen in plaats van reguleren kan dezelfde functie
vermoedelijk meer kosteneffectief vervullen. Het Amerikaanse stelsel
van
premiedifferentiatie in de WW kan daarbij als leidraad dienen.
Individuele
werkgevers betalen dan WW-premie op basis van het aantal ontslagen.
Optie 3: meer differentiatie
Op dit
moment
zijn er uniforme regels voor ontslag voor het grootste deel van de
sectoren en
groepen werknemers. Voor sommige sectoren/groepen werknemers is
ontslagbescherming echter belangrijker dan voor andere, bijvoorbeeld
omdat specifieke
kennis en vaardigheden een grotere rol spelen. Er kan meer maatwerk
komen in de
arbeidsvoorwaarden als de overheid meer differentiatie toestaat.
De
auteurs
besluiten met enkele opties voor vervolgonderzoek. Het lijkt van belang
om de ontslagbescherming
van jong en oud verder te verkennen. Wat is de reden voor het verschil
in
bescherming, en wat is de relatie met andere instituties zoals de
sociale
zekerheid en loonprofielen? Een ander interessant onderzoeksterrein is
micro-econometrisch onderzoek naar de relatie tussen ontslagbescherming
en
productiviteit. Verder is het interessant om de hervormingsopties, die
nu nog
redelijk abstract zijn, modelmatig te analyseren in de Nederlandse
context, en
een eerste verkenning te maken van de kwantitatieve effecten.
De
publicatie is te
bestellen bij:
Bibliotheek
Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag.
Telefax:
070-3383350
E-mail:
bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs:
9,- euro
De
publicatie is
tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/345
CPB persbericht 61
Meer over: CPB persbericht 61|2006-11-14 17:48:11
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 61
Datum: 14 november 2006
Inlichtingen bij: Carel
Eijgenraam (070-3383360)
of Jacqueline Timmerhuis (070-3383477)
Baten
ondertunneling
infrastructuur Zuidas Amsterdam dekken de kosten grotendeels
De extra kosten
van ondertunneling van de A10-zuid en
de trein- en metrosporen rond het station Amsterdam Zuid/WTC zijn wat
hoger dan
de opbrengsten van meer gronduitgifte en de waardering van de
verbetering van
de stedelijke kwaliteit op de Zuidas en de omgeving daarvan. Per saldo
resulteert een relatief beperkt tekort van 80 miljoen euro. De
onzekerheidsmarges rond deze uitkomst zijn wel relatief groot.
Omdat er thans geen
betrouwbare wegverkeerscijfers beschikbaar zijn, kan het
kosten-batensaldo voor
de uitbreiding van de infrastructuur rond de Zuidas van Amsterdam nog
niet
worden bepaald. De kosten-batenanalyse geeft derhalve noodgedwongen een
partieel beeld.
Dit schrijft het Centraal
Planbureau in de vandaag gepubliceerde
Kosten-batenanalyse Zuidas Amsterdam, die deel uitmaakt van de
informatie die
het kabinet over dit project naar de Tweede Kamer stuurt.
Het Zuidas-project bestaat uit een
geïntegreerd infrastructureel en stedenbouwkundig
investeringsprogramma voor het gebied aan weerszijden van de A10-zuid
ter
hoogte van het station Amsterdam-Zuid/WTC. Daarbij wordt de capaciteit
van
zowel de weg als het spoor uitgebreid. In het Dok-alternatief worden de
A10-zuid
en de spoorwegen die thans het Zuidas-gebied doorsnijden, ondergronds
aangelegd, vandaar de naam 'Dok'. In het Dijk-alternatief wordt voor de
uitbreiding van de autoweg en de spoorweg het bestaande dijklichaam
verbreed.
De totale kosten van het
Dok-alternatief voor de Zuidas zijn te
splitsen in 1150 miljoen euro voor de uitbreiding van de infrastructuur
en 1500
miljoen euro voor de ondertunneling daarvan. Deze ondertunneling maakt
het
mogelijk om extra grond uit te geven die geschikt is voor nog
eens 1,3 miljoen
m2 vloeroppervlak aan kantoren en woningen. Dit levert naar
verwachting 1020 miljoen euro aan inkomsten op. Daarnaast zal het
Dok-alternatief leiden tot verbetering van de stedelijke kwaliteit in
de
omgeving. Deze verbetering is in de KBA gewaardeerd op 360 miljoen
euro. Samen
met een kleinere post resulteert dan een negatief saldo van 80 miljoen
euro in
het deel van de KBA dat alleen gaat over de ondertunneling.
Van het andere deel van het project, de
uitbreiding van de
infrastructuur ad 1150 miljoen euro in zowel het Dijk- als het
Dok-alternatief,
kon het KBA-saldo niet worden bepaald, omdat bij afsluiting van dit
rapport
geen betrouwbare wegverkeercijfers beschikbaar waren. Noodgedwongen
gaat deze
KBA dan ook vooral in op het onderdeel ondertunneling in het
Dok-alternatief.
In 2003 heeft het Centraal Planbureau al een
kengetallen-kosten-batenanalyse
gemaakt voor een eerdere versie van dit project. Ten opzichte daarvan
is het resultaat
van de ondertunneling verbeterd, vooral door hogere grondbaten. Deze
baten zijn
hoger, ondanks het feit dat het extra onroerend-goedprogramma dat door
de ondertunneling
mogelijk wordt gemaakt, nu kleiner wordt ingeschat.
De verwachte opbrengsten zijn hoger door het
hoger inzetten van de
prijzen voor gronduitgifte. Bij de prijzen heeft het CPB niet helemaal
de
veronderstellingen van de Kwartiermaker overgenomen, omdat het CPB deze
op
onderdelen te optimistisch vond. Als wel met de prijzen van de
Kwartiermaker
zou zijn gerekend, dan waren de baten 60 miljoen euro hoger
uitgevallen. De
Kwartiermaker werkt overigens in opdracht van het Rijk en de gemeente
Amsterdam.
Ook zijn opbrengsten vervroegd. Door het
stapelen van de weg- en
metrotunnels kan de infrastructuur namelijk gemakkelijker worden
gebouwd en is
deze ook eerder klaar. Bij een start van de bouw in 2008 kan het
grootste deel
van de infrastructuur, inclusief een nieuw station, in 2018 gereed
zijn. Daardoor
kan eerder worden begonnen met de gronduitgifte. Deze loopt door tot
2028.
De gronduitgifte zal plaatsvinden in een
periode waarin de
werkgelegenheid, gezien de bevolkingsopbouw, naar verwachting niet
verder zal
groeien. Tegen die tijd zou er wel eens minder behoefte kunnen zijn aan
uitbreiding van bijvoorbeeld kantoren. Als de opbrengsten fors
tegenvallen, zou
het resultaat 60 miljoen euro lager uit kunnen komen.
De verbetering van de stedelijke kwaliteit en
de daarmee samenhangende
productiviteitsverbetering bij bedrijven zijn in de KBA gewaardeerd op
360
miljoen euro. Deze waardering is onzeker. Een 50% lagere en een 50%
hogere
waardering (dus 180 en 540 miljoen euro) geven ongeveer de grenzen aan
waarbinnen
de waardering zich redelijkerwijs bevindt.
CPB Document 134, Kosten-batenanalyse
Zuidas Amsterdam, ISBN
90-5833-300-0 is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 9,- euro
De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar
als PDF-bestand
op de
website van het CPB (www.cpb.nl).
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/299
CPB persbericht 60
Meer over: CPB persbericht 60|2006-11-08 00:32:09
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 60
Datum: 7
november 2006
Inlichtingen bij: Albert
van der Horst (tel: 070 - 3383 402) en Jacqueline Timmerhuis
(tel: 070 - 3383 477)
Innovatiebeleid vraagt om Europese
samenwerking
Innovatiebeleid
op nationaal niveau kan positieve effecten hebben voor andere
lidstaten, bijvoorbeeld
als die kunnen profiteren van de ontwikkeling van schone technologieën.
Er zijn
ook negatieve externe effecten van nationaal innovatiebeleid mogelijk,
bijvoorbeeld als dat een gebrekkige bescherming biedt tegen imitatie
van
innovaties. Als dergelijke externe effecten spelen biedt
innovatiebeleid op
EU-niveau voordelen. Een Europese aanpak kan bovendien efficiënter zijn
door
schaalvoordelen in de uitvoering, zoals bij octrooibeleid.
Een Europees
innovatiebeleid betekent wel het verlies aan
mogelijkheden voor lidstaten om aan te sluiten bij landspecifieke
instituties
of voorkeuren. Innovatiebeleid gericht op nationaal of regionaal
opererende
bedrijven kan daarom in principe het beste door de lidstaten zelf
worden
uitgevoerd.
Dit concluderen de
onderzoekers Albert van der Horst, Arjan Lejour en Bas Straathof in het
vandaag
verschenen CPB Document Innovation
policy: Europe or the Member States?. De auteurs maken de balans
op tussen
de voordelen van Europees innovatiebeleid en de wenselijkheid van
gericht
beleid door individuele lidstaten. Diverse aspecten van
innovatiebeleid,
waaronder in deze studie ook wetenschapsbeleid wordt gerekend, passeren
de
revue, zoals onderzoek door universiteiten, overheidssubsidies voor
innovatieve
bedrijven en het octrooibeleid.
Vanaf 2007 heeft de
Europese Commissie via het zevende Kaderprogramma (KP7) jaarlijks bijna
8
miljard euro beschikbaar voor onderzoek en ontwikkeling. Een belangrijk
doel
van KP7 is het bundelen van onderzoek en het integreren van
onderzoeksbeleid. Deze
Europese samenwerking kan beter rekening houden met
grensoverschrijdende
effecten van innovaties dan landspecifiek beleid. Innovatie stopt
meestal niet bij
landsgrenzen, maar heeft gevolgen ook voor andere landen. Naast KP7
stimuleert
de EU innovatie ook via andere kanalen. Dit is bijvoorbeeld het geval
bij de
ontwikkeling van het satelliet-navigatiesysteem Galileo.
Via nationaal
innovatiebeleid geven de lidstaten gezamenlijk ongeveer het tienvoudige
van het
Kaderprogramma-budget uit aan innovatiebeleid. Een belangrijk voordeel
van
nationaal beleid is dat het beter kan inspelen op de vragen van
nationale
bedrijven en consumenten. Zo is niet elke lidstaat geïnteresseerd in
innovaties
gericht op het versterken van dijken.
Dit voordeel van nationaal
innovatiebeleid moet worden afgewogen tegen de voordelen van Europees
beleid of
coördinatie op EU-niveau. Nationaal beleid is onnodig duur als meerdere
lidstaten
hetzelfde beleid voeren en het kan onvoldoende rekening houden met de
gevolgen van
innovatie voor andere lidstaten. Een voorbeeld is een nationale
subsidie voor onderzoek
naar milieutechnologie: de voordelen van schonere technologie in het
ene land
vallen ten dele toe aan andere lidstaten. Het is efficiënter om de
subsidiëring
van dit soort onderzoek en innovaties op Europees niveau uit te voeren.
Octrooien geven
bescherming aan de eigenaar van een uitvinding en bevorderen
tegelijkertijd de
verspreiding van kennis. Vanwege de schaalvoordelen in de uitvoering is
het
beschermen van octrooien op Europese schaal effectiever dan op
nationale
schaal. Momenteel is echter de bescherming van octrooien per lidstaat
verschillend geregeld. Het ontbreken van een volwaardig Europees
octrooi verhoogt
de kosten van aanvraag en bescherming voor internationaal opererende
bedrijven
wat innovatie belemmert.
CPB Document 132, 'Innovation policy:
Europe or the Member States?', ISBN 90-5833-298-5
Zie ook: CPB Document 133, 'Assessing
subsidiarity', ISBN
90-5833-299-3
Deze documenten zijn te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal
Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail:
bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 9,- euro
De publicaties zijn
tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB
(www.cpb.nl).
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/270
CPB persbericht 59
Meer over: CPB persbericht 59|2006-10-26 16:24:13
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 59
Datum: 26 oktober 2006
Inlichtingen bij: Frans
Suijker (tel: 070 - 3383
390), en bij de woordvoerders Jacqueline Timmerhuis (tel: 070 - 3383
477) en
Dick Morks (tel: 070 - 3383 410)
Tijdens de persconferentie is het CPB tot
ongeveer 12.00 uur telefonisch
niet bereikbaar voor commentaar.
CPB
analyseert
economische effecten verkiezingsprogramma's
Op verzoek van
acht politieke partijen heeft het
Centraal Planbureau (CPB) de economische effecten van hun
verkiezingsprogramma
in beeld gebracht. De analyse laat zien dat elke voorgenomen
beleidsmaatregel
voordelen èn nadelen heeft. De programmas weerspiegelen de
uiteenlopende
keuzes die partijen voorstaan.
De vandaag openbaar gemaakte CPB-publicatie Keuzes in kaart 2008-2011; economische effecten van acht
verkiezingsprogrammas presenteert de gevolgen van de
partijprogrammas
voor de overheidsfinanciën, de macro-ontwikkeling van de Nederlandse
economie
en de koopkracht van diverse groepen. Ook zijn analyses gemaakt op het
gebied
van de vergrijzing en de kenniseconomie.
Het is de
zesde keer
dat het planbureau op verzoek van partijen een dergelijke analyse
verricht.
Deze traditie, waarin Nederland uniek is, is in 1986 gestart, toen
alleen voor
CDA, PvdA en VVD. In de loop der jaren is het aantal partijen
toegenomen. Dit
keer hebben naast de genoemde drie partijen ook SP, GroenLinks, D66,
ChristenUnie en SGP gevraagd om een analyse. De SGP heeft alleen
verzocht om
een analyse van de ex-ante budgettaire effecten.
Doel van doorrekening
De analyse van de verkiezingsprogrammas
leidt niet tot een
goedkeuringsstempel of stemadvies. Doel is vooral om op een
onpartijdige wijze
de programmas vergelijkbaar te maken, met daarbij een overzicht van de
economische effecten. Dat het CPB de diverse voor- en nadelen van
voorgestelde
maatregelen inzichtelijk maakt, is een dienstverlening aan kiezers en
partijen.
Het is aan de kiezer om te bepalen welke voor- en nadelen hem het meest
aanspreken. Bovendien gaan programmas en verkiezingen vanzelfsprekend
over
meer dan de economie alleen.
Keuzes in kaart kan ook in het formatieproces na de
verkiezingen een
nuttig houvast bieden. Bij alle politieke verschillen van inzicht die
er uit de
aard der zaak bestaan tussen partijen, vergemakkelijkt de analyse een
goede
informatie-uitwisseling tussen partijen over de gevolgen van hun
programmas.
Als de partijen hier gebruik van willen maken, dan kan dit een handvat
bieden
bij het formuleren van een regeerakkoord.
Tijdsdruk door vervroegde verkiezingen
Vanwege de val van het kabinet en de daaruit
voortvloeiende vervroeging
van de verkiezingen met een half jaar is de analyse dit keer onder veel
grotere
tijdsdruk tot stand gekomen dan bij eerdere verkiezingen. Daardoor komt
de
analyse nu pas vier weken voor 22 november beschikbaar. Een vroegere
publicatie
was wel wenselijk, maar niet haalbaar, onder meer vanwege het
besluitvormingsproces binnen de partijen.
Helaas geen analyse van
programma-effecten milieu en infrastructuur
De tijdsdruk is er ook de oorzaak van dat de
milieuconsequenties van de
programmas - in tegenstelling tot in 2002 -
niet zijn beoordeeld. Met het Milieu en Natuur Planbureau (MNP)
was
daarover vóór de val van het kabinet al wel een afspraak gemaakt, maar
dit
bleek daarna helaas niet meer haalbaar. Om dezelfde reden heeft het CPB
ook
moeten afzien van haar oorspronkelijke plan om de baten van
investeringen in
infrastructuur in beeld te brengen. Op twee andere terreinen biedt deze
analyse
wel extra informatie in vergelijking met eerdere verkiezingen, te weten
kennisbeleid en vergrijzing.
Onderwijs, onderzoek en innovatie
Deze Keuzes in kaart biedt
een overzicht van de te verwachten programma-effecten van voorstellen
van de
politieke partijen op het terrein van onderwijs, wetenschap en
innovatie. Dit
sluit aan bij de in juli gepubliceerde studie Kansrijk
kennisbeleid, waarin beleidsopties op basis van
beschikbaar empirisch onderzoek worden beoordeeld als kansrijk, niet
kansrijk
of (door het ontbreken van ervaringen elders) onbekend.
Vergrijzing en houdbaarheid
overheidsfinanciën
Op lange termijn is het huidige niveau van
publieke voorzieningen en
belasting- en premietarieven niet houdbaar zonder aanpassing van het
huidige
niveau van publieke voorzieningen. Er is thans sprake van een
houdbaarheidstekort van 1½% BBP. Alle partijen stellen maatregelen voor
die in
wisselende mate bijdragen aan de verbetering van de houdbaarheid, maar
geen
enkele partij biedt naar de huidige inzichten uitzicht op volledig
houdbare
overheidsfinanciën. Dat betekent dat later extra maatregelen genomen
zullen
moeten worden. De verbetering van de houdbaarheid hoeft overigens niet
per se
te komen van maatregelen die het kabinet neemt om het saldo meteen al
in de
komende kabinetsperiode te verbeteren. Er zijn ook maatregelen mogelijk
die dat
vooral op termijn doen, bijvoorbeeld maatregelen die geleidelijk worden
ingevoerd of doordat ze aangrijpen op vergrijzingsgerelateerde
uitgaven. Deze
laatste categorie uitgaven heeft op termijn, wanneer de vergrijzing op
zijn
hoogtepunt is, een groter effect op het saldo.
Voorzichtigheidsmarge
Conform de aanbeveling van de Studiegroep
Begrotingsruimte vormt het
voorzichtige scenario uit de Economische
verkenning 2008-2011 de basis voor de analyse in Keuzes
in kaart. Hierin is een voorzichtigheidsmarge van ¼% BBP
gehanteerd. Omdat tegenvallers immers voor meer problemen zorgen dan
meevallers, wordt uitgegaan van een iets lagere economische groei dan
gemiddeld
genomen verwacht mag worden.
De uitkomsten van de analyse voor de diverse
politieke partijen zijn te
vinden in de studie. Het eerste hoofdstuk biedt een samenvattend
overzicht over
de partijen heen. De hoofdstukken daarna behandelen respectievelijk het
basisscenario voor de middellange termijn, de effecten per partij en de
analyse
van de kennisvoorstellen.
Keuzes in kaart,ISBN 90-5833-297-7,
komt vrijdag 3 november a.s. beschikbaar in gedrukte vorm en is dan te
bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 15,- euro
De volledige publicatie is vanaf heden
(gratis) beschikbaar als
PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl).
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/228
CPB persbericht 58
Meer over: CPB persbericht 58|2006-10-23 17:24:54
CENTRAAL
PLANBUREAU
Onderwerp:
persbericht
Nummer: 58
Datum: 23 oktober 2006
Inlichtingen bij: Jacqueline Timmerhuis (tel:
070-3383477) of Dick Morks
(tel: 070-3383410)
Aankondiging persconferentie analyse
verkiezingsprogramma's
Net als bij eerdere verkiezingen voor de
Tweede Kamer heeft het
Centraal Planbureau (CPB) dit jaar op verzoek van een aantal politieke
partijen
een analyse gemaakt van de economische effecten van hun
verkiezingsprogrammas.
Daarbij is gekeken naar de gevolgen voor de Nederlandse economie, de
overheidsfinanciën en de koopkrachtontwikkeling. Ook de
lange-termijneffecten
van de verkiezingsprogrammas op de houdbaarheid van de
overheidsfinanciën en de
programma-effecten van maatregelen gericht op kennis en innovatie
worden door
het CPB in beeld gebracht.
Donderdag
26 oktober
2006 geeft het CPB in een persconferentie een toelichting op de opzet,
de
uitkomsten, het nut en de beperkingen van de analyses in de die dag te
verschijnen publicatie Keuzes in Kaart
2008-2011.
Prof. dr.
Coen Teulings,
directeur van het CPB, zal de toelichting geven en eventuele vragen
beantwoorden. Achter de tafel zitten ook de projectleiders
Verkiezingsprogrammas, drs. Rocus van Opstal en dr. George Gelauff.
De
persconferentie
vindt plaats:
op
donderdag 26 oktober
2006 om 10.00 uur
in
perscentrum
Nieuwspoort (zaal: de Wandelganger I)
adres:
Lange Poten
10, te Den Haag.
Vanaf
donderdag 26
oktober 10.00 uur zal de publicatie Keuzes
in Kaart 2008-2011 voor iedereen (gratis) beschikbaar zijn via de
website
van het CPB (www.cpb.nl).
Alleen voor
journalisten:
Voorafgaand
aan de
persconferentie zijn in perscentrum Nieuwspoort vanaf 9.30 uur
exemplaren van
de analyse verkrijgbaar onder embargo tot 26 oktober 2006 om 10.00 uur.
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/209
cpb persbericht nummer 2006-57
Meer over: cpb persbericht nummer 2006-57|2006-10-17 22:15:11
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 57
Datum: 17 oktober 2006
Inlichtingen bij: Arjan Lejour (tel: 070-3383311) en Jacqueline
Timmerhuis (tel: 070-3383477)
Toetreding Europese Unie kan tot forse inkomenstoename leiden
Op lange termijn kan het EU-lidmaatschap substantiële effecten hebben
op de economieën van toetredende landen. Zo blijkt uit een historische
analyse dat de bilaterale handel tussen EU-landen veel hoger is dan
tussen vergelijkbare landen die geen lid zijn van de EU. Daarnaast is
de kwaliteit van overheidsinstituties zoals eenduidige wetgeving,
consequente rechtshandhaving en bestrijding van corruptie van belang
voor de omvang van de handel. Ook hierbij gaat een stimulerend effect
uit van toetreding. De eisen die EU aan de toetreders stelt bevorderen
de kwaliteit van deze instituties.
Op basis van deze onderzoeksuitkomsten zou voor de nieuwe EU-lidstaten
de bilaterale handel met gemiddeld 56% kunnen toenemen. Voor iets meer
dan de helft is dit het gevolg van de grotere handelsmogelijkheden als
landen deel gaan uitmaken van de interne markt van de EU. Iets minder
dan de helft van de handelsimpuls is het gevolg van verbeterde
instituties.
Analyse van de inkomens- en handelsontwikkeling over de periode 1960
tot 2000 laat zien dat meer handel het gemiddelde inkomen in een land
aanzienlijk vergroot. Als deze resultaten vertaald worden naar de
EU-toetreding van de landen uit Midden- en Oost-Europa, kan het inkomen
per hoofd van de bevolking op lange termijn met zon 40% groeien
vanwege de toetreding.
Dit concluderen de onderzoekers Arjan Lejour, Vladimir Solanic en Paul
Tang in het vandaag verschenen CPB Discussion Paper EU accession
and income growth: an empirical approach.
Op 1 januari 2007 treden Bulgarije en Roemenie naar verwachting toe tot
de Europese Unie. In mei 2004 zijn 10 andere landen, overwegend uit
Midden- en Oost-Europa, hen voorgegaan. De inwoners van al deze landen
verwachten een forse inkomensverbetering als gevolg van de aansluiting
op de interne markt in Europa. De geschiedenis lijkt hen deels gelijk
te geven. Het gemiddelde inkomen in Spanje en Portugal is na hun
EU-toetreding in 1986 fors toegenomen en ligt nu veel dichter bij het
Europese gemiddelde. De Ieren hebben nu zelfs één van de hoogste
gemiddelde inkomens in Europa. Deze verwachte inkomensverbetering wordt
niet automatisch gerealiseerd. In Griekenland bijvoorbeeld zijn de
inkomens nauwelijks dichter bij het Europees gemiddelde gekomen na de
EU-toetreding.
Als gevolg van economische integratie neemt de concurrentie toe,
verdwijnen inefficiënte bedrijven en stijgt de gemiddelde
productiviteit. Bedrijven worden gestimuleerd om meer te innoveren.
Doordat handel, buitenlandse investeringen en contacten toenemen,
kunnen de toetredende landen meer leren van buitenlandse kennis en
uitvindingen. Daarnaast zijn de toetreders verplicht te voldoen aan de
EU-regelgeving. Dit betekent vaak een aanpassing van hun eigen
wetgeving. Zo moeten douaneprocedures gestandaardiseerd worden.
Toetredende landen moeten het Europees Hof van Justitie erkennen en
specifieke regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld veiligheid en
gezondheid invoeren. Dit alles bevordert de economische samenwerking.
De hier gepresenteerde effecten zijn groter dan in vorige CPB-studies
over EU-toetreding zoals CPB Document 11, EU enlargement: economic
implications for countries and industries en CPB Document 56, Assessing
the economic implications of Turkish accession to the EU. Deze
eerdere studies concentreerden zich op de directe effecten van meer
handel en op de verschuivingen van productiepatronen. In de vandaag
gepubliceerde studie zijn ook de lange-termijneffecten meegenomen van
meer handel op de mate van concurrentie, wat indirect zorgt voor hogere
productiviteit en hoger inkomen. Deze productiviteitseffecten zijn
substantieel. Als gevolg van de te verwachten handelstoename van 56%
kan het gemiddelde inkomen met zon 40% groeien. Dit is een
substantiële verbetering die het gemiddelde inkomen in de nieuwe
lidstaten veel dichter bij dat van de oude lidstaten brengt. Deze
verwachte inkomenstoename komt niet vanzelf tot stand. Een goed
werkende markteconomie en overheidsinstituties die marktwerking
ondersteunen, zijn van cruciaal belang.
CPB Discussion Paper 72, EU accession and income growth: an
empirical approach , is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 9- euro
De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de
website van het CPB (www.cpb.nl).
--
Janneke Rijn
Centraal Planbureau
Sector Arbeidsmarkt en welvaartsstaat
Bezoekadres: Centraal Planbureau, Van Stolkweg 14, 2585 JR Den Haag
Postadres: Postbus 80510, 2508 GM Den Haag
Telefoon: (070) 338 3343
Telefax: (070) 338 33 50
Internet: http://www.cpb.nl/nl/general/sector1/
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/191
CPB persbericht no 2006-56
Meer over: CPB persbericht no 2006-56|2006-10-06 17:36:21
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 56
Datum: 6 oktober 2006
Inlichtingen bij: Mark Lijesen (tel: 070-3383 322) of Jacqueline
Timmerhuis (tel: 070-3383 477)
Concurrentie kan spoor efficiënter maken
Concurrentie bij spoorwegen in de vorm van aanbesteding van concessies
kan leiden tot een hoger niveau van productiviteit. Concurrentie in de
vorm van vrije toegang gaat daarentegen ten koste van de efficiëntie.
Meer autonomie voor het management van spoorondernemingen zonder
concurrentie of effectieve regulering gaat eveneens ten koste van de
efficiëntie.
Deze conclusies trekken de onderzoekers Mark Lijesen, Gert-Jan Driessen
en Machiel Mulder van het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag
verschenen Discussion Paper The impact of competition on
productive efficiency in European railways. De auteurs vergelijken
de productiviteit tussen spoorwegsystemen in Europese landen en
verklaren de verschillen aan de hand van de wijze waarop de markt voor
spoorvervoer is ingericht. In verschillende Europese landen wordt
momenteel nagedacht over de meest wenselijke inrichting van de markt
voor spoorvervoer. In Nederland worden in de komende jaren de eerder
gemaakte keuzen op dit gebied geëvalueerd.
Aanbesteding leidt tot efficiëntie
Spoorsystemen in landen waar (een deel van) het spoorvervoer is
aanbesteed, kennen gemiddeld een hoger productiviteitsniveau dan in
landen waar dat niet of nauwelijks het geval is. Bij aanbesteding van
spoorconcessies concurreren bedrijven om het recht om op bepaalde
trajecten voor een bepaalde periode het spoorvervoer uit te mogen
voeren. De concurrentiestrijd om die concessies prikkelt bedrijven om
hun efficiëntie te verhogen.
Vrije toegang minder efficiënt
Bij een tweede vorm van concurrentie, die in sommige Europese landen
wordt toegepast, krijgen bedrijven vrij toegang krijgen om
treindiensten uit te voeren. Dit kan juist leiden tot een lagere
efficiëntie. Hoewel ook hier prikkels zijn om efficiënter te opereren,
daalt de productiviteit. Mogelijke oorzaken hiervoor zijn ten eerste
een lagere gemiddelde bezettingsgraad en ten tweede de kosten die
verbonden zijn aan het onderling afstemmen van dienstregelingen en aan
het toewijzen van capaciteit aan individuele aanbieders.
Voorzichtig met autonomie voor spoorbedrijven
In landen waar het management van de spoorwegonderneming onafhankelijk
is van de overheid, ligt de productiviteit van het spoorsysteem
gemiddeld lager. Autonomie voor het management kan ertoe leiden dat
andere doelstellingen dan de doelstellingen van de overheid de
boventoon gaan voeren, zoals het maximeren van de bedrijfsomvang.
Wanneer daar geen concurrentie of effectieve regulering tegenover
staat, vermindert dat de prikkels om efficiënt te werken.
CPB Discussion Paper 71, The impact of competition on productive
efficiency in European railways, is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 9,- euro
De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de
website van het CPB (www.cpb.nl).
--
Janneke Rijn
Centraal Planbureau
Sector Arbeidsmarkt en welvaartsstaat
Bezoekadres: Centraal Planbureau, Van Stolkweg 14, 2585 JR Den Haag
Postadres: Postbus 80510, 2508 GM Den Haag
Telefoon: (070) 338 3343
Telefax: (070) 338 33 50
Internet: http://www.cpb.nl/nl/general/sector1/
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/159
cpb persbericht nummer 2006-55
Meer over: cpb persbericht nummer 2006-55|2006-10-04 16:48:04
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 55
Datum: 4 oktober 2006
Inlichtingen verkrijgbaar bij: Annemiek Verrips (tel: 070-3383493) of
Dick Morks (tel: 070-3383410)
Wisselend beeld investeringsvoorstellen aardgasbaten
Meevallende aardgasbaten in 2006 zorgen ervoor dat er opnieuw extra
middelen beschikbaar komen voor investeringsprojecten. Op verzoek van
het kabinet heeft het CPB in totaal 43 voorstellen beoordeeld op het
gebied van onderwijs, innovatie en ruimtelijke economie. Deze
beoordelingsronde levert een wisselend beeld op.
De voorstellen op onderwijsterrein scoren het meest gunstig: de helft
van de voorstellen levert bij uitvoering naar verwachting een positief
maatschappelijk rendement op. Het beeld van de innovatieprojecten is
verbeterd ten opzichte van de vorige ronde in 2005, toen de oogst mager
was. Voor veel voorstellen op het terrein van de ruimtelijke economie
bestaan nog belangrijke verbeterpunten.
Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen
CPB Document Beoordeling projecten ruimtelijke economie, innovatie
en onderwijs: Analyse ten behoeve van de FES-meevaller 2006. Het
CPB heeft de toetsing uitgevoerd op verzoek van het Kabinet, de
Interdepartementale Commissie voor de Ruimtelijke Economie (ICRE) en de
Commissie voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (CWTI). De analyse
van het CPB draagt informatie aan ten behoeve van de politieke
besluitvorming.
Het gaat om 17 projecten op het terrein van ruimtelijke economie, 16
kennis- en innovatieprojecten en 10 onderwijsprojecten. Een Commissie
van Wijzen heeft, parallel aan de CPB-beoordeling, onder meer de
wetenschappelijke kwaliteit van de innovatievoorstellen beoordeeld.
CPB-aanpak beoordelingen
Centraal in de analyse staat de vraag in hoeverre projecten de
maatschappelijke welvaart vergroten. Het CPB hanteert een breed
welvaartsbegrip, waarbij niet alleen financieel-economische effecten,
maar ook andere zaken waar mensen waarde aan toekennen, zoals natuur,
milieu en gezondheid, een rol spelen.
De gebruikte beoordelingscriteria zijn, net als bij eerdere
beoordelingsrondes:
Legitimiteit/subsidiariteit: ligt overheidsingrijpen in de
rede? En in hoeverre is er een taak weggelegd voor de rijksoverheid, of
ligt betrokkenheid van andere overheden meer in de rede?
Effectiviteit: in hoeverre draagt een project bij aan de
met dit project beoogde doelen?
Efficiëntie: hoe verhouden de verwachte baten van een
project zich tot de kosten?
Het CPB heeft de projecten ingedeeld in drie categorieën: gunstig,
gemengd, en ongunstig. Gunstige projecten kennen een gunstige
verhouding van verwachte maatschappelijke kosten en baten, ook al zijn
die baten niet altijd goed in geld uit te drukken. Bij gemengde
projecten bestaan belangrijke verbeterpunten. Als ongunstig
beoordeelde projecten verlagen naar verwachting bij uitvoering de
maatschappelijke welvaart.
Met een ongunstige beoordeling wordt geen uitspraak gedaan over de
geformuleerde doelen of strategieën. Een project kan een zeer
nastrevenswaardig doel hebben waarbij overheidsbetrokkenheid ook echt
in de rede ligt, maar als het project dat doel gezien de baten niet
goed weet te bereiken of tegen te hoge kosten, dan zal het oordeel toch
negatief uitvallen.
Onderwijs
Vijf van de tien voorstellen zijn als gunstig beoordeeld. Deze vijf
omvatten onder meer een experimenteer- en onderzoeksbudget binnen het
onderwijs, en het tijdelijk subsidiëren van kansrijke projecten die
meer rendement en excellentie in het hoger onderwijs proberen te
realiseren door bijvoorbeeld differentiatie van collegegeld en selectie
aan de poort. Andere voorbeelden zijn het verbeteren van de aansluiting
tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven vooral voor kwetsbare
groepen, en het digitaliseren en breed toegankelijk maken van
audiovisueel materiaal.
Een versnelling van initiatieven rond voor- en vroegschoolse educatie
is één van de projecten die als gemengd is beoordeeld. Verbeterpunten
betreffen de uitwerking van de probleemanalyse en een gefaseerde
invoering.
Drie projecten scoren ongunstig. Het betreft de realisatie van een
internationale school in Eindhoven, investeringen in zogenaamde brede
scholen en het opzetten van ICT-werkplekken voor leraren. Voor de
internationale school bestaan belangrijke kanttekeningen rond de
legitimiteit van overheidsingrijpen. Daarnaast bestaan in Eindhoven al
twee locaties waar internationaal onderwijs wordt aangeboden. Bij het
project brede scholen zijn het ontbreken van een goede
probleemanalyse en de mate van uitwerking de belangrijkste knelpunten.
Bij het project ICT-werkplekken voor leraren wegen de kosten niet op
tegen de baten.
Een belangrijke aanbeveling bij diverse onderwijsvoorstellen betreft
het zorgvuldig opzetten van experimenten om tussentijds te kunnen
evalueren en bijsturen (o.a. Offensief ondernemerschap in het
onderwijs en Versnelling doelstelling vroegschoolse educatie). Een
ander veel voorkomend aandachtspunt was het ontbreken van
selectiecriteria. Het vooraf opstellen van goede criteria om projecten
te selecteren is een cruciale voorwaarde voor een efficiënte inzet van
middelen (o.a. Beroepsonderwijs in bedrijf, ICT-werkplekken en
Brede school).
Kennis en innovatie
Zes van de 16 voorstellen op het gebied van kennis en innovatie zijn
gunstig beoordeeld. Drie van deze voorstellen hebben betrekking op de
volksgezondheid: de ontwikkeling van een vaccin tegen het zogenaamde
RS-virus, een bijdrage aan de ontwikkeling van een vaccin tegen de
vogelgriep en de opzet van ICT-infrastructuur voor zogenaamde
biobanken van patiënten. Daarnaast kwam onder meer de opzet van een
Technologisch Topinstituut Watertechnologie als gunstig uit de bus. De
projecten zijn goed onderbouwd, zowel financieel als organisatorisch.
Hoewel de baten niet goed in geld zijn uit te drukken, is de
verwachting dat de kosten in redelijke verhouding staan tot de baten.
De opzet van het CTMM, het Centre for Translational Molecular
Medicin, dat een vroegtijdige diagnose en gepersonaliseerde
behandeling van patiënten beoogt, is als gemengd beoordeeld. Een
versnelling van ontwikkelingen in de markt kan wenselijk zijn. Private
partijen zouden echter meer moeten bijdragen en ook de onderbouwing van
het voorstel is voor verbetering vatbaar.
Zeven voorstellen zijn als ongunstig beoordeeld. Voor diverse projecten
(onder meer Nano4vitality, Software als service, Technologie
ontwikkelingsfonds water en Grasp) bestaan belangrijke
kanttekeningen bij de legitimiteit van overheidsingrijpen. Een veel
voorkomend argument dat de risicos te hoog worden geacht, is geen
reden voor overheidsingrijpen. De overheid is niet de partij om
bedrijfseconomisch onrendabele projecten op te pakken, tenzij daar
voldoende maatschappelijke baten tegenover staan die niet door de
private partijen te incasseren zijn. Andere redenen voor een ongunstige
beoordeling zijn een matige uitwerking en onderbouwing
(Delta-instituut, Klimaatbestendig Nederland) of het feit dat niet
duidelijk is wat het project toevoegt aan de vele initiatieven die al
bestaan op een desbetreffend terrein (Nano4vitality en
Delta-instituut).
Ruimtelijke economie
Eén project en 2 projectonderdelen, van de in totaal 17 projecten (met
21 projectonderdelen), scoren gunstig. Het gaat om
benuttingsmaatregelen voor het hoofdwegennet, de aanleg van een
ongelijkvloerse kruising met het spoor bij Moordrecht en de sanering
van een pijpleiding in Groningen.
Bij tien project(onderdel)en bestaat een gemengd beeld. Het gaat om 5
zogenaamde integrale gebiedsopgaven (onder andere Hoeksche Waard,
Klavertje 4 Venlo, Eindhoven A2-zone). In de uitwerking van de
voorstellen zijn diverse verbeteringen mogelijk. Bij drie
mobiliteitsprojecten (luchtvaart, binnenvaart en wegen) signaleert het
CPB aandachtspunten rond de samenhang met prijsbeleid en luchtkwaliteit
en rond de hoogte van de private bijdragen. Ook twee voorstellen om de
luchtkwaliteit te verbeteren (lokale maatregelen in steden en retrofit
roetfilters) krijgen een gemengd oordeel. De lokale maatregelen dienen
nog nader te worden uitgewerkt, bij de retrofit roetfilters bestaan nog
grote onzekerheden over de werking ervan.
Acht project(onderdel)en verlagen naar verwachting de maatschappelijke
welvaart. Het gaat onder meer om gebiedsontwikkelingsprojecten rond
Schiphol (Werkstad A4), in Apeldoorn, in Groningen en in Scheveningen
en de aanleg van een propeenleiding. Bij de
gebiedsontwikkelingsprojecten wegen naar verwachting de baten niet op
tegen de kosten. Bij de propeenleiding lijkt het effect op de
veiligheid beperkt en bestaan vraagtekens bij de legitimiteit van
overheidsingrijpen.
CPB Document 130 Beoordeling projecten ruimtelijke economie,
innovatie en onderwijs: Analyse ten behoeve van de FES-meevaller 2006
is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 9,- euro
De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de
website van het CPB (www.cpb.nl).
Een volledig overzicht van alle 43 beoordelingen op de gebieden
ruimtelijke economie, innovatie en onderwijs staat in de bijlage bij
CPB Document 130 en is eveneens beschikbaar als PDF-bestand op de
website van het CPB.
--
Janneke Rijn
Centraal Planbureau
Sector Arbeidsmarkt en welvaartsstaat
Bezoekadres: Centraal Planbureau, Van Stolkweg 14, 2585 JR Den Haag
Postadres: Postbus 80510, 2508 GM Den Haag
Telefoon: (070) 338 3343
Telefax: (070) 338 33 50
Internet: http://www.cpb.nl/nl/general/sector1/
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/147
CPB Persbericht nummer 52
Meer over: CPB Persbericht nummer 52|2006-09-19 17:41:15
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 52
Datum: 19 september 2006
Inlichtingen bij: Cees Jansen (tel: 070-3383459), Bert Smid (tel:
070-3383448), of Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477).
Economische groei 1,75% in de volgende kabinetsperiode
Voor de jaren 2008-2011 bedraagt de economische groei gemiddeld 1,75%
per jaar in een voorzichtig scenario. Door de vergrijzing neemt de
jaarlijkse groei van het arbeidsaanbod af tot 0,25%, de werkloosheid
blijft op het niveau van 2007, namelijk 4,5%.
Bij ongewijzigd beleid komt het EMU-saldo in 2011 naar verwachting uit
op 1% van het bruto binnenlands product (BBP). Dit is onvoldoende voor
houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het licht van de vergrijzing.
Om te komen tot houdbare overheidsfinanciën op lange termijn is een
structurele beleidsinspanning nodig van circa 1,5% BBP per jaar (9 mld
euro).
Dit schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen
CPB Document Economische Verkenning 2008-2011. De cijfers
sluiten aan bij het beeld voor 2007 in de ook vandaag verschenen Macro
Economische Verkenning 2007. Het voorzichtige scenario dat in deze
studie beschreven wordt, vormt de basis voor de analyse van de
verkiezingsprogrammas. Daarvoor zijn twee analyses uit juni jl.
geactualiseerd (Het groeipotentieel van de Nederlandse economie tot
2011, en Boekhoudkundige berekening budgettaire ruimte 2008-2011).
Stijgende arbeidsproductiviteit draagt economische groei
De grootste bijdrage aan de economische groei komt van de stijging van
de arbeidsproductiviteit (gemeten als productie per arbeidsjaar). Deze
neemt in de beschouwde periode naar verwachting toe met 1,5% per jaar.
De groei van het arbeidsaanbod in personen vlakt naar verwachting af,
voornamelijk door de vergrijzing. De werkgelegenheid groeit in het
voorzichtige scenario met gemiddeld 0,25% per jaar.
EMU-saldo naar 1% in 2011
Bij ongewijzigd beleid komt het EMU-saldo in 2011 uit op 1% van het
BBP. Dit is een verbetering van 1%-punt ten opzichte van de inschatting
in juni. De belangrijkste oorzaak voor deze verbetering is de opwaartse
bijstelling voor de uitgangspositie in 2007. De economische groei van
1,75% komt overeen met de (voorzichtige) inschatting die gebruikt is in
de berekening van de budgettaire ruimte uit juni.
Bij de analyse is verondersteld dat de gehele budgettaire ruimte wordt
aangewend voor verbetering van het begrotingssaldo. Ook is uitgegaan
van lastendekkende (stijgende) premies voor de zorg. Vooral hierdoor
stijgen de microlasten gecumuleerd over de jaren 2008-2011 met 3,5 mld
euro. Om te komen tot houdbare overheidsfinanciën op lange termijn is
een structurele beleidsinspanning nodig van circa 1,5% BBP per jaar (9
mld euro). Indien de stijging van de microlasten volledig wordt
gecompenseerd, is daarenboven een beleidsinspanning nodig van 0,5% BBP.
CPB Document 129, Economische Verkenning 2008-2011, ISBN
90-5833-292-6, is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 9,- euro
De volledige publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand
op de website van het Centraal Planbureau (www.cpb.nl).
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/92
CPB Persbericht nummer 50
Meer over: CPB Persbericht nummer 50|2006-09-19 16:35:30
CENTRAAL PLANBUREAU / SOCIAAL EN CULTUREEL PLANBUREAU
Onderwerp: Persbericht
Nummer: 50
Datum: 19 september 2006
Informatie over deel A (De Europese Unie in de publieke opinie)
verkrijgbaar bij: Paul Dekker (SCP, tel: 070-3407526) en Kees
Paling (SCP, tel: 070-3407434)
Informatie over deel B (Culturele verscheidenheid, economie en
beleid) verkrijgbaar bij: Albert van der Horst (tel:
070-3383402), Arjan Lejour (tel: 070-3383311) en Jacqueline Timmerhuis
(CPB, tel: 070-3383477)
EUROPESE VERKENNING 4
DEEL A: Nederlanders blijven EU-gezind, maar zijn bezorgd over
uitbreidingen
De algemene stemming over Europa blijft in Nederland positief.
Het referendum van 1 juni 2005 heeft niet tot een omslag in de publieke
opinie geleid en ook in 2006 is de steun voor het EU-lidmaatschap in
ons land bovengemiddeld in de EU.
Verdere uitbreiding van de Unie blijkt echter in toenemende mate
een zorg voor Nederlanders. Eén van de meest controversiële potentiële
toetreders is Turkije.
Steun voor de toetreding van Turkije is waarschijnlijker naarmate
men positiever staat tegenover de EU in het algemeen. Desondanks komt
bij mensen die zeer positief zijn over het Nederlands EU-lidmaatschap
de opvatting dat Turkije niet mag toetreden tot de EU even vaak voor
als de opvatting dat Turkije wel mag toetreden.
DEEL B: Culturele verschillen belangrijk voor Europese samenwerking
Culturele diversiteit beperkt de voordelen van economische
samenwerking in Europa. Naarmate landen meer van elkaar verschillen,
ontwikkelt men meer gevarieerde vormen van beleid en kan het minder
efficiënt zijn om beleid op Europees niveau uit te voeren.
Culturele verschillen vormen een bovengrens aan de omvang van
handel, buitenlandse investeringen en migratie in Europa.
Als cultureel diverse landen gezamenlijke doelen formuleren, zijn
goede afspraken en naleving daarvan belangrijker dan wanneer meer
homogene landen gezamenlijk doelen willen bereiken. Hier kan een
belangrijke taak liggen voor de Europese Unie.
Dit zijn enkele conclusies uit de Europese Verkenning 4: DIVERS
EUROPA: De Europese Unie in de publieke opinie / Culturele
verscheidenheid, economie en beleid. Deze Verkenning is op verzoek
van het ministerie van Buitenlandse Zaken gemaakt door het Centraal
Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en is
vandaag verschenen als bijlage bij de 'Staat van de Europese Unie
2007'.
In deze vierde Europese Verkenning wordt uitgebreid ingegaan op de
culturele diversiteit in Europa en de gevolgen daarvan op economisch
presteren en economisch beleid. In het deel over de publieke opinie
wordt dit jaar vooral aandacht besteed aan de referenda over de
grondwet in Frankrijk en Nederland en de opvattingen van Nederlanders
over Europa in de eerste maanden van 2006.
DEEL A: De publieke opinie over Europa
Nederland Europagezind &.
Vergeleken met de 24 andere lidstaten van de EU blijkt Nederland nog
altijd relatief positief gestemd over het EU-lidmaatschap. In het
voorjaar van 2006 vindt 74% van de Nederlanders het EU-lidmaatschap een
goede zaak (elders gemiddeld 54%). Zeer positief zijn Ierland,
Luxemburg en in iets mindere mate Spanje; negatief zijn Zweden, het
Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk. Over de hele linie zijn de nieuwe
lidstaten van 2004 in het najaar van 2005 wat negatiever dan de oude
EU-15. In laatstgenoemde groep zijn echter wel de landen met de
grootste reserves te vinden als het gaat om verdere uitbreidingen van
de EU. Bij de beoordeling van gunstige effecten en bedreigingen van het
EU-lidmaatschap valt vooral de omvang van verschillen tussen
afzonderlijke landen op. Zo ziet maar liefst 89% van de Ieren en
slechts 20% van de Duitsers een positief effect van het EU-lidmaatschap
op de werkgelegenheid. Van de Fransen vreest 70% een verlies van
sociale voorzieningen, van de Esten 28%. In Finland is gemiddeld 35%
voor gemeenschappelijk Europees beleid op een zestiental onderwerpen,
in Cyprus is dat 69% (gemiddeld 55%; Nederland 54%).
&. maar zorgen over de uitbreidingen
In Nederland is de steun voor uitbreidingen van de EU in vijf jaar tijd
gedaald van 58% naar 43%. Desondanks scoort Nederland zeker niet
negatiever op uitbreidingen dan andere EU lidstaten. De gemiddelde
steun voor een twaalftal uitbreidingen is in Nederland met 57% iets
hoger dan het landengemiddelde van de EU (54%). In een pro-Europees
land als Luxemburg is de steun 43% en in Oostenrijk slechts 33%. In
Nederland kunnen de uitbreidingen met Turkije, de Oekraïne en Albanië
op de minste steun rekenen. Turkije staat echter centraal in de
maatschappelijke discussies en houdt ook de deelnemers aan focusgroepen
het meeste bezig. Uit de focusgroepen komt naar voren dat uitbreidingen
zowel economische als psychologische angsten doen bovendrijven. Mensen
zijn bang voor de onbeheersbaarheid van uitbreidingen, voor het verlies
van identiteit, voor het inboeten van het nationaal belang en voor het
effect op de eigen portemonnee. Met een rij opvattingen uit het
grootschalige Nederland in Europa-onderzoek wordt meer genuanceerd de
Nederlandse houding beschreven tegenover het Turkse lidmaatschap.
Nederlanders van Turkse afkomst zijn daarvan vaker voorstander dan
anderen. Dit verklaart mede de verschillen in steun voor het Turkse
lidmaatschap tussen wijken in de grootste steden.
DEEL B: Culturele verscheidenheid, economie en beleid
Culturele waarden, zoals het belang van machtsafstand,
onzekerheidsmijding en de mate van individualisme, lopen nogal uiteen
tussen de bevolkingen van de diverse Europese lidstaten. De noordelijke
en zuidelijke landen verschillen in cultureel opzicht fors van elkaar
en ook de nieuwe lidstaten zijn duidelijk te onderscheiden van de EU15.
Dit blijkt uit cultuurvergelijkend onderzoek naar een aantal culturele
waarden (door onder andere Hofstede, Inglehart en Schwartz) en uit
metingen van sociaal en institutioneel vertrouwen. Deze culturele
verschillen in Europa blijken redelijk onveranderlijk te zijn de
afgelopen decennia.
Culturele verschillen hebben belangrijke gevolgen voor de onderlinge
economische betrekkingen. Bedrijven zullen niet gauw geneigd zijn om te
investeren in andere landen als zij de mensen daar niet vertrouwen of
niet begrijpen. Buitenlandse investeringen in de EU zijn daardoor lager
dan ze zouden zijn in een homogene cultuur. Hetzelfde geldt voor de
internationale handel in goederen binnen de EU wordt begrensd door de
culturele diversiteit. Daarnaast beperken culturele verschillen de
arbeidsmobiliteit binnen de EU. Niet alleen maken andere waarden het
moeilijker om effectief naar een baan te zoeken in een ander land, maar
ze zorgen er ook voor dat het lastiger is om te integreren in een
nieuwe omgeving. Alle stappen die gezet zijn en worden om belemmeringen
voor handel en vrij verkeer op te heffen zijn daarmee niet minder
waardevol, maar moeten wel in het perspectief gezien worden dat er
grenzen zijn aan wat met beleid te bereiken valt.
Omdat culturele verschillen de omvang van handel, investeringen en
arbeidsmobiliteit beperken in Europa, kunnen zij ook de noodzaak om
beleid Europees vorm te geven beïnvloeden. Handel, investeringen en
arbeidsmobiliteit zijn vaak kanalen waardoor nationaal beleid effect
kan hebben op andere landen. Deze externe effecten van nationaal beleid
zijn een argument om beleid Europees te coördineren. Het belang van
deze kanalen tussen cultureel meer diverse landen is kleiner dan tussen
meer homogene landen. Bijgevolg beperkt culturele diversiteit de rol
van Brussel. Daar tegenover staat dat als landen wel willen
samenwerken, coördinatie en naleving van afspraken meer noodzakelijk is
omdat samenwerking tussen meer cultureel diverse landen niet vanzelf
tot stand komt.
De verkenning is verkrijgbaar bij het ministerie van
Buitenlandse Zaken, Directie Voorlichting en Communicatie, Jaap
Noorhoff, fax 070-3484820, e-mail: DVL-VM-LOG [at] minbuza [dot] nl
Verder is de tekst digitaal beschikbaar via de websites van CPB en
SCP: www.cpb.nl en www.scp.nl
Voor informatie over de Europese Verkenning: Centraal
Planbureau: Jacqueline Timmerhuis, telefoon 070-3383477, e-mail:
timmerhuis [at] cpb [dot] nl
Sociaal en Cultureel Planbureau: Kees M. Paling, telefoon
070-3407256, e-mail: k.paling [at] scp [dot] nl
Voor informatie over de Staat van de Europese Unie 2007: Ministerie
van Buitenlandse Zaken: Herman Quarles van Ufford, telefoon
070-3485417, e-mail: herman.quarles [at] minbuza [dot] nl
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/86
CPB Persbericht nummer 51
Meer over: CPB Persbericht nummer 51|2006-09-19 16:35:29
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 51
Datum: 19 september 2006
Inlichtingen bij: Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477), Dick Morks
(tel: 070-3383410) of Johan Verbruggen (tel: 070-3383404)
MEV 2007: Economie komt goed op stoom
Met een geraamde groei van 3,25 procent dit jaar en 3 procent komend
jaar presteert de Nederlandse economie goed. De economische groei kent
een brede basis. De particuliere consumptie neemt toe door herstel van
de koopkracht en groei van de werkgelegenheid, terwijl ook de uitvoer
en de investeringen aanzienlijk stijgen. De werkloosheid daalt in rap
tempo. Desondanks blijven de inflatie en de loonstijging in 2006 en
2007 gematigd. De overheidsbegroting is dit en volgend jaar vrijwel in
evenwicht.
Dit zijn de hoofdlijnen uit de vandaag gepresenteerde Macro
Economische Verkenning (MEV) 2007. Het Centraal Planbureau (CPB)
presenteert hierin analyses en prognoses voor de Nederlandse en voor de
wereldeconomie in de jaren 2006 en 2007. Tevens bevat de MEV 2007 twee
speciale onderwerpen: 'De betekenis van China voor de Nederlandse
economie en Effectiviteit van de politie: van meer naar beter blauw.
In diverse kaders belicht het CPB een aantal actuele onderwerpen, zoals
grondstoffenprijzen en speculatie, wederuitvoer, emigratie en een
drietal onzekerheidsvarianten.
Amerikaanse groei vlakt wat af in 2007
De Amerikaanse economische groei was in het eerste halfjaar hoger dan
in de twee voorgaande periodes, mede door het krachtige herstel na de
orkanen Katrina en Rita. Tegelijkertijd begon een
afkoeling van de woningmarkt, die naar verwachting dit en volgend jaar
zal voortduren en zal leiden tot een minder hoge economische groei in
2007 (2,5 procent).
De Chinese autoriteiten hebben recent nieuwe maatregelen genomen om de
exorbitante groei in te tomen. Deze maatregelen zullen enig dempend
effect hebben, maar desondanks zal vermoedelijk ook volgend jaar de
Chinese economische groei zeer hoog blijven (9,5 procent).
Economische groei eurogebied trekt aan
In het eurogebied zette het conjuncturele herstel in de eerste helft
van 2006 door, niet alleen door de uitvoer, maar ook door de opleving
van de investeringen en de consumptie. Ondanks dit herstel bleef de
nominale loonstijging gematigd. De vooruitzichten voor het eurogebied
zijn gunstig. Het consumentenvertrouwen is sterk verbeterd en het
vertrouwen van producenten is in zes jaar niet zo hoog geweest.
Desondanks zal de groei volgend jaar naar verwachting iets teruglopen,
voornamelijk door krap begrotingsbeleid in enkele grote eurolanden,
zoals Duitsland en Italië.
Nederlandse economie groeit stevig
Voor dit jaar wordt een economische groei voorzien van 3,25 procent,
die volgend jaar iets afvlakt tot 3 procent. Daarmee treedt een tweede
fase van het groeiherstel in, nadat de BBP-groei in de afgelopen twee
jaar al beduidend hoger lag dan in de magere jaren 2002 en 2003.
Gecorrigeerd voor seizoeninvloeden en werkdageffecten lag het
BBP-volume in het tweede kwartaal 1 procent hoger dan in het eerste
kwartaal. In dit decennium kwam een dergelijk hoge
kwartaal-op-kwartaalgroei slechts één keer eerder voor, te weten in het
eerste kwartaal van 2004.
Spanning in economie loopt op
De output gap, ofwel de verhouding tussen het feitelijke en het
geschatte potentiële productieniveau, was vorig jaar nog negatief, maar
wordt in 2006 en 2007 naar verwachting positief. Dit duidt op
toenemende spanning in de economie, die zowel op de arbeidsmarkt als de
goederenmarkt merkbaar wordt. Omdat de werkgelegenheid in 2006 en 2007
substantieel sneller stijgt dan het arbeidsaanbod, neemt de
werkloosheid in rap tempo af en de spanning op de arbeidsmarkt toe.
Gemiddeld bedraagt de werkloosheid volgend jaar waarschijnlijk 4,5
procent, dit is minder dan de geschatte evenwichtswerkloosheid. Ook de
bezettingsgraad in de marktsector, de indicator voor de spanning op de
goederenmarkt, loopt naar verwachting in de ramingsperiode op. De
voorziene investeringen zijn onvoldoende om de capaciteitsontwikkeling
in de pas te laten lopen met de productiegroei.
Consumenten en bedrijven geven meer geld uit
Vooral door de gunstige ontwikkeling van de werkgelegenheid en de
koopkracht neemt de particuliere consumptie dit en komend jaar naar
verwachting met 2 procent toe. De toegenomen consumptie komt met name
tot uiting in een stijging van het aantal verkochte duurzame goederen.
Door de hogere productie en het gunstige niveau van winstgevendheid is
het producentenvertrouwen flink gestegen en zijn ondernemers meer
geneigd om hun kapitaalgoederenvoorraad uit te breiden. Vermoedelijk
nemen de investeringen in machines voor het eerst sinds 1999 weer toe.
Vergeleken met de jaren negentig is overigens nog altijd sprake van een
relatief laag investeringsniveau.
Inflatie en loonstijging blijven gematigd
De contractloonstijging in de marktsector trekt naar verwachting aan
tot 1,75 procent in 2006 en 2 procent in 2007. De versnelling van de
contractloonstijging is bescheiden in het licht van de snelle
verbetering van de situatie op de arbeidsmarkt. Dit komt mede doordat
voor ongeveer eenderde van de werknemers al een cao voor geheel 2007 is
afgesloten, terwijl de conjuncturele situatie ten tijde van de
onderhandelingen minder gunstig was. De contractloonstijging ligt in
beide ramingsjaren iets boven de verwachte inflatie van 1,25 procent
dit jaar en 1,5 procent komend jaar. In beide jaren hebben diverse
overheidsmaatregelen een drukkend effect op de inflatie.
Koopkracht neemt toe
Na drie jaren van koopkrachtdaling gaan de meeste gezinnen er in 2006
en 2007 in koopkracht op vooruit, in doorsnee met 1,75 procent. De
spreiding in koopkrachtontwikkeling is dit jaar echter groot door de
overgang naar de nieuwe zorgverzekering, zodat er ook huishoudens op
achteruit gaat. Bij de huidige beleidsuitgangspunten neemt de
koopkracht volgend jaar in doorsnee met 1,25 procent toe, door
lastenverlichting en doordat de loonstijging wat boven de inflatie ligt.
Begroting in evenwicht
Naar verwachting is dit en volgend jaar nagenoeg sprake van
begrotingsevenwicht. De sterke verbetering van het EMU-saldo sinds 2003
is vooral het gevolg van substantiële ombuigingen en lastenverzwaringen
in 2004 en 2005 en van het conjuncturele herstel en de sterke stijging
van de gasbaten in 2006 en 2007. De overheidsschuld zal volgend jaar
waarschijnlijk voor het eerst in 25 jaar weer minder dan de helft van
het BBP bedragen.
Speciaal onderwerp: De betekenis van China voor de Nederlandse
economie
China kent door economische hervormingen sinds eind jaren tachtig een
spectaculaire economische groei van gemiddeld bijna 10 procent per
jaar. Dit ontwaken heeft de handel met Nederland sterk vergroot.
Bijna 8 procent van de Nederlandse invoer komt nu uit China; tweederde
daarvan wordt door Nederland weer uitgevoerd. Nederlandse investeringen
in China zijn daarentegen beperkt gebleven. De stormachtige opkomst van
China heeft geen duidelijke invloed gehad op de Nederlandse
arbeidsmarkt en inkomensverdeling, terwijl de inflatie door goedkope
invoer uit China wat is gedempt.
Speciaal onderwerp: Effectiviteit van de politie: van meer naar
beter blauw
Verschillende burgemeesters, waaronder die van Rotterdam en Maastricht,
hebben veiligheid tot hun prioriteit gemaakt. De grote nadruk op
veiligheid heeft ook geleid tot meer aandacht voor de effectiviteit van
de politie. Het prikkelen van de politie tot beter blauw is een meer
kosteneffectieve manier om de veiligheid te verhogen dan het vrijmaken
van middelen voor meer blauw. De uitdaging is dan het stimuleren van
een cultuur van experimenteren, monitoren en evalueren binnen de
politie, een noodzakelijke voorwaarde voor een effectievere inzet van
bestaande middelen.
De Macro Economische Verkenning 2007, ISBN 90-12-11701-1, is
vanaf heden verkrijgbaar bij:
Sdu Servicecentrum Uitgeverijen
Postbus 20024
2500 EA Den Haag
Telefoon: 070-3789880
Telefax: 070-3789783
De prijs is 26,45 euro.
De volledige publicatie is (gratis) beschikbaar als PDF-file op de
website van het Centraal Planbureau (www.cpb.nl).
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/87
CPB Persbericht nummer 2006/49
Meer over: CPB Persbericht nummer 2006/49|2006-09-16 22:59:21
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 49
Datum: 16 september 2006
Berichtgeving over nieuwe CPB-gegevens no claim onjuist
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft geen nieuw onderzoek gedaan naar
het effect van de no-claimregeling in de Zorgverzekeringswet. De
berichtgeving hierover in de media hedenmorgen is dan ook onjuist.
De in diverse kranten genoemde bedragen (2 miljard euro en 150 miljoen
euro) zijn in de discussie over dit onderwerp al eerder aan de orde
geweest, maar betreffen duidelijk verschillende zaken die niet met
elkaar gecombineerd mogen worden. De no-claimregeling leidt in 2006 tot
een financieringsverschuiving van 2 miljard euro. Dat wil zeggen dat de
zorgpremie 2 miljard euro lager uitkomt, en de eigen betalingen van
huishoudens 2 miljard euro hoger. De 150 miljoen euro betreft het
gedragseffect, de daadwerkelijke daling van de zorgconsumptie. De
CPB-inzichten hierover wijken niet wezenlijk af van die van het
kabinet, zoals die op 16 juni jongstleden naar de Tweede Kamer zijn
gestuurd (brief van de minister van VWS, 16 juni 2006).
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/78
CPB persbericht nummer 2006/47
Meer over: CPB persbericht nummer 2006/47|2006-09-13 18:23:45
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 47
Datum: 13 september 2006
Inlichtingen bij: Wim Suyker (tel: 070-3383456 en 06-24713671) en
Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477)
Opkomst China gunstig voor Nederlandse economie
Chinas spectaculaire economische groei in de afgelopen decennia heeft
per saldo een positief effect gehad op de Nederlandse economie.
Relatief goedkope importen hebben de Nederlandse inflatie verminderd.
De toegenomen exporten vanuit China hebben de rol van Nederland als
doorvoerland naar het Europese achterland versterkt. Negatieve effecten
in de vorm van economische herstructureringen blijken bescheiden te
zijn. Ondanks regelmatig geuite zorgen is er geen substantieel negatief
effect waarneembaar in de vorm van hogere werkloosheid of toegenomen
inkomensongelijkheid.
Het exportpakket van China blijkt slechts in zeer beperkte mate te
overlappen met het exportpakket van Nederland. Grote
concurrentie-effecten zijn dan ook niet te verwachten van de opkomst
van China.
Dit concludeert het Centraal Planbureau in het zojuist verschenen CPB
Document China and the Dutch economy; stylised facts and prospects.
Voor deze studie hebben onderzoekers van het CPB samengewerkt met
onderzoekers van De Nederlandsche Bank en van het in Londen gevestigde
National Institute of Economic and Social Research. Het onderzoek is
mede op verzoek van de Staatssecretaris van Economische Zaken
uitgevoerd.
Spectaculaire groei in China
Door economische hervormingen bedroeg sinds eind jaren tachtig van de
vorige eeuw de Chinese economische groei gemiddeld maar liefst bijna
10% per jaar; geen enkel ander land kende zon hoge groei. Door deze
spectaculaire groei is China nu de vierde economie van de wereld. Toch
blijft China een ontwikkelingsland. Het gemiddelde inkomen per hoofd is
er nu 25% van dat van Nederland, met grote binnenlandse
inkomensverschillen, met name tussen stad en platteland.
Handel Nederland China grotendeels aanvullend
De Nederlandse handel met China is spectaculair toegenomen en is goed
voor circa 23 000 banen in Nederland. Tot begin jaren tachtig stelde
deze handel nauwelijks iets voor; nu is China de vierde leverancier en
komt bijna 8% van de ingevoerde goederen daar vandaan. En voor de
nabije toekomst is de verwachting dat de uitvoer van China in de
komende vijf jaar nog eens zal verdubbelen. Door goedkope invoer uit
China is de Nederlandse inflatie 0,2% per jaar lager uitgekomen.
Hierdoor is het gemiddelde Nederlandse huishouden nu circa 300 euro per
jaar goedkoper uit.
De Nederlandse uitvoer naar China is momenteel 0,9% van de totale
uitvoer. Uitgedrukt als percentage van het BBP (0,6%) is daarmee de
betekenis van China voor Nederland vergelijkbaar met die voor de
overige lidstaten van het eurogebied.
Opvallend is dat China zich in de laatste decennia relatief sterk heeft
gespecialiseerd in de productie van technologisch meer hoogwaardige
producten. Daarbij gaat het in belangrijke mate om
assemblageactiviteiten. Veel van deze producten vinden via Nederland
een afzetmarkt in de rest van Europa. De opkomst van China heeft de rol
van Nederland als doorvoerland naar het Europese achterland versterkt.
Maar liefst tweederde van wat wij uit China invoeren, voeren wij direct
weer uit. Momenteel verlaten al dagelijks zon 1000 vrachtwagens de
Rotterdamse haven om Chinese producten verder te distribueren in
Europa; tegelijkertijd wordt een vergelijkbaar aantal containers
vervoerd per schip.
Goederen die China veel uitvoert, zijn in het productiepakket van
Nederlandse bedrijven relatief onbelangrijk. Dit geldt zowel voor
goederen gemaakt met veel laaggeschoolde arbeid (textiel, schoenen,
speelgoed), als voor technologie-intensieve consumentenelektronica die
in China wordt geassembleerd. De concurrentie-effecten voor Nederlandse
bedrijven zijn dus beperkt, zodat de opkomst van China ook niet zal
leiden tot drastische sectorale verschuivingen.
Geringe Nederlandse directe investeringen in China
De Nederlandse directe investeringen in China zijn zeer bescheiden qua
omvang. In 2005 is voor 1,7 miljard euro in China geïnvesteerd, slechts
0,3% van de totale buitenlandse investeringen van Nederlandse
bedrijven. Nederlandse bedrijven hebben vooral in China geïnvesteerd
omdat zij het als een interessante markt beschouwen. De lage loonkosten
zijn een veel minder belangrijk motief. Op termijn zullen er voor
Nederlandse bedrijven naar verwachting mogelijkheden ontstaan in China
op met name de markt voor diensten.
Nederlandse economie weinig gevoelig voor schokken in China
Er zijn enige risicos die de snelle ontwikkeling van de Chinese
economie kunnen afremmen. Op de korte tot middellange termijn bestaan
er gerede kansen op een inflatoire schok in China, tengevolge van
stijgende energieprijzen en hogere prijzen van Chinese
landbouwproducten. Andere mogelijke schokken betreffen een revaluatie
van de Chinese munt, de renminbi, en problemen voor het Chinese
bankwezen. De te verwachten effecten van dergelijke schokken op de
Nederlandse economie zijn blijkens simulatie-exercities beperkt.
Geen specifiek beleid
Specifieke beleidsmaatregelen om te voorkomen dat de opkomst van China
nadelig uitpakt voor de Nederlandse economie zijn niet nodig. Innovatie
blijft van belang, mede om de toenemende concurrentie op de wereldmarkt
en geleidelijke herstructurering in Nederland als gevolg van de opkomst
van China te verzachten. Het creëren van gunstige randvoorwaarden voor
bedrijven die via exporten of buitenlandse investeringen toegang willen
krijgen tot de Chinese markt, kan Nederlandse bedrijven in staat
stellen om de mogelijkheden van de opkomst van China goed te benutten.
Bovendien biedt de opkomst van China de Nederlandse economie
mogelijkheden om haar functie als gateway to Europe te
versterken,
met inachtneming van de consequenties voor het milieu.
CPB Document 127, China and the Dutch economy; stylised facts and
prospects, is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 9,- euro
De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de
website van het CPB (www.cpb.nl).
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/68
CPB-persbericht nummer 2006/44
Meer over: CPB-persbericht nummer 2006/44|2006-08-21 18:07:01
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 44
Datum: 21 augustus 2006
Inlichtingen bij: Paul Besseling (070-3383416) en Jacqueline Timmerhuis
(070-3383477)
De files tussen Almere en Amsterdam kunnen snel worden aangepakt
Een verbreding van de A1 plus enkele aansluitende wegen kan op
betrekkelijk korte termijn al wat doen aan de vele files op de wegen
van Almere en t Gooi naar Amsterdam. Dat kost 1 tot 1,5 mld euro.
Daarentegen is het niet zo eenvoudig om de files aan te pakken op de
ring ten zuiden van Amsterdam, de A9 van Diemen tot Schiphol. Het
afgelopen jaar werd gesproken over verschillende oplossingen, waaronder
een nieuw stuk weg met een tunnel langs het Naardermeer. Maar die
oplossingen helpen weinig om de reistijden op de zuidelijke ring te
bekorten. Bovendien zijn die oplossingen nogal duur: nog eens 1,5 tot
2,5 mld euro extra.
Dit concludeert het Centraal Planbureau op basis van de Aanvullende
Kosten-Batenanalyse Planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere van
Rijkswaterstaat. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft het CPB
gevraagd een second opinion op het onderzoek van Rijkswaterstaat uit te
brengen. In de second opinion, vandaag gepubliceerd als CPB Notitie,
plaatst het CPB enkele kritische kanttekeningen bij de aanpak van het
onderzoek.
Goed aan het onderzoek is dat Rijkswaterstaat nu een echte
knelpuntenanalyse heeft uitgevoerd voor de wegen in het studiegebied.
Daaruit blijkt dat de grootste knelpunten zich voordoen op de A1 en de
daarop aansluitende wegen. In Amsterdam is dat de A10-Oost, en richting
Almere is dat de A6. Voorts blijkt uitbreiding van de wegcapaciteit
juist op deze trajecten niet al te duur te zijn, alles bij elkaar 1 tot
1,5 mld euro. De bouwtijd kan beperkt blijven tot maximaal 4 jaar. Dit
heeft geleid tot een nieuwe variant, de Locatiespecifieke Variant
genoemd, waarvan de kosten-batenanalyse (KBA) een maatschappelijk
rendement van 5% tot 10% laat zien. Dat is tamelijk hoog.
Het onderzoek van Rijkswaterstaat werpt ook nieuw licht op de twee
varianten die al langer in discussie zijn, de zogenaamde
Stroomlijnvariant en Verbindingsvariant. Beide varianten omvatten, in
meerdere of mindere mate, ingrepen op de A6, de A1 en de A10, de
trajecten die in de Locatiespecifieke Variant aangepakt worden. Die
onderdelen van beide varianten lijken maatschappelijk rendabel. De
resterende onderdelen van beide varianten dragen echter heel weinig bij
aan de verbetering van de doorstroming van het verkeer. Het gaat dan
vooral om de A9 door Amsterdam Z-O, de A9 door Amstelveen en de
eventuele nieuwe weg met een tunnel langs het Naardermeer. Het
onderzoek van Rijkswaterstaat wijst uit dat sommige van die onderdelen,
zoals de tunnel, goedkoper zijn dan eerder werd berekend. Desondanks
laten aanvullende berekeningen van het CPB zien dat deze investeringen
vooralsnog maatschappelijk niet rendabel zijn. Dat komt omdat deze
resterende onderdelen weinig bijdragen aan het verhogen van de snelheid
op de zuidelijke ring. In het onderzoek van Rijkswaterstaat wordt dit
aspect onvoldoende naar voren gebracht.
Daarnaast plaatst de second opinion enkele kritische kanttekeningen
bij de presentatie van de uitkomsten en bij de onderzoeksmethode. Zo
zijn de berekeningen alleen uitgevoerd voor een scenario met een
relatief hoge groei van de toekomstige mobiliteit. Een analyse met
meerdere scenarios was op zijn plaats geweest.
De CPB Notitie Second
opinion op de Aanvullende KBA
Planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere is (gratis) beschikbaar als
PDF-bestand
op de website van het CPB (www.cpb.nl).
De CP
--
Janneke Rijn
Centraal Planbureau
Sector Arbeidsmarkt en welvaartsstaat
Bezoekadres: Centraal Planbureau, Van Stolkweg 14, 2585 JR Den Haag
Postadres: Postbus 80510, 2508 GM Den Haag
Telefoon: (070) 338 3343
Telefax: (070) 338 33 50
Internet: http://www.cpb.nl/nl/general/sector1/
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/749
CPB-persbericht nummer 2006/43
Meer over: CPB-persbericht nummer 2006/43|2006-08-19 09:54:39
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 43
Datum: 18 augustus 2006
Inlichtingen bij: Dick Morks (tel: 070-3937483)
Geen CPB-informatie over verkiezingsprogramma's
In diverse media verschijnen berichten als zou het CPB naar aanleiding
van het verschijnen van het verkiezingsprogramma van het CDA informatie
hebben verstrekt. Deze berichten zijn onjuist. Het CPB doet geen enkele
mededeling naar aanleiding van het verschijnen van welk
verkiezingsprogramma dan ook, tot 26 oktober, wanneer de resultaten van
de doorrekening van de verkiezingsprogramma's van alle partijen in een
persconferentie openbaar zullen worden gemaakt.
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/746
CPB-persbericht nummer 2006/42
Meer over: CPB-persbericht nummer 2006/42|2006-08-02 00:49:01
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 42
Datum: 31-7-2006
Inlichtingen bij: Sjef Ederveen (tel: 070-3383373), Arjan Lejour (tel:
070-3383311), of Dick Morks (tel: 070-3383410)
Beperkte rol Europa bij versterken hoger onderwijs
Onderwijsbeleid wordt voornamelijk op nationaal niveau bepaald. Er is
weinig reden om dit naar Europees niveau te tillen. Een grotere markt
is geen garantie voor hogere kwaliteit van het hoger onderwijs. Ook de
effecten van internationale kennisoverdrachten door studenten lijken
niet groot. Wel vinden we dat studentenmobiliteit leidt tot meer
arbeidsmobiliteit. Dit biedt een rechtvaardiging voor lichte vormen van
coördinatie, zoals het verhogen van de transparantie binnen het hoger
onderwijs en erkenning van diplomas.
Dit concluderen onderzoekers Laura Thissen en Sjef Ederveen van het
Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen CPB Discussion
Paper 'Higher education: Time for coordination on a European level?
Hoger onderwijs is altijd een zaak van nationale overheden geweest,
niet van de Europese Unie. Er zijn twee theoretische motieven om
coördinatie van hoger onderwijs naar Europees niveau te tillen.
Enerzijds zijn er mogelijk voordelen van een grotere markt
(schaalvoordelen). Anderzijds is het mogelijk dat nationaal
onderwijsbeleid onvoldoende rekening houdt met de effecten voor andere
landen (externe effecten). In de praktijk zijn deze redenen vooral van
belang als studenten internationaal mobiel zijn. Dit Discussion Paper
onderzoekt de relevantie van deze motieven voor het hoger onderwijs.
Internationale kennisoverdrachten (externe effecten) en concurrentie op
kwaliteit tussen universiteiten (schaalvoordelen) doen zich alleen voor
als studenten daadwerkelijk in andere landen gaan studeren.
Studentenmobiliteit is de laatste decennia enorm toegenomen, maar ligt
nog steeds onder de door de Europese Commissie gestelde doelen. De
onderzoekers doen een empirische analyse naar de determinanten van
studentenmobiliteit binnen de EU. Zij vinden aanwijzingen dat
studenten kwaliteit van het onderwijs belangrijk vinden in hun keuze
voor een onderwijsinstelling in het buitenland. Grootschalige
concurrentie op basis van kwaliteit is in de EU echter nog ver weg,
omdat de meeste studenten bij voorkeur dicht bij huis studeren en
nationale instituties vaak ook een blokkade voor effectieve
concurrentie opwerpen.
Schaalvoordelen doen zich voor als grotere landen of grotere scholen
een hogere kwaliteit onderwijs bieden. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat
op een grotere markt meer concurrentie is om de beste studenten aan te
trekken. Hierdoor kan een voedingsbodem voor topuniversiteiten
ontstaan. De onderzoekers vinden echter weinig bewijs voor het bestaan
van zulke schaalvoordelen. De kwaliteit van het hoger onderwijs is niet
noodzakelijkerwijs hoger in grotere landen of bij grotere
onderwijsinstellingen. Selectie van studenten lijkt belangrijker voor
de kwaliteit van de universiteit dan de schaal.
Grensoverschrijdende externe effecten kunnen zich onder andere voordoen
als studenten in een ander EU-land gaan studeren en met de daar
opgedane kennis hun eigen universiteit na terugkomst bevoordelen.
Andersom kan ook: de hoog opgeleide student kan met zijn kennis het
onderwijsniveau aan de buitenlandse universiteit verhogen. Er is echter
weinig empirisch bewijs voor het belang van dit soort
kennisoverdrachten door studentenmobiliteit. Wel zijn er aanwijzingen
dat studentenmobiliteit een voorloper is van arbeidsmobiliteit. Het ene
EU-land kan de opleiding van de werknemer in spe betalen terwijl het
EU-land waar hij gaat werken, hiervan profiteert. Dat zou een reden
vormen voor verdere coördinatie op EU-niveau. Grote effecten mogen
hiervan op korte termijn niet verwacht worden, omdat de
arbeidsmobiliteit tussen EU-landen gering is en afhankelijk van een
scala aan factoren.
CPB Discussion Paper 68, Higher education: Time for coordination on
a European level?, is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 9,- euro
De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand.
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/707
CPB-persbericht nummer 2006/41
Meer over: CPB-persbericht nummer 2006/41|2006-07-11 20:19:41
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 41
Datum: 11 juli 2006
Inlichtingen bij: Maarten Cornet (tel: 070-3383424), Free Huizinga
(tel: 070-3383375), of Jacqueline Timmerhuis (tel: 070 - 3383 477)
Kansrijk kennisbeleid
Extra overheidsbeleid op het terrein van onderwijs, onderzoek en
innovatie kan de welvaart in Nederland verhogen. Zo zijn het verhogen
van de kwaliteit van leraren en het uitbreiden van voor- en
vroegschoolse educatie voor risicoleerlingen kansrijke opties op het
terrein van onderwijs. Extra fiscale steun voor startende innovatoren
is een kansrijke beleidsoptie om innovatie te bevorderen. Een
effectieve stimulans voor de wetenschap is om de bekostiging van
onderzoek aan universiteiten, de zogenoemde eerste geldstroom, sterker
afhankelijk te maken van onderzoeksprestaties.
Dit concludeert het Centraal Planbureau in de vandaag verschenen studie
Kansrijk Kennisbeleid. Hierin onderzoekt het planbureau welke
beleidsopties bij onderwijs, onderzoek en innovatie in de praktijk
daadwerkelijk voldoende vruchten afwerpen, zodat ze opwegen tegen de
maatschappelijke kosten. Er is vooral gebruik gemaakt van empirische
evaluatiestudies van eerder, soortgelijk beleid in binnen- en
buitenland.
Kansrijk onderwijsbeleid
De eerste kansrijke optie is het verhogen van de kwaliteit van leraren.
Onderzoek laat zien dat een verhoging van de kwaliteit van leraren kan
leiden tot substantiële verbeteringen in de prestaties van leerlingen.
Stevig bewijs wordt geleverd in een recente studie waarin een half
miljoen leerlingen in de Amerikaanse staat Texas meerdere jaren zijn
gevolgd. Scholing van leraren en financiële prikkels blijken kansrijke
manieren te zijn om de kwaliteit van leraren en hun prestaties te
verbeteren. Over de effectiviteit van andere mogelijke beleidsopties op
dit terrein is (nog) geen hard onderzoek beschikbaar.
Een tweede kansrijke optie is voor- en vroegschoolse educatie gericht
op risicoleerlingen. In de Verenigde Staten zijn verschillende
projecten uitgevoerd met kinderen uit achterstandsgroepen. Op basis van
loting werd bepaald welke kinderen mochten deelnemen aan educatieve
programmas en welke kinderen geen educatief programma kregen
aangeboden. De ervaringen van deze kinderen in en na het onderwijs zijn
gevolgd, soms wel 30 jaar lang. Daaruit komt naar voor dat deze
programmas omvangrijke baten voor de samenleving en de deelnemers
opleveren, zoals een verbetering van de kansen op de arbeidsmarkt en
een vermindering van criminele activiteiten.
Een derde kansrijke optie is beleid gericht op het verminderen van
voortijdig schoolverlaten. Verlaging van schooluitval vermindert het
latere beroep op de sociale zekerheid en de kans op crimineel gedrag.
Een inventarisatie van studies met een experimentele opzet geeft twee
veelbelovende richtingen aan. In de eerste plaats blijken projecten die
gebruik maken van financiële prikkels voor leerlingen, leraren en
scholen effectief te zijn. Positieve ervaringen zijn hiermee opgedaan
in het Verenigd Koninkrijk, de VS en Israël. Daarnaast zijn
veelbelovende ervaringen opgedaan met langdurige en intensieve
programma's met coaches, gericht op de sociale ontwikkeling van
risicojongeren.
Een vierde kansrijke optie is het invoeren van een sociaal leenstelsel
in het hoger onderwijs. Het doel van de introductie van een sociaal
leenstelsel is het bevorderen van de efficiëntie van de inzet van
publieke middelen in het hoger onderwijs. Een ander doel is het
behouden van de toegankelijkheid tot het hoger onderwijs wanneer
kwaliteit en collegegeld gedifferentieerd zijn. Een sociaal leenstelsel
laat studenten hun studielening terugbetalen afhankelijk van hun latere
inkomen. In Australië is in 1989 een sociaal leenstelsel geïntroduceerd
in de vorm van het zogenoemde Higher Education Contribution Scheme
(HECS). Voor de introductie van het HECS kende Australië geen private
bijdragen aan hoger onderwijs. Door de introductie steeg de private
bijdrage in de gemiddelde directe kosten van hoger onderwijsprogrammas
naar 23%. Verschillende evaluaties laten zien dat de deelname aan het
hoger onderwijs in Australië niet is afgenomen na de introductie van
het HECS.
Kansrijk onderzoeks- en innovatiebeleid
Een eerste kansrijke beleidsoptie is een uitbreiding van de faciliteit
voor startende innovatoren in de Wet Bevordering Speur- en
Ontwikkelingswerk (WBSO). Jonge bedrijven met eigen R&D hebben
hierdoor recht op een extra korting op de af te dragen loonbelasting en
premies volksverzekeringen vanwege hun R&D-werkers. Empirisch
onderzoek laat zien dat een euro overheidsgeld besteed aan deze
faciliteit 50 tot 80 cent extra speur- en ontwikkelingswerk oplevert.
Dit onderzoeksresultaat gecombineerd met het hoge maatschappelijk
rendement op R&D maakt aannemelijk dat deze beleidsoptie de
welvaart verhoogt.
Een tweede kansrijke beleidsoptie is een uitbreiding van een faciliteit
voor fondsen die risicokapitaal verstrekken van een beperkte omvang.
Studies geven aan dat de risicokapitaalmarkt voor dit type leningen
daadwerkelijk knelpunten kent. Empirisch onderzoek uit het Verenigd
Koninkrijk wijst erop dat overheidsbeleid deze knelpunten kan
aanpakken. Dat beleid moet wel zodanig worden vormgegeven, dat private
investeerders beslissen of een bedrijf een lening verkrijgt of niet, en
dat deze private partijen in het risico delen.
Een derde kansrijke beleidsoptie is het gastvrij toelaten van
hoogopgeleide buitenlanders tot Nederland. Hoogopgeleide buitenlanders
brengen kennis mee waar andere mensen en bedrijven van kunnen leren.
Studies laten zien dat fysieke nabijheid dat leren bevordert. Eerdere
ervaringen met het versoepelen van de drempels tot de Nederlandse
arbeidsmarkt geven aan hoe deze beleidsoptie vormgegeven kan worden.
Een vierde kansrijke beleidsoptie is de bekostiging van onderzoek aan
universiteiten (de zogenoemde eerste geldstroom) sterker afhankelijk te
maken van onderzoeksprestaties. Ervaringen uit het Verenigd Koninkrijk
met de Research Assessment Exercise geven aan dat een versterking van
de onderzoeksprestatieprikkels voor universiteiten leidt tot een
stijging van de (kwaliteit van) de wetenschappelijke productie en tot
een concentratie van onderzoeksmiddelen bij de beste
onderzoeksuniversiteiten.
Het oordeel over een algemene intensivering van de Wet Bevordering
Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) is gedifferentieerd. Empirisch
onderzoek geeft aan dat een beperkte intensivering een neutraal
welvaartseffect heeft. Onbekend is het welvaartseffect van een
substantiële intensivering. Er is wel empirie over de welvaartsbijdrage
van de WBSO als geheel. Hieruit blijkt dat handhaven van het instrument
zinvol is.
Niet kansrijk beleid
Verschillende besproken beleidsopties blijken op grond van empirisch
onderzoek niet kansrijk te zijn. Een reden kan zijn dat de
beleidsoptie niet effectief is, bijvoorbeeld omdat het beleid
activiteiten stimuleert die private marktpartijen ook zonder dat beleid
zouden uitvoeren. Een andere mogelijkheid is dat het beleid zo kostbaar
is dat de maatschappelijke baten niet opwegen tegen die kosten.
De studie bespreekt een aantal van zulke opties. Een voorbeeld is het
afschaffen of verminderen van centrale toetsen en examens of van de
vrije schoolkeuze. Deze opties belemmeren de marktwerking in het
onderwijs. Uit Europees en Amerikaans onderzoek blijkt dat de
prestaties van leerlingen hoger zijn in onderwijssystemen die wel
gebruik maken van centrale toetsing. Amerikaans onderzoek laat zien dat
ouders de beoogde effecten van een beperking van de vrije schoolkeuze
ongedaan maken via hun keuze waar te gaan wonen.
Ook zijn er beleidsopties waarvan op basis van de huidige inzichten
geen positieve of negatieve uitspraak gedaan kan worden over hun
maatschappelijke nut. Soms is over dit beleid helemaal geen
overtuigende evaluatie beschikbaar. Soms ook spreken de beschikbare
studies elkaar tegen.
Kanttekeningen
De conclusies over kansrijke opties hebben steeds betrekking op een
beperkte aanpassing in het huidige beleidspakket. Onderwerp van
discussie is bijvoorbeeld niet de welvaartsbijdrage van publieke
financiering van het onderwijs in zijn geheel, maar uitbreiding van
bepaalde onderdelen of van een verschuiving in de financiering ervan.
De beoordeling van de voorstellen gebeurt ook steeds tegen de
achtergrond van de bestaande kennisinfrastructuur op het betreffende
gebied. Een andere kanttekening is dat het rapport zeker niet alle
mogelijke beleidsopties bespreekt. Het rapport richt zich op
beleidsopties die nu in de Nederlandse beleidsdiscussie een belangrijke
rol spelen en waarvoor in de internationale empirische literatuur
overtuigende evaluaties voorhanden zijn. Het gaat dus om beleidsopties
waar in het verleden al ervaring mee is opgedaan. De studie bevat geen
verkenning van mogelijke nieuwe beleidsopties.
Onzekerheden
De onzekerheid over de welvaartsbijdrage van extra kennisbeleid is nog
steeds groot. Relatief veel informatie is gebaseerd op buitenlands
onderzoek. Het is op voorhand niet duidelijk in hoeverre dit beleid in
Nederland tot dezelfde resultaten zou leiden. Zo zijn bijvoorbeeld de
beleidsvoorstellen die in Nederland circuleren vrijwel nooit exact
dezelfde als die in het buitenland. Ogenschijnlijk kleine verschillen
in uitwerking van hetzelfde beleidsidee kunnen toch belangrijke
verschillen in uitkomsten genereren. The devil is in the details is
een gevleugelde uitspraak bij het concreet uitwerken van kennisbeleid.
Op het terrein van onderwijs worden deze problemen verminderd doordat
er meer studies beschikbaar komen die in verschillende omstandigheden
toch soortgelijke resultaten vinden. Bovendien bestaat er ook steeds
meer Nederlands onderzoek. Daardoor kan er nu voor een aantal
beleidsvoorstellen op dit terrein een redelijk overtuigende uitspraak
gedaan worden over de vraag of dit beleid kansrijk is. Bij onderzoek en
innovatie is het minder vaak mogelijk harde conclusies te trekken.
CPB Document 124, Kansrijk kennisbeleid, ISBN: 90-5833-282-9,
is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 9,- euro
De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de
website van het CPB (www.cpb.nl).
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/667
CPB-persbericht nummer 2006/39
Meer over: CPB-persbericht nummer 2006/39|2006-06-17 20:35:44
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer:
Datum: 15 juni 2006
Inlichtingen bij: Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477), Johan
Verbruggen (tel: 070-3383404), of Hans Stegeman (tel: 070-3383419)
Economische groei trekt stevig aan
De Nederlandse economie zit in de lift. De economische groei trekt dit
jaar aan tot 3%, om volgend jaar iets terug te vallen tot 2,75%.
In meerdere opzichten markeert 2006 een ommekeer. Zo groeit de economie
in Nederland voor het eerst deze eeuw sneller dan gemiddeld in het
eurogebied. De gezinsbestedingen nemen toe door herstel van de
koopkracht en groei van de werkgelegenheid. Daarnaast stijgen de
investeringen en de uitvoer. De werkloosheid daalt in rap tempo. De
overheidsbegroting is volgend jaar vrijwel in evenwicht.
Dit zijn enkele hoofdpunten uit de vandaag openbaar gemaakte
korte-termijnraming van het CPB. De economische vooruitzichten zijn
gepubliceerd in de CPB Nieuwsbrief 2006/2.
Gunstig internationaal beeld
De internationale economische vooruitzichten, die voor de ontwikkeling
van de Nederlandse economie bepalend zijn, zijn gunstig voor 2006 en
2007. De groei in de VS trok in het eerste kwartaal fors aan, na eind
vorig jaar te zijn gedrukt door de orkanen Katrina en Rita. Doordat het
monetaire beleid niet langer expansief is en de kapitaalmarktrentes
duidelijk zijn gestegen, zal de groei volgend jaar naar verwachting wel
wat afvlakken. De opkomende Aziatische economieën blijven zich in beide
jaren zeer dynamisch ontwikkelen.
De groei van het bruto binnenlands product (BBP) in het eurogebied
loopt naar verwachting op van 1,3% in 2005 tot 2,25% in 2006, het
hoogste groeicijfer sinds 2000. De belangrijkste bijdrage komt van de
uitvoer en de investeringen. Komend jaar valt de BBP-groei in het
eurogebied naar verwachting licht terug, voornamelijk door het
restrictieve begrotingsbeleid in Duitsland, de recente appreciatie van
de euro en de voorziene renteverhogingen.
Recordprijs olie
De olieprijs steeg dit jaar verder, tot circa 70 dollar per vat Brent
in april en mei. Deze hoge prijs is zowel het gevolg van politieke
ontwikkelingen die de onzekerheid over het toekomstige aanbod hebben
vergroot als van de stevige vraagtoename gedurende de afgelopen jaren
bij een relatief beperkte aanbodstijging. Voor 2007 is gerekend met een
blijvend hoge olieprijs van 70 dollar per vat.
Nederlandse economie floreert door toename binnenlandse bestedingen&
Het CPB verwacht dat de economische groei dit jaar 3% bedraagt en
volgend jaar iets terugvalt naar 2,75%. In tegenstelling tot voorgaande
jaren zullen de totale binnenlandse bestedingen (consumptie,
investeringen en overheidsuitgaven) weer een substantiële bijdrage
leveren. Het totaal beschikbaar inkomen van gezinnen stijgt door een
herstel van de werkgelegenheid en de koopkracht. Dit heeft een positief
effect op de groei van de particuliere consumptie in beide ramingsjaren.
De bedrijfsinvesteringen nemen vermoedelijk fors toe. Het
producenten-vertrouwen bereikte in april het hoogste niveau sinds 2000.
De verwachte opleving van de productiegroei zorgt voor een stijging van
de bezettingsgraad en de winstgevendheid. Vooral in machines en
computers wordt dit jaar meer geïnvesteerd; resultaat is dat de totale
bedrijfsinvesteringen met 8,5% kunnen toenemen. Volgend jaar vertraagt
deze groei naar verwachting tot 4%, vooral door minder investeringen in
de luchtvaartsector en het openbaar vervoer.
&en meer uitvoer
De uitvoer blijft in zowel 2006 als 2007 een aanzienlijke bijdrage
leveren aan de economische groei. Vooral de aantrekkende Europese
economie speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast zal de
prijsconcurrentiepositie naar verwachting in 2007 voor het eerst dit
decennium een bescheiden verbetering laten zien. De in Nederland
geproduceerde uitvoer zal in 2006 het hoogste groeicijfer sinds 2000
bereiken.
De stormachtige expansie van de wederuitvoer gaat ook in 2006 en 2007
onverminderd door. Gestuwd door de opkomst van China als fabrikant van
met name consumentenelektronica neemt de wederuitvoer naar verwachting
in beide jaren met dubbele cijfers toe.
Werkloosheid daalt in rap tempo
De werkloosheid is sinds eind 2005 aanzienlijk gedaald. Voor het eerst
sinds 2002 neemt de werkgelegenheid substantieel toe. Volgend jaar
trekt deze naar verwachting flink verder aan. De werkloosheid neemt
hierdoor in twee jaar tijd met 135 000 personen af, een daling van
bijna 30%. De daling is volgend jaar het sterkst, omdat de
werkgelegenheid altijd met enige vertraging reageert op de productie.
Loon- en prijsstijgingen blijven gematigd
De inflatie, die vorig jaar nog uitkwam op 1,7%, wordt voor dit jaar
geraamd op 1,25%. Het afschaffen van het gebruikersdeel van de
onroerend-zaakbelasting (OZB) heeft dit jaar een drukkend effect, maar
volgend jaar niet meer. Ook de arbeidskosten per eenheid product stuwen
de inflatie in 2007 op. Daartegenover staat dat de prijs van energie
dan vermoedelijk minder bijdraagt aan de prijsstijging. Per saldo komt
de inflatie volgend jaar naar verwachting uit op 1,5%.
De contractloonstijging ligt in beide ramingsjaren naar verwachting
iets boven de inflatie. Vooral als gevolg van de dalende werkloosheid
versnelt de contractloonstijging van 1¾% dit jaar naar 2% volgend jaar.
Begrotingssaldo nadert evenwicht
Het begrotingstekort, dat in 2003 nog ruim 3% bedroeg, verdwijnt als
sneeuw voor de zon. Voor dit en volgend jaar wordt, ondanks extra
uitgaven wegens intensiveringen, nog slechts een klein tekort verwacht.
Dit komt mede door extra gasbaten door de hoge olieprijs, het
aantrekken van de conjunctuur en het effect van eerder genomen
beleidsmaatregelen om het aantal uitkeringen terug te dringen.
Verder in CPB Nieuwsbrief 2006/2
Naast de economische vooruitzichten voor 2006 en 2007 bevat dit nummer
van de CPB Nieuwsbrief een column van directeur Coen Teulings over een
mogelijke tweede stap in de stelselherziening zorg, alsmede artikelen
over: het groeipotentieel van de Nederlandse economie op de middellange
termijn; het budgettair beeld in de volgende kabinetsperiode; de
zorguitgaven, ook in de volgende kabinetsperiode; SAFFIER, het
CPB-model voor de korte en de middellange termijn; pensioensparen en
levensloop; de effecten van de nieuwe bijstandswet op in- en uitstroom;
en kinderopvang en betaald ouderschapsverlof. Voorts bevat de
Nieuwsbrief een overzicht van de CPB-publicaties van de afgelopen
maanden.
De CPB Nieuwsbrief 2006/2, het artikel Economische groei trekt
stevig aan en de bijbehorende kerngegevenstabel zijn (gratis)
beschikbaar als aparte PDF-bestanden op de website van het CPB
(www.cpb.nl).
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/574
cpb persbericht 40
Meer over: cpb persbericht 40|2006-06-17 20:35:44
CENTRAAL PLANBUREAU
Onderwerp: persbericht
Nummer: 40
Datum: 16 juni 2006
Inlichtingen bij: Marc Pomp (tel: 070 - 3383
408 of 06 - 20 295 293), Esther Mot
(tel: 070 - 3383 318) of Jacqueline
Timmerhuis (tel: 070 - 3383 477)
Hervormingen nodig om ouderenzorg doelmatiger te maken
Om de doelmatigheid van de ouderenzorg te vergroten zijn ingrijpende
aanpassingen nodig. Onder een aantal voorwaarden lijkt overheveling
naar de zorgverzekeraars de grootste kans op doelmatigheidswinst op te
leveren. Die voorwaarden hebben onder meer betrekking op de borging van
kwaliteit en toegankelijkheid en op de afstemming met gemeentelijke
taken rond wonen en welzijn. Of aan die voorwaarden kan worden voldaan
valt nu nog niet te zeggen. De komende jaren kunnen worden benut om
deze onzekerheden terug te dringen, om daarna een goed onderbouwde
keuze voor een nieuw model van de ouderenzorg te maken.
Dit concludeert het CPB in het vandaag verschenen CPB Document 'Handle
with care! Sturingsmodellen voor een doelmatige ouderenzorg'. Het
onderzoek verkent opties gericht op vergroting van de doelmatigheid in
de AWBZ-gefinancierde ouderenzorg: de zorg in verpleeg- en
verzorgingshuizen, in de dagopvang en bij ouderen thuis (thuiszorg). In
totaal gaat het thans jaarlijks om ruim 11 miljard euro.
Drie opties voor vergroten doelmatigheid in ouderenzorg
De verantwoordelijkheid voor de zorginkoop is op dit moment
ondergebracht bij regionale zorgkantoren. Omdat zorgkantoren geen
risico lopen over de kosten van de ingekochte zorg zijn de prikkels
voor doelmatigheid zwak. Drie opties dienen zich aan om deze prikkels
te versterken:
Zorgkantoren risicodragend maken voor de kosten van de
zorginkoop;
Overheveling van de ouderenzorg naar de basisverzekering van de
Zorgverzekeringswet. De verantwoordelijkheid voor de ouderenzorg berust
dan bij zorgverzekeraars;
Overheveling van de verantwoordelijkheid voor de ouderenzorg naar
gemeenten.
De huidige organisatie van de ouderenzorg
Op dit moment zijn zorgkantoren grotendeels verantwoordelijk voor de
inkoop van de AWBZ-gefinancierde ouderenzorg bij thuiszorginstellingen,
verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Nederland is hiervoor verdeeld in
32 regio's. In elke regio is één zorgkantoor actief. Zorgkantoren zijn
onderdeel van een zorgverzekeraar, doorgaans de grootste
zorgverzekeraar in de regio. Zorgkantoren hebben geen prikkel om te
investeren in doelmatige inkoop - eerder een prikkel om hier niet in te
investeren, omdat opbrengsten van doelmatige inkoop terugvloeien in de
algemene kas terwijl de kosten ten laste komen van het budget van het
zorgkantoor.
Optie 1: Risicodragend maken van zorgkantoren
Bij deze optie behoudt het zorgkantoor zijn huidige taken, maar
prikkels om doelmatig in te kopen worden versterkt. Dit is te bereiken
door de zorgverzekeraar die het zorgkantoor exploiteert risicodragend
te maken voor de zorginkoop. Dit betekent dat eventuele winsten of
verliezen op de zorginkoop ten bate of laste komen van de
zorgverzekeraar die het zorgkantoor exploiteert.
Optie 2: Overheveling van de ouderenzorg naar de
Zorgverzekeringswet (Zvw)
Deze optie houdt in dat de ouderenzorg deel gaat uitmaken van het
basispakket in de Zvw. Ouderen kunnen dus zelf de verzekeraar kiezen
die de ouderenzorg voor hen inkoopt. Hierbij is sprake van
concurrerende risicodragende verzekeraars. Winsten of verliezen op de
zorginkoop komen direct ten bate of laste van de zorgverzekeraar waar
de ouderen verzekerd zijn.
Optie 3: Overheveling van de ouderenzorg naar gemeenten
De recent aangenomen Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO),
die op 1 januari 2007 ingaat, regelt de overheveling van huishoudelijke
verzorging naar de gemeente. Bij deze optie wordt de ouderenzorg
ondergebracht bij de gemeenten, die ook het financiële risico lopen
over de uitvoering.
Optie 2 scoort het hoogst, mits...
Overheveling naar de Zvw levert in beginsel de sterkste
doelmatigheidsprikkels op. Bovendien heeft dit sturingsmodel als
belangrijk voordeel dat ouderen zelf hun zorginkoper kunnen kiezen (de
zorgverzekeraar). Hier kan een belangrijke kwaliteitsprikkel van
uitgaan, mits verzekeraars ouderen graag als klant willen hebben en
mits ouderen hun keuze kunnen en willen baseren op betrouwbare
kwaliteitsinformatie. Ook is het van belang dat geen knelpunten
ontstaan met gemeentelijke taken rond zorg en welzijn van ouderen.
Voorwaarde 1: goede risicoverevening èn onafhankelijke
indicatiestelling
Of zorgverzekeraars ouderen graag als klant zien hangt af van de
risicoverevening. Goede risicoverevening vereist dat
ziektekostenverzekeraars gecompenseerd worden voor de redelijkerwijs te
maken kosten van ouderenzorg. Zo niet, dan hebben zorgverzekeraars een
sterke prikkel om ouderen te mijden door te beknibbelen op de kwaliteit
en de toegankelijkheid van de ingekochte zorg voor ouderen. De
noodzakelijke aanpassingen in de risicovervening vereisen dat een
onafhankelijke instantie belast blijft met de indicatiestelling.
Bevordering van doelmatigheid bij de indicatiestelling verdient daarom
aparte aandacht.
Voorwaarde 2: transparante kwaliteit
Zelfs bij goede risicoverevening kan overheveling van de ouderenzorg
naar zorgverzekeraars ten koste gaan van kwaliteit en toegankelijkheid.
Dit is het geval als goede kwaliteitsinformatie ontbreekt. Het is van
belang de kwaliteit van de ouderenzorg transparant te maken. In het
verlengde daarvan kan worden verkend of het mogelijk is de kwaliteit te
borgen door minimum-kwaliteitseisen op te nemen in de polisvoorwaarden.
Voorwaarde 3: schottenproblemen oplossen
Door overheveling van de ouderenzorg naar zorgverzekeraars verbetert de
samenhang tussen AWBZ en curatieve zorg, maar kunnen knelpunten
ontstaan met gemeentelijke taken rond zorg en welzijn van ouderen
(zoals deze ook nu bestaan tussen AWBZ en gemeentelijke taken).
Gemeentelijke investeringen in aangepaste woningen, diensten zoals
maaltijden en huishoudelijke hulp, en vervoer voor ouderen zijn nodig
om ondoelmatig verblijf in verpleeg- en verzorgingshuizen tegen te
gaan. Dit levert vaak besparingen op en komt waarschijnlijk tegemoet
aan de voorkeuren van veel ouderen. Op dit moment is de prikkel voor
gemeenten om te investeren in dergelijke voorzieningen gering, omdat de
opbrengsten neerslaan bij de AWBZ. Overheveling van de ouderenzorg naar
de Zvw lost dit schottenprobleem niet op. Het is nog niet duidelijk in
hoeverre dit probleem met aanvullend beleid is te ondervangen.
Eerst onzekerheden reduceren, dan pas de knoop doorhakken
De geschetste onzekerheden en risico's belemmeren een weloverwogen
keuze voor een bepaald sturingsmodel voor de ouderenzorg. De komende
jaren kunnen worden benut om de vereiste aanpassingen in de
risicoverevening voor te bereiden, na te gaan of gemeentelijke
verdeelmodellen voor de ouderenzorg mogelijk zijn, om verder te gaan
met het transparant maken van kwaliteit en om te verkennen hoe het
schottenprobleem met de gemeenten kan worden opgelost. Ook kunnen
nadere stappen worden gezet richting deregulering van het zorgaanbod.
Afhankelijk van de mate waarin dit allemaal lukt, kan over een paar
jaar een weloverwogen keuze voor een nieuwe sturingsmodel worden
gemaakt.
CPB Document 122 'Handle with care! Sturingsmodellen voor een
doelmatige ouderenzorg' , ISBN 90-5833-279-9 is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl
Prijs: 9,- euro
De publicatie is
tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand.
Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet
de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt
u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die
verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van
berichten.
This message may contain information that is not intended for you. If you are
not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are
requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no
liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the
electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/584
Het testen van toesta | consumentendivisie | investeringsbeslissing in Republiek Zaïre | spenen in Frankrijk | maandsalarissen | afweten in Cambodja | horlogekasten in India | tussenzinnen in Bhutan | Het automatiseren van schildersezels | rangeerdeel | afhandeling in Amerikaans-Samoa | Het keuren van faciliteiten | De verkoop van declareer in Kirgiszstan | Het kwijtraken van militieleiders in Libanon | abstracta in Rusland | Jodendom | Het keuren van gangetjes | ontroostbaarder | De aankoop van Dracula in Armenië | gegatlikt | Het achterhouden van ballonbanden