CPB Persbericht nummer 51

CPB persbericht 63
Meer over: CPB persbericht 63|2006-12-07 17:25:03
CENTRAAL PLANBUREAU                                  Onderwerp: persbericht Nummer: 63 Datum: 7 december 2006 Inlichtingen bij: Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477) of Johan Verbruggen (tel: 070-3383404)   Gunstige vooruitzichten voor Nederlandse economie De Nederlandse economie is opgebloeid. Zowel 2006 als 2007 laat naar verwachting een economische groei zien van 3% per jaar. De groei wordt breed gedragen; zowel de consumptieve bestedingen door gezinnen, de investeringen door bedrijven als de uitvoer nemen flink toe. De spanningen op de arbeidsmarkt lopen op. Toch blijven de inflatie en de contractloonstijging ook komend jaar beperkt. De overheid heeft haar huishoudboekje weer redelijk op orde; zowel in 2006 als 2007 wijkt het begrotingssaldo maar weinig af van nul. Dit zijn de hoofdpunten van de vandaag verschenen raming van het CPB voor de economische ontwikkeling in Nederland in 2006 en 2007. De raming is gepubliceerd in de CPB Nieuwsbrief 2006/4. In de nieuwsbrief staat verder een column van de nieuwe CPB-onderdirecteur George Gelauff over omgaan met onzekerheid, een interview met het IMF over de Nederlandse begroting, een artikel over ontslagbescherming en een artikel over de onzekerheid bij grote infrastructurele werken. De nieuwsbrief is ook (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl).   Internationale economische groei vlakt af De Amerikaanse economische groei is in het derde kwartaal duidelijk afgezwakt door de scherpe daling van de investeringen in woningen. Gezien de recente verdere afname in bouwvergunningen zullen deze investeringen in de komende kwartalen verder verminderen. Daar staat tegenover dat van de forse olieprijsdaling na augustus enig positief effect uitgaat op het beschikbaar inkomen en daarmee op de consumptie. Desalniettemin zal volgend jaar voor het eerst sinds 2003 de feitelijke economische groei lager zijn dan de potentiële groei. In het eurogebied zal de economische groei in 2006 verreweg de hoogste zijn sinds 2000. Positief voor volgend jaar is dat het consumentenvertrouwen sterk is verbeterd en dat het vertrouwen van producenten in zes jaar niet zo hoog is geweest. Desondanks zal ook in het eurogebied de groei in 2007 naar verwachting iets teruglopen. Dit komt voornamelijk door krap begrotingsbeleid in Duitsland.   Nederlandse economie groeit robuust en stabiel Net als in 2006 bedraagt de economische groei in 2007 naar verwachting 3%. De binnenslands geproduceerde uitvoer valt komend jaar iets terug door de wat minder uitbundige internationale economische ontwikkeling. Daar staat tegenover dat de bedrijfsinvesteringen volgend jaar juist nog wat harder aantrekken dan dit jaar, terwijl de particuliere consumptie in beide jaren ongeveer even hard groeit. Consumptie in de lift Na een aantal magere jaren hebben gezinnen weer meer geld te besteden door herstel van werkgelegenheid en koopkracht. Bovendien is het gezinsvermogen door stijgende huizenprijzen en beurskoersen flink toegenomen. Verwacht wordt dat de particuliere consumptie in zowel 2006 als 2007 met 2,25% stijgt, de hoogste groei sinds 2000. In 2006 nemen de consumptieve bestedingen meer toe dan het beschikbaar gezinsinkomen, waardoor de zogenoemde individuele spaarquote daalt tot 3,25%, een historisch dieptepunt. Sinds 2003 geven gezinnen meer uit dan ze aan inkomen beschikbaar hebben en financieren ze een deel van hun consumptie uit hun vermogen. Groei wederuitvoer blijft onstuimig De uitvoer blijft in zowel 2006 als 2007 de grootste bijdrage leveren aan de economische groei. De wederuitvoer blijft in beide jaren met dubbele cijfers toenemen. De made in Holland uitvoer zal dit en volgend jaar met respectievelijk 4% en 3,5% toenemen, beduidend meer dan in 2005. Dit jaar profiteren exporteurs vooral van de aantrekkende wereldhandel. Verwacht wordt dat de voor Nederland belangrijke economieën, zoals die van de Verenigde Staten en Duitsland, in 2007 wat minder hard groeien. Dit heeft een drukkend effect op de binnenslands geproduceerde uitvoer. Door een gunstige ontwikkeling van de prijsconcurrentiepositie blijft de terugval echter beperkt.   Investeringen trekken aan De bedrijfsinvesteringen laten in 2006 en 2007 een stevige groei zien. Ondernemers zijn gemiddeld genomen zeer optimistisch over de economie en de bezettingsgraad loopt op. Wel drukken de sterk gestegen invoerprijzen, waaronder die van energie, dit jaar naar verwachting de bedrijfswinsten. Hierdoor loopt de arbeidsinkomensquote in 2006 voor het eerst sinds 2001 op. In 2007 zullen de bedrijfswinsten zich waarschijnlijk herstellen, doordat met vertraging de eerder gestegen invoerkosten in de afzetprijzen worden doorberekend.   Oplopende spanning op arbeidsmarkt De daling van de werkloosheid, die begin 2005 inzette, haperde wat in het afgelopen derde kwartaal. Andere indicatoren van de arbeidsmarkt bleven zich  positief ontwikkelen. Zo steeg het voor seizoeninvloeden gecorrigeerde aantal vacatures eind september naar een recordhoogte van 219 000. Ook blijft het aantal faillissementen gestaag dalen. Nog belangrijker is dat ook het aantal werkzame personen vanaf vorig jaar zomer weer oploopt. Doordat de kans op het vinden van een baan aanzienlijk is toegenomen, bieden zich steeds meer mensen aan op de arbeidsmarkt. De licht stagnerende daling van de werkloosheid lijkt vooral daardoor te worden verklaard. Verwacht wordt dat de werkloosheid in 2006 zal afnemen tot gemiddeld 415 000 personen, oftewel 5,5% van de beroepsbevolking. Voor volgend jaar wordt een verdere daling van de werkloosheid geraamd tot 4,75% van de beroepsbevolking, ruim onder het geschatte niveau waarbij de arbeidsmarkt in evenwicht is.   Inflatie en loonstijging blijven gematigd De inflatie bedraagt volgens de huidige inzichten 1% in 2006, het laagste niveau in de afgelopen 16 jaar. De inflatie wordt gestuwd door de hoger energie- en invoerprijzen. Daar staat tegenover dat diverse overheidsmaatregelen, zoals de afschaffing van het gebruikersdeel van de onroerend-zaakbelasting (OZB), een drukkend effect hebben van ruim 0,5%-punt. Ook in 2007 blijft de inflatie met 1,25% waarschijnlijk laag. Dan wordt de inflatie gedrukt door de afschaffing van de MEP-heffing en zal naar verwachting het opwaartse effect van de invoer- en energieprijzen geringer zijn.   De oplopende krapte op de arbeidsmarkt komt naar verwachting slechts in beperkte mate tot uiting in de contractloonstijging in 2007. Dit komt mede doordat voor ongeveer eenderde van de werknemers al een cao voor geheel 2007 is afgesloten, terwijl de conjuncturele situatie ten tijde van de onderhandelingen minder gunstig was.   Overheidsbegroting ongeveer in evenwicht Het EMU-tekort is de afgelopen jaren gestaag afgenomen. Dit is vooral het gevolg van substantiële ombuigingen en lastenverzwaringen in 2004 en 2005. Door de gunstige economische situatie en de hogere gasbaten is in 2006 sprake van een kleine verdere verbetering, zodat zelfs een positief saldo resulteert van 0,1% van het BBP. Dat is iets gunstiger dan ten tijde van Prinsjesdag werd voorzien, voornamelijk door meevallende belastingopbrengsten. In 2007 slaat het teken weer om en resulteert naar verwachting een tekort van 0,2% van het BBP. Dat is juist iets ongunstiger dan in de vorige raming (Macro Economische Verkenning 2007) werd voorzien, voornamelijk doordat de neerwaarts bijgestelde olieprijs leidt tot lagere gasbaten.   Onzekerheden Er zijn zowel opwaartse als neerwaartse risicos bij deze projectie. De afzwakking van de Amerikaanse economie is een feit, maar het tempo en de duur ervan zijn onzeker. In Europa en Japan zou de positieve stemming onder ondernemers tot een sterkere stijging van de binnenlandse vraag kunnen leiden. Het Amerikaanse tekort op de lopende rekening is opgelopen tot 7% van het bruto binnenlands product (BBP) en deze omvang is op langere termijn onhoudbaar. Een depreciatie van de dollar zal waarschijnlijk deel uitmaken van het aanpassingsproces. In welke mate en wanneer dit gebeurt is echter uiterst onzeker. De projectie is gebaseerd op een koers van 1,25 dollar per euro in 2007, maar eind november kwam de dollar onder druk te staan. Een forse dollarval heeft op korte termijn een drukkend effect op de economische groei in het eurogebied, waaronder in Nederland.   De CPB Nieuwsbrief 2006/4, het artikel Robuuste economische groei en de bijbehorende kerngegevenstabel zijn (gratis) beschikbaar als aparte PDF-bestanden.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/389

CPB persbericht 62
Meer over: CPB persbericht 62|2006-11-28 23:16:31
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 28 Datum: 28 november 2006 Inlichtingen bij: Anja Deelen (tel: 070 - 3383 436), Egbert Jongen (tel: 070 - 3383 468) of Jacqueline Timmerhuis (tel: 070 - 3383 477)   Minder ontslagbescherming geeft gelijkere kans op werk  Door de ontslagbescherming bij vaste contracten te verminderen worden werk en werkloosheid gelijkmatiger verdeeld. Mensen zullen vaker werkloos raken, maar ook weer sneller een nieuwe baan kunnen vinden. Per saldo zal de werkloosheid vermoedelijk licht dalen. Er zijn nog diverse andere hervormingsopties voor het Nederlandse stelsel van ontslagbescherming denkbaar, zoals bijvoorbeeld meer gebruik maken van financiële prikkels zoals een ontslagbelasting, in ruil waarvoor ontslagprocedures kunnen worden vereenvoudigd. Dit kan de administratieve lasten beperken. Ook meer differentiatie in ontslagbescherming is een hervormingsoptie. Dit concluderen de CPB-onderzoekers Anja Deelen, Egbert Jongen en Sabine Visser in het vandaag verschenen CPB Document Employment Protection Legislation: Lessons from Theoretical and Empirical Studies for the Dutch Case. De studie biedt een overzicht van de economische effecten van ontslagbescherming volgens de internationale theoretische en empirische literatuur en beziet het Nederlandse ontslagstelsel aan de hand van de bevindingen uit deze literatuur. Voordelen en nadelen van ontslagbescherming Ontslagbescherming betreft het geheel van wetten en regels waarmee het proces van ontslag wordt gereguleerd, zoals ontslagvergoedingen, opzegtermijnen en ontslagprocedures. Om iets te kunnen zeggen over het gewenste niveau van ontslagbescherming voor Nederland is het zinvol eerst te kijken naar de voor- en nadelen van ontslagbescherming volgens de economische theorie.             Ontslagbescherming zorgt ervoor dat werknemers een ontslagvergoeding of een opzegtermijn krijgen. Dit biedt een inkomensverzekering (naast WW en bijstand) in geval van ontslag. Een tweede voordeel is dat ontslagbescherming voorkomt dat werkgevers lasten al te gemakkelijk kunnen afschuiven. Een kleiner aantal ontslagen verlaagt de maatschappelijke kosten van ontslag, zoals een stijging van de uitkeringslasten en een daling van de belastinginkomsten. Ook kan ontslagbescherming investeringen in kennis en vaardigheden die relevant zijn voor een specifieke baan bevorderen.             Tegenover deze voordelen staat een negatief effect op de doorstroming op de arbeidsmarkt. Werkgevers ontslaan werknemers minder snel, maar zijn ook terughoudender bij het in dienst nemen van nieuwe werknemers. De lagere doorstroming is een probleem omdat de economie zich minder snel aanpast aan veranderingen in bijvoorbeeld technologie of de vraag naar bepaalde producten. Een hogere werkloosheidsduur kan bovendien leiden tot verlies van kennis en vaardigheden van werklozen en tot opwaartse loondruk: werkenden ondervinden minder concurrentie van werkzoekenden.             In de economische literatuur gaat veel aandacht uit naar het feit dat werknemers met een tijdelijk contract minder bescherming genieten dan werknemers met een vaste aanstelling. De grotere mogelijkheden voor bedrijven om werknemers op tijdelijke contracten te laten werken heeft de gemiddelde ontslagbescherming in Nederland verminderd. Het effect hiervan op de arbeidsmarkt is niet eenduidig. Enerzijds functioneren tijdelijke banen als opstap naar regulier werk. Anderzijds kunnen werknemers ook vast blijven zitten in tijdelijke contracten en dus niet doorstromen naar een reguliere baan. Empirische bevindingen Wat zijn de effecten van ontslagbescherming in de praktijk? De vandaag gepubliceerde studie geeft ook een overzicht van de bevindingen van de internationale empirische literatuur. Een lager niveau van ontslagbescherming blijkt vooral tot grotere stromen tussen werk en werkloosheid te leiden. De werkloosheidsduur is in Nederland relatief hoog. Minder ontslagbescherming kan deze duur verkorten. Het effect op de totale werkloosheid en de werkgelegenheid is beperkt. Vermoedelijk zal de werkloosheid per saldo licht dalen en de werkgelegenheid licht stijgen.             Het effect van ontslagbescherming op de werkloosheid en werkgelegenheid verschilt echter tussen groepen werknemers. Minder ontslagbescherming is gunstig voor de kansen van nieuwkomers, zoals jongeren en immigranten, en herintredende vrouwen op de arbeidsmarkt. Voor mannen tussen de 25 en 50 jaar is het effect van minder ontslagbescherming ongunstig, voor ouderen is het effect niet eenduidig. Wat het effect is op de productiviteit valt op basis van de empirische studies niet te bepalen.             Voor Nederland heeft de liberalisering van tijdelijke contracten de kans op een baan voor werkzoekenden vergroot. Helaas vergroten tijdelijke contracten echter niet automatisch de kans op een vast contract. Hervormingsopties Nederlandse ontslagstelsel Aan het eind van de studie bekijken de auteurs enkele hervormingsopties. Deze komen voort uit een confrontatie van het huidige stelsel met de bevindingen uit de literatuur. Optie 1: beperken bescherming vaste contracten Nederland kent een strikte bescherming van vaste contracten en weinig bescherming bij tijdelijke contracten, en een relatief hoge werkloosheidsduur. Een interessante beleidsoptie is dan het beperken van de ontslagbescherming voor vaste contracten. Dit zal leiden tot een meer gelijkmatige verdeling van de kans op werk en werkloosheid over groepen. Insiders, d.w.z. werknemers met een vast contract krijgen een grotere kans om werkloos te worden. Daar staat echter tegenover dat de kansen op een vaste baan groter worden voor outsiders, zoals werkzoekenden en werknemers met een tijdelijk contract.             De totale werkloosheid kan voorts licht dalen omdat het loonmatiging in de hand werkt. Bovendien leidt een kortere werkloosheidsduur tot minder verlies van kennis en vaardigheden en wellicht tot minder opwaartse loondruk. Door minder ontslagbescherming kan de economie zich ook makkelijker aanpassen aan nieuwe technologieën en de toenemende concurrentie door globalisering. Een punt van zorg hierbij is de positie van ouderen op de arbeidsmarkt. Met name voor hen neemt de kans op ontslag toe. Daar staat wel tegenover dat ze ook eerder weer in dienst worden genomen. De werkgelegenheidseffecten voor toekomstige generaties ouderen lijken verder gunstiger. De loonprofielen kunnen zich aanpassen, wat de vraag naar oudere werknemers ten goede kan komen. Bovendien kunnen toekomstige ouderen zich wapenen tegen een grotere kans op ontslag door hun menselijk kapitaal op peil te houden en door eerder om te zien naar een meer productieve functie. Optie 2: financiële prikkels in plaats van procedures Nederland is koploper wat betreft de procedurele kosten van ontslag. Deze procedures spelen een rol bij het beperken van de instroom in de sociale zekerheid. Een systeem dat uitgaat van beprijzen in plaats van reguleren kan dezelfde functie vermoedelijk meer kosteneffectief vervullen. Het Amerikaanse stelsel van premiedifferentiatie in de WW kan daarbij als leidraad dienen. Individuele werkgevers betalen dan WW-premie op basis van het aantal ontslagen.  Optie 3: meer differentiatie Op dit moment zijn er uniforme regels voor ontslag voor het grootste deel van de sectoren en groepen werknemers. Voor sommige sectoren/groepen werknemers is ontslagbescherming echter belangrijker dan voor andere, bijvoorbeeld omdat specifieke kennis en vaardigheden een grotere rol spelen. Er kan meer maatwerk komen in de arbeidsvoorwaarden als de overheid meer differentiatie toestaat.   De auteurs besluiten met enkele opties voor vervolgonderzoek. Het lijkt van belang om de ontslagbescherming van jong en oud verder te verkennen. Wat is de reden voor het verschil in bescherming, en wat is de relatie met andere instituties zoals de sociale zekerheid en loonprofielen? Een ander interessant onderzoeksterrein is micro-econometrisch onderzoek naar de relatie tussen ontslagbescherming en productiviteit. Verder is het interessant om de hervormingsopties, die nu nog redelijk abstract zijn, modelmatig te analyseren in de Nederlandse context, en een eerste verkenning te maken van de kwantitatieve effecten. De publicatie is te bestellen bij: Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag. Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9,- euro   De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/345

CPB persbericht 61
Meer over: CPB persbericht 61|2006-11-14 17:48:11
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 61 Datum: 14 november 2006 Inlichtingen bij: Carel Eijgenraam (070-3383360) of Jacqueline Timmerhuis (070-3383477)   Baten ondertunneling infrastructuur Zuidas Amsterdam dekken de kosten grotendeels De extra kosten van ondertunneling van de A10-zuid en de trein- en metrosporen rond het station Amsterdam Zuid/WTC zijn wat hoger dan de opbrengsten van meer gronduitgifte en de waardering van de verbetering van de stedelijke kwaliteit op de Zuidas en de omgeving daarvan. Per saldo resulteert een relatief beperkt tekort van 80 miljoen euro. De onzekerheidsmarges rond deze uitkomst zijn wel relatief groot. Omdat er thans geen betrouwbare wegverkeerscijfers beschikbaar zijn, kan het kosten-batensaldo voor de uitbreiding van de infrastructuur rond de Zuidas van Amsterdam nog niet worden bepaald. De kosten-batenanalyse geeft derhalve noodgedwongen een partieel beeld.  Dit schrijft het Centraal Planbureau in de vandaag gepubliceerde Kosten-batenanalyse Zuidas Amsterdam, die deel uitmaakt van de informatie die het kabinet over dit project naar de Tweede Kamer stuurt. Het Zuidas-project bestaat uit een geïntegreerd infrastructureel en stedenbouwkundig investeringsprogramma voor het gebied aan weerszijden van de A10-zuid ter hoogte van het station Amsterdam-Zuid/WTC. Daarbij wordt de capaciteit van zowel de weg als het spoor uitgebreid. In het Dok-alternatief worden de A10-zuid en de spoorwegen die thans het Zuidas-gebied doorsnijden, ondergronds aangelegd, vandaar de naam 'Dok'. In het Dijk-alternatief wordt voor de uitbreiding van de autoweg en de spoorweg het bestaande dijklichaam verbreed. De totale kosten van het Dok-alternatief voor de Zuidas zijn te splitsen in 1150 miljoen euro voor de uitbreiding van de infrastructuur en 1500 miljoen euro voor de ondertunneling daarvan. Deze ondertunneling maakt het mogelijk om extra grond uit te geven die geschikt is voor nog eens 1,3 miljoen m2 vloeroppervlak aan kantoren en woningen. Dit levert naar verwachting 1020 miljoen euro aan inkomsten op. Daarnaast zal het Dok-alternatief leiden tot verbetering van de stedelijke kwaliteit in de omgeving. Deze verbetering is in de KBA gewaardeerd op 360 miljoen euro. Samen met een kleinere post resulteert dan een negatief saldo van 80 miljoen euro in het deel van de KBA dat alleen gaat over de ondertunneling. Van het andere deel van het project, de uitbreiding van de infrastructuur ad 1150 miljoen euro in zowel het Dijk- als het Dok-alternatief, kon het KBA-saldo niet worden bepaald, omdat bij afsluiting van dit rapport geen betrouwbare wegverkeercijfers beschikbaar waren. Noodgedwongen gaat deze KBA dan ook vooral in op het onderdeel ondertunneling in het Dok-alternatief. In 2003 heeft het Centraal Planbureau al een kengetallen-kosten-batenanalyse gemaakt voor een eerdere versie van dit project. Ten opzichte daarvan is het resultaat van de ondertunneling verbeterd, vooral door hogere grondbaten. Deze baten zijn hoger, ondanks het feit dat het extra onroerend-goedprogramma dat door de ondertunneling mogelijk wordt gemaakt, nu kleiner wordt ingeschat. De verwachte opbrengsten zijn hoger door het hoger inzetten van de prijzen voor gronduitgifte. Bij de prijzen heeft het CPB niet helemaal de veronderstellingen van de Kwartiermaker overgenomen, omdat het CPB deze op onderdelen te optimistisch vond. Als wel met de prijzen van de Kwartiermaker zou zijn gerekend, dan waren de baten 60 miljoen euro hoger uitgevallen. De Kwartiermaker werkt overigens in opdracht van het Rijk en de gemeente Amsterdam. Ook zijn opbrengsten vervroegd. Door het stapelen van de weg- en metrotunnels kan de infrastructuur namelijk gemakkelijker worden gebouwd en is deze ook eerder klaar. Bij een start van de bouw in 2008 kan het grootste deel van de infrastructuur, inclusief een nieuw station, in 2018 gereed zijn. Daardoor kan eerder worden begonnen met de gronduitgifte. Deze loopt door tot 2028. De gronduitgifte zal plaatsvinden in een periode waarin de werkgelegenheid, gezien de bevolkingsopbouw, naar verwachting niet verder zal groeien. Tegen die tijd zou er wel eens minder behoefte kunnen zijn aan uitbreiding van bijvoorbeeld kantoren. Als de opbrengsten fors tegenvallen, zou het resultaat 60 miljoen euro lager uit kunnen komen. De verbetering van de stedelijke kwaliteit en de daarmee samenhangende productiviteitsverbetering bij bedrijven zijn in de KBA gewaardeerd op 360 miljoen euro. Deze waardering is onzeker. Een 50% lagere en een 50% hogere waardering (dus 180 en 540 miljoen euro) geven ongeveer de grenzen aan waarbinnen de waardering zich redelijkerwijs bevindt. CPB Document 134, Kosten-batenanalyse Zuidas Amsterdam, ISBN 90-5833-300-0 is te bestellen bij:   Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9,- euro   De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl). Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/299

CPB persbericht 60
Meer over: CPB persbericht 60|2006-11-08 00:32:09
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer:  60 Datum: 7 november 2006 Inlichtingen bij: Albert van der Horst (tel: 070 - 3383 402) en Jacqueline Timmerhuis (tel: 070 - 3383 477)   Innovatiebeleid vraagt om Europese samenwerking   Innovatiebeleid op nationaal niveau kan positieve effecten hebben voor andere lidstaten, bijvoorbeeld als die kunnen profiteren van de ontwikkeling van schone technologieën. Er zijn ook negatieve externe effecten van nationaal innovatiebeleid mogelijk, bijvoorbeeld als dat een gebrekkige bescherming biedt tegen imitatie van innovaties. Als dergelijke externe effecten spelen biedt innovatiebeleid op EU-niveau voordelen. Een Europese aanpak kan bovendien efficiënter zijn door schaalvoordelen in de uitvoering, zoals bij octrooibeleid.  Een Europees innovatiebeleid betekent wel het verlies aan mogelijkheden voor lidstaten om aan te sluiten bij landspecifieke instituties of voorkeuren. Innovatiebeleid gericht op nationaal of regionaal opererende bedrijven kan daarom in principe het beste door de lidstaten zelf worden uitgevoerd. Dit concluderen de onderzoekers Albert van der Horst, Arjan Lejour en Bas Straathof in het vandaag verschenen CPB Document Innovation policy: Europe or the Member States?. De auteurs maken de balans op tussen de voordelen van Europees innovatiebeleid en de wenselijkheid van gericht beleid door individuele lidstaten. Diverse aspecten van innovatiebeleid, waaronder in deze studie ook wetenschapsbeleid wordt gerekend, passeren de revue, zoals onderzoek door universiteiten, overheidssubsidies voor innovatieve bedrijven en het octrooibeleid. Vanaf 2007 heeft de Europese Commissie via het zevende Kaderprogramma (KP7) jaarlijks bijna 8 miljard euro beschikbaar voor onderzoek en ontwikkeling. Een belangrijk doel van KP7 is het bundelen van onderzoek en het integreren van onderzoeksbeleid. Deze Europese samenwerking kan beter rekening houden met grensoverschrijdende effecten van innovaties dan landspecifiek beleid. Innovatie stopt meestal niet bij landsgrenzen, maar heeft gevolgen ook voor andere landen. Naast KP7 stimuleert de EU innovatie ook via andere kanalen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de ontwikkeling van het satelliet-navigatiesysteem Galileo. Via nationaal innovatiebeleid geven de lidstaten gezamenlijk ongeveer het tienvoudige van het Kaderprogramma-budget uit aan innovatiebeleid. Een belangrijk voordeel van nationaal beleid is dat het beter kan inspelen op de vragen van nationale bedrijven en consumenten. Zo is niet elke lidstaat geïnteresseerd in innovaties gericht op het versterken van dijken. Dit voordeel van nationaal innovatiebeleid moet worden afgewogen tegen de voordelen van Europees beleid of coördinatie op EU-niveau. Nationaal beleid is onnodig duur als meerdere lidstaten hetzelfde beleid voeren en het kan onvoldoende rekening houden met de gevolgen van innovatie voor andere lidstaten. Een voorbeeld is een nationale subsidie voor onderzoek naar milieutechnologie: de voordelen van schonere technologie in het ene land vallen ten dele toe aan andere lidstaten. Het is efficiënter om de subsidiëring van dit soort onderzoek en innovaties op Europees niveau uit te voeren. Octrooien geven bescherming aan de eigenaar van een uitvinding en bevorderen tegelijkertijd de verspreiding van kennis. Vanwege de schaalvoordelen in de uitvoering is het beschermen van octrooien op Europese schaal effectiever dan op nationale schaal. Momenteel is echter de bescherming van octrooien per lidstaat verschillend geregeld. Het ontbreken van een volwaardig Europees octrooi verhoogt de kosten van aanvraag en bescherming voor internationaal opererende bedrijven wat innovatie belemmert. CPB Document 132, 'Innovation policy: Europe or the Member States?', ISBN 90-5833-298-5 Zie ook: CPB Document 133, 'Assessing subsidiarity', ISBN 90-5833-299-3 Deze documenten zijn te bestellen bij: Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9,- euro   De publicaties zijn tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl). Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/270

CPB persbericht 59
Meer over: CPB persbericht 59|2006-10-26 16:24:13
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer:  59 Datum: 26 oktober 2006 Inlichtingen bij: Frans Suijker (tel: 070 - 3383 390), en bij de woordvoerders Jacqueline Timmerhuis (tel: 070 - 3383 477) en Dick Morks (tel: 070 - 3383 410) Tijdens de persconferentie is het CPB tot ongeveer 12.00 uur telefonisch niet bereikbaar voor commentaar.   CPB analyseert economische effecten verkiezingsprogramma's   Op verzoek van acht politieke partijen heeft het Centraal Planbureau (CPB) de economische effecten van hun verkiezingsprogramma in beeld gebracht. De analyse laat zien dat elke voorgenomen beleidsmaatregel voordelen èn nadelen heeft. De programmas weerspiegelen de uiteenlopende keuzes die partijen voorstaan.   De vandaag openbaar gemaakte CPB-publicatie Keuzes in kaart 2008-2011; economische effecten van acht verkiezingsprogrammas presenteert de gevolgen van de partijprogrammas voor de overheidsfinanciën, de macro-ontwikkeling van de Nederlandse economie en de koopkracht van diverse groepen. Ook zijn analyses gemaakt op het gebied van de vergrijzing en de kenniseconomie.             Het is de zesde keer dat het planbureau op verzoek van partijen een dergelijke analyse verricht. Deze traditie, waarin Nederland uniek is, is in 1986 gestart, toen alleen voor CDA, PvdA en VVD. In de loop der jaren is het aantal partijen toegenomen. Dit keer hebben naast de genoemde drie partijen ook SP, GroenLinks, D66, ChristenUnie en SGP gevraagd om een analyse. De SGP heeft alleen verzocht om een analyse van de ex-ante budgettaire effecten.   Doel van doorrekening De analyse van de verkiezingsprogrammas leidt niet tot een goedkeuringsstempel of stemadvies. Doel is vooral om op een onpartijdige wijze de programmas vergelijkbaar te maken, met daarbij een overzicht van de economische effecten. Dat het CPB de diverse voor- en nadelen van voorgestelde maatregelen inzichtelijk maakt, is een dienstverlening aan kiezers en partijen. Het is aan de kiezer om te bepalen welke voor- en nadelen hem het meest aanspreken. Bovendien gaan programmas en verkiezingen vanzelfsprekend over meer dan de economie alleen. Keuzes in kaart kan ook in het formatieproces na de verkiezingen een nuttig houvast bieden. Bij alle politieke verschillen van inzicht die er uit de aard der zaak bestaan tussen partijen, vergemakkelijkt de analyse een goede informatie-uitwisseling tussen partijen over de gevolgen van hun programmas. Als de partijen hier gebruik van willen maken, dan kan dit een handvat bieden bij het formuleren van een regeerakkoord.   Tijdsdruk door vervroegde verkiezingen Vanwege de val van het kabinet en de daaruit voortvloeiende vervroeging van de verkiezingen met een half jaar is de analyse dit keer onder veel grotere tijdsdruk tot stand gekomen dan bij eerdere verkiezingen. Daardoor komt de analyse nu pas vier weken voor 22 november beschikbaar. Een vroegere publicatie was wel wenselijk, maar niet haalbaar, onder meer vanwege het besluitvormingsproces binnen de partijen.   Helaas geen analyse van programma-effecten milieu en infrastructuur De tijdsdruk is er ook de oorzaak van dat de milieuconsequenties van de programmas - in tegenstelling tot in 2002 -  niet zijn beoordeeld. Met het Milieu en Natuur Planbureau (MNP) was daarover vóór de val van het kabinet al wel een afspraak gemaakt, maar dit bleek daarna helaas niet meer haalbaar. Om dezelfde reden heeft het CPB ook moeten afzien van haar oorspronkelijke plan om de baten van investeringen in infrastructuur in beeld te brengen. Op twee andere terreinen biedt deze analyse wel extra informatie in vergelijking met eerdere verkiezingen, te weten kennisbeleid en vergrijzing.   Onderwijs, onderzoek en innovatie Deze Keuzes in kaart biedt een overzicht van de te verwachten programma-effecten van voorstellen van de politieke partijen op het terrein van onderwijs, wetenschap en innovatie. Dit sluit aan bij de in juli gepubliceerde studie Kansrijk kennisbeleid, waarin beleidsopties op basis van beschikbaar empirisch onderzoek worden beoordeeld als kansrijk, niet kansrijk of (door het ontbreken van ervaringen elders) onbekend.   Vergrijzing en houdbaarheid overheidsfinanciën Op lange termijn is het huidige niveau van publieke voorzieningen en belasting- en premietarieven niet houdbaar zonder aanpassing van het huidige niveau van publieke voorzieningen. Er is thans sprake van een houdbaarheidstekort van 1½% BBP. Alle partijen stellen maatregelen voor die in wisselende mate bijdragen aan de verbetering van de houdbaarheid, maar geen enkele partij biedt naar de huidige inzichten uitzicht op volledig houdbare overheidsfinanciën. Dat betekent dat later extra maatregelen genomen zullen moeten worden. De verbetering van de houdbaarheid hoeft overigens niet per se te komen van maatregelen die het kabinet neemt om het saldo meteen al in de komende kabinetsperiode te verbeteren. Er zijn ook maatregelen mogelijk die dat vooral op termijn doen, bijvoorbeeld maatregelen die geleidelijk worden ingevoerd of doordat ze aangrijpen op vergrijzingsgerelateerde uitgaven. Deze laatste categorie uitgaven heeft op termijn, wanneer de vergrijzing op zijn hoogtepunt is, een groter effect op het saldo.   Voorzichtigheidsmarge Conform de aanbeveling van de Studiegroep Begrotingsruimte vormt het voorzichtige scenario uit de Economische verkenning 2008-2011 de basis voor de analyse in Keuzes in kaart. Hierin is een voorzichtigheidsmarge van ¼% BBP gehanteerd. Omdat tegenvallers immers voor meer problemen zorgen dan meevallers, wordt uitgegaan van een iets lagere economische groei dan gemiddeld genomen verwacht mag worden.   De uitkomsten van de analyse voor de diverse politieke partijen zijn te vinden in de studie. Het eerste hoofdstuk biedt een samenvattend overzicht over de partijen heen. De hoofdstukken daarna behandelen respectievelijk het basisscenario voor de middellange termijn, de effecten per partij en de analyse van de kennisvoorstellen.   Keuzes in kaart,ISBN  90-5833-297-7, komt vrijdag 3 november a.s. beschikbaar in gedrukte vorm en is dan te bestellen bij:   Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 15,- euro   De volledige publicatie is vanaf heden (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl). Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/228

CPB persbericht 58
Meer over: CPB persbericht 58|2006-10-23 17:24:54
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer:  58 Datum: 23 oktober 2006 Inlichtingen bij: Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477) of Dick Morks (tel: 070-3383410)   Aankondiging persconferentie analyse verkiezingsprogramma's Net als bij eerdere verkiezingen voor de Tweede Kamer heeft het Centraal Planbureau (CPB) dit jaar op verzoek van een aantal politieke partijen een analyse gemaakt van de economische effecten van hun verkiezingsprogrammas. Daarbij is gekeken naar de gevolgen voor de Nederlandse economie, de overheidsfinanciën en de koopkrachtontwikkeling. Ook de lange-termijneffecten van de verkiezingsprogrammas op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en de programma-effecten van maatregelen gericht op kennis en innovatie worden door het CPB in beeld gebracht. Donderdag 26 oktober 2006 geeft het CPB in een persconferentie een toelichting op de opzet, de uitkomsten, het nut en de beperkingen van de analyses in de die dag te verschijnen publicatie Keuzes in Kaart 2008-2011. Prof. dr. Coen Teulings, directeur van het CPB, zal de toelichting geven en eventuele vragen beantwoorden. Achter de tafel zitten ook de projectleiders Verkiezingsprogrammas, drs. Rocus van Opstal en dr. George Gelauff.  De persconferentie vindt plaats: op donderdag 26 oktober 2006 om 10.00 uur in perscentrum Nieuwspoort (zaal: de Wandelganger I) adres: Lange Poten 10, te Den Haag. Vanaf donderdag 26 oktober 10.00 uur zal de publicatie Keuzes in Kaart 2008-2011 voor iedereen (gratis) beschikbaar zijn via de website van het CPB (www.cpb.nl).  Alleen voor journalisten: Voorafgaand aan de persconferentie zijn in perscentrum Nieuwspoort vanaf 9.30 uur exemplaren van de analyse verkrijgbaar onder embargo tot 26 oktober 2006 om 10.00 uur.   Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/209

cpb persbericht nummer 2006-57
Meer over: cpb persbericht nummer 2006-57|2006-10-17 22:15:11
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 57 Datum: 17 oktober 2006 Inlichtingen bij: Arjan Lejour (tel: 070-3383311) en Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477) Toetreding Europese Unie kan tot forse inkomenstoename leiden Op lange termijn kan het EU-lidmaatschap substantiële effecten hebben op de economieën van toetredende landen. Zo blijkt uit een historische analyse dat de bilaterale handel tussen EU-landen veel hoger is dan tussen vergelijkbare landen die geen lid zijn van de EU. Daarnaast is de kwaliteit van overheidsinstituties zoals eenduidige wetgeving, consequente rechtshandhaving en bestrijding van corruptie van belang voor de omvang van de handel. Ook hierbij gaat een stimulerend effect uit van toetreding. De eisen die EU aan de toetreders stelt bevorderen de kwaliteit van deze instituties. Op basis van deze onderzoeksuitkomsten zou voor de nieuwe EU-lidstaten de bilaterale handel met gemiddeld 56% kunnen toenemen. Voor iets meer dan de helft is dit het gevolg van de grotere handelsmogelijkheden als landen deel gaan uitmaken van de interne markt van de EU. Iets minder dan de helft van de handelsimpuls is het gevolg van verbeterde instituties. Analyse van de inkomens- en handelsontwikkeling over de periode 1960 tot 2000 laat zien dat meer handel het gemiddelde inkomen in een land aanzienlijk vergroot. Als deze resultaten vertaald worden naar de EU-toetreding van de landen uit Midden- en Oost-Europa, kan het inkomen per hoofd van de bevolking op lange termijn met zon 40% groeien vanwege de toetreding. Dit concluderen de onderzoekers Arjan Lejour, Vladimir Solanic en Paul Tang in het vandaag verschenen CPB Discussion Paper EU accession and income growth: an empirical approach. Op 1 januari 2007 treden Bulgarije en Roemenie naar verwachting toe tot de Europese Unie. In mei 2004 zijn 10 andere landen, overwegend uit Midden- en Oost-Europa, hen voorgegaan. De inwoners van al deze landen verwachten een forse inkomensverbetering als gevolg van de aansluiting op de interne markt in Europa. De geschiedenis lijkt hen deels gelijk te geven. Het gemiddelde inkomen in Spanje en Portugal is na hun EU-toetreding in 1986 fors toegenomen en ligt nu veel dichter bij het Europese gemiddelde. De Ieren hebben nu zelfs één van de hoogste gemiddelde inkomens in Europa. Deze verwachte inkomensverbetering wordt niet automatisch gerealiseerd. In Griekenland bijvoorbeeld zijn de inkomens nauwelijks dichter bij het Europees gemiddelde gekomen na de EU-toetreding. Als gevolg van economische integratie neemt de concurrentie toe, verdwijnen inefficiënte bedrijven en stijgt de gemiddelde productiviteit. Bedrijven worden gestimuleerd om meer te innoveren. Doordat handel, buitenlandse investeringen en contacten toenemen, kunnen de toetredende landen meer leren van buitenlandse kennis en uitvindingen. Daarnaast zijn de toetreders verplicht te voldoen aan de EU-regelgeving. Dit betekent vaak een aanpassing van hun eigen wetgeving. Zo moeten douaneprocedures gestandaardiseerd worden. Toetredende landen moeten het Europees Hof van Justitie erkennen en specifieke regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld veiligheid en gezondheid invoeren. Dit alles bevordert de economische samenwerking. De hier gepresenteerde effecten zijn groter dan in vorige CPB-studies over EU-toetreding zoals CPB Document 11, EU enlargement: economic implications for countries and industries en CPB Document 56, Assessing the economic implications of Turkish accession to the EU. Deze eerdere studies concentreerden zich op de directe effecten van meer handel en op de verschuivingen van productiepatronen. In de vandaag gepubliceerde studie zijn ook de lange-termijneffecten meegenomen van meer handel op de mate van concurrentie, wat indirect zorgt voor hogere productiviteit en hoger inkomen. Deze productiviteitseffecten zijn substantieel. Als gevolg van de te verwachten handelstoename van 56% kan het gemiddelde inkomen met zon 40% groeien. Dit is een substantiële verbetering die het gemiddelde inkomen in de nieuwe lidstaten veel dichter bij dat van de oude lidstaten brengt. Deze verwachte inkomenstoename komt niet vanzelf tot stand. Een goed werkende markteconomie en overheidsinstituties die marktwerking ondersteunen, zijn van cruciaal belang. CPB Discussion Paper 72, EU accession and income growth: an empirical approach , is te bestellen bij: Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9- euro De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl). -- Janneke Rijn Centraal Planbureau Sector Arbeidsmarkt en welvaartsstaat Bezoekadres: Centraal Planbureau, Van Stolkweg 14, 2585 JR Den Haag Postadres: Postbus 80510, 2508 GM Den Haag Telefoon: (070) 338 3343 Telefax: (070) 338 33 50 Internet: http://www.cpb.nl/nl/general/sector1/ Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/191

CPB persbericht no 2006-56
Meer over: CPB persbericht no 2006-56|2006-10-06 17:36:21
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 56 Datum: 6 oktober 2006 Inlichtingen bij: Mark Lijesen (tel: 070-3383 322) of Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383 477) Concurrentie kan spoor efficiënter maken Concurrentie bij spoorwegen in de vorm van aanbesteding van concessies kan leiden tot een hoger niveau van productiviteit. Concurrentie in de vorm van vrije toegang gaat daarentegen ten koste van de efficiëntie. Meer autonomie voor het management van spoorondernemingen zonder concurrentie of effectieve regulering gaat eveneens ten koste van de efficiëntie. Deze conclusies trekken de onderzoekers Mark Lijesen, Gert-Jan Driessen en Machiel Mulder van het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen Discussion Paper The impact of competition on productive efficiency in European railways. De auteurs vergelijken de productiviteit tussen spoorwegsystemen in Europese landen en verklaren de verschillen aan de hand van de wijze waarop de markt voor spoorvervoer is ingericht. In verschillende Europese landen wordt momenteel nagedacht over de meest wenselijke inrichting van de markt voor spoorvervoer. In Nederland worden in de komende jaren de eerder gemaakte keuzen op dit gebied geëvalueerd. Aanbesteding leidt tot efficiëntie Spoorsystemen in landen waar (een deel van) het spoorvervoer is aanbesteed, kennen gemiddeld een hoger productiviteitsniveau dan in landen waar dat niet of nauwelijks het geval is. Bij aanbesteding van spoorconcessies concurreren bedrijven om het recht om op bepaalde trajecten voor een bepaalde periode het spoorvervoer uit te mogen voeren. De concurrentiestrijd om die concessies prikkelt bedrijven om hun efficiëntie te verhogen. Vrije toegang minder efficiënt Bij een tweede vorm van concurrentie, die in sommige Europese landen wordt toegepast, krijgen bedrijven vrij toegang krijgen om treindiensten uit te voeren. Dit kan juist leiden tot een lagere efficiëntie. Hoewel ook hier prikkels zijn om efficiënter te opereren, daalt de productiviteit. Mogelijke oorzaken hiervoor zijn ten eerste een lagere gemiddelde bezettingsgraad en ten tweede de kosten die verbonden zijn aan het onderling afstemmen van dienstregelingen en aan het toewijzen van capaciteit aan individuele aanbieders. Voorzichtig met autonomie voor spoorbedrijven In landen waar het management van de spoorwegonderneming onafhankelijk is van de overheid, ligt de productiviteit van het spoorsysteem gemiddeld lager. Autonomie voor het management kan ertoe leiden dat andere doelstellingen dan de doelstellingen van de overheid de boventoon gaan voeren, zoals het maximeren van de bedrijfsomvang. Wanneer daar geen concurrentie of effectieve regulering tegenover staat, vermindert dat de prikkels om efficiënt te werken. CPB Discussion Paper 71, The impact of competition on productive efficiency in European railways,  is te bestellen bij: Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9,- euro De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl). -- Janneke Rijn Centraal Planbureau Sector Arbeidsmarkt en welvaartsstaat Bezoekadres: Centraal Planbureau, Van Stolkweg 14, 2585 JR Den Haag Postadres: Postbus 80510, 2508 GM Den Haag Telefoon: (070) 338 3343 Telefax: (070) 338 33 50 Internet: http://www.cpb.nl/nl/general/sector1/ Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/159

cpb persbericht nummer 2006-55
Meer over: cpb persbericht nummer 2006-55|2006-10-04 16:48:04
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 55 Datum: 4 oktober 2006 Inlichtingen verkrijgbaar bij: Annemiek Verrips (tel: 070-3383493) of Dick Morks (tel: 070-3383410) Wisselend beeld investeringsvoorstellen aardgasbaten Meevallende aardgasbaten in 2006 zorgen ervoor dat er opnieuw extra middelen beschikbaar komen voor investeringsprojecten. Op verzoek van het kabinet heeft het CPB in totaal 43 voorstellen beoordeeld op het gebied van onderwijs, innovatie en ruimtelijke economie. Deze beoordelingsronde levert een wisselend beeld op. De voorstellen op onderwijsterrein scoren het meest gunstig: de helft van de voorstellen levert bij uitvoering naar verwachting een positief maatschappelijk rendement op. Het beeld van de innovatieprojecten is verbeterd ten opzichte van de vorige ronde in 2005, toen de oogst mager was. Voor veel voorstellen op het terrein van de ruimtelijke economie bestaan nog belangrijke verbeterpunten. Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen CPB Document Beoordeling projecten ruimtelijke economie, innovatie en onderwijs: Analyse ten behoeve van de FES-meevaller 2006. Het CPB heeft de toetsing uitgevoerd op verzoek van het Kabinet, de Interdepartementale Commissie voor de Ruimtelijke Economie (ICRE) en de Commissie voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (CWTI). De analyse van het CPB draagt informatie aan ten behoeve van de politieke besluitvorming. Het gaat om 17 projecten op het terrein van ruimtelijke economie, 16 kennis- en innovatieprojecten en 10 onderwijsprojecten. Een Commissie van Wijzen heeft, parallel aan de CPB-beoordeling, onder meer de wetenschappelijke kwaliteit van de innovatievoorstellen beoordeeld. CPB-aanpak beoordelingen Centraal in de analyse staat de vraag in hoeverre projecten de maatschappelijke welvaart vergroten. Het CPB hanteert een breed welvaartsbegrip, waarbij niet alleen financieel-economische effecten, maar ook andere zaken waar mensen waarde aan toekennen, zoals natuur, milieu en gezondheid, een rol spelen. De gebruikte beoordelingscriteria zijn, net als bij eerdere beoordelingsrondes: Legitimiteit/subsidiariteit: ligt overheidsingrijpen in de rede? En in hoeverre is er een taak weggelegd voor de rijksoverheid, of ligt betrokkenheid van andere overheden meer in de rede? Effectiviteit: in hoeverre draagt een project bij aan de met dit project beoogde doelen? Efficiëntie: hoe verhouden de verwachte baten van een project zich tot de kosten? Het CPB heeft de projecten ingedeeld in drie categorieën: gunstig, gemengd, en ongunstig. Gunstige projecten kennen een gunstige verhouding van verwachte maatschappelijke kosten en baten, ook al zijn die baten niet altijd goed in geld uit te drukken. Bij gemengde projecten bestaan belangrijke verbeterpunten. Als ongunstig beoordeelde projecten verlagen naar verwachting bij uitvoering de maatschappelijke welvaart. Met een ongunstige beoordeling wordt geen uitspraak gedaan over de geformuleerde doelen of strategieën. Een project kan een zeer nastrevenswaardig doel hebben waarbij overheidsbetrokkenheid ook echt in de rede ligt, maar als het project dat doel gezien de baten niet goed weet te bereiken of tegen te hoge kosten, dan zal het oordeel toch negatief uitvallen. Onderwijs Vijf van de tien voorstellen zijn als gunstig beoordeeld. Deze vijf omvatten onder meer een experimenteer- en onderzoeksbudget binnen het onderwijs, en het tijdelijk subsidiëren van kansrijke projecten die meer rendement en excellentie in het hoger onderwijs proberen te realiseren door bijvoorbeeld differentiatie van collegegeld en selectie aan de poort. Andere voorbeelden zijn het verbeteren van de aansluiting tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven vooral voor kwetsbare groepen, en het digitaliseren en breed toegankelijk maken van audiovisueel materiaal. Een versnelling van initiatieven rond voor- en vroegschoolse educatie is één van de projecten die als gemengd is beoordeeld. Verbeterpunten betreffen de uitwerking van de probleemanalyse en een gefaseerde invoering. Drie projecten scoren ongunstig. Het betreft de realisatie van een internationale school in Eindhoven, investeringen in zogenaamde brede scholen en het opzetten van ICT-werkplekken voor leraren. Voor de internationale school bestaan belangrijke kanttekeningen rond de legitimiteit van overheidsingrijpen. Daarnaast bestaan in Eindhoven al twee locaties waar internationaal onderwijs wordt aangeboden. Bij het project brede scholen zijn het ontbreken van een goede probleemanalyse en de mate van uitwerking de belangrijkste knelpunten. Bij het project ICT-werkplekken voor leraren wegen de kosten niet op tegen de baten. Een belangrijke aanbeveling bij diverse onderwijsvoorstellen betreft het zorgvuldig opzetten van experimenten om tussentijds te kunnen evalueren en bijsturen (o.a. Offensief ondernemerschap in het onderwijs en Versnelling doelstelling vroegschoolse educatie). Een ander veel voorkomend aandachtspunt was het ontbreken van selectiecriteria. Het vooraf opstellen van goede criteria om projecten te selecteren is een cruciale voorwaarde voor een efficiënte inzet van middelen (o.a. Beroepsonderwijs in bedrijf, ICT-werkplekken en Brede school). Kennis en innovatie Zes van de 16 voorstellen op het gebied van kennis en innovatie zijn gunstig beoordeeld. Drie van deze voorstellen hebben betrekking op de volksgezondheid: de ontwikkeling van een vaccin tegen het zogenaamde RS-virus, een bijdrage aan de ontwikkeling van een vaccin tegen de vogelgriep en de opzet van ICT-infrastructuur voor zogenaamde biobanken van patiënten. Daarnaast kwam onder meer de opzet van een Technologisch Topinstituut Watertechnologie als gunstig uit de bus. De projecten zijn goed onderbouwd, zowel financieel als organisatorisch. Hoewel de baten niet goed in geld zijn uit te drukken, is de verwachting dat de kosten in redelijke verhouding staan tot de baten. De opzet van het CTMM, het Centre for Translational Molecular Medicin, dat een vroegtijdige diagnose en gepersonaliseerde behandeling van patiënten beoogt, is als gemengd beoordeeld. Een versnelling van ontwikkelingen in de markt kan wenselijk zijn. Private partijen zouden echter meer moeten bijdragen en ook de onderbouwing van het voorstel is voor verbetering vatbaar. Zeven voorstellen zijn als ongunstig beoordeeld. Voor diverse projecten (onder meer Nano4vitality, Software als service, Technologie ontwikkelingsfonds water en Grasp) bestaan belangrijke kanttekeningen bij de legitimiteit van overheidsingrijpen. Een veel voorkomend argument dat de risicos te hoog worden geacht, is geen reden voor overheidsingrijpen. De overheid is niet de partij om bedrijfseconomisch onrendabele projecten op te pakken, tenzij daar voldoende maatschappelijke baten tegenover staan die niet door de private partijen te incasseren zijn. Andere redenen voor een ongunstige beoordeling zijn een matige uitwerking en onderbouwing (Delta-instituut, Klimaatbestendig Nederland) of het feit dat niet duidelijk is wat het project toevoegt aan de vele initiatieven die al bestaan op een desbetreffend terrein (Nano4vitality en Delta-instituut). Ruimtelijke economie Eén project en 2 projectonderdelen, van de in totaal 17 projecten (met 21 projectonderdelen), scoren gunstig. Het gaat om benuttingsmaatregelen voor het hoofdwegennet, de aanleg van een ongelijkvloerse kruising met het spoor bij Moordrecht en de sanering van een pijpleiding in Groningen. Bij tien project(onderdel)en bestaat een gemengd beeld. Het gaat om 5 zogenaamde integrale gebiedsopgaven (onder andere Hoeksche Waard, Klavertje 4 Venlo, Eindhoven A2-zone). In de uitwerking van de voorstellen zijn diverse verbeteringen mogelijk. Bij drie mobiliteitsprojecten (luchtvaart, binnenvaart en wegen) signaleert het CPB aandachtspunten rond de samenhang met prijsbeleid en luchtkwaliteit en rond de hoogte van de private bijdragen. Ook twee voorstellen om de luchtkwaliteit te verbeteren (lokale maatregelen in steden en retrofit roetfilters) krijgen een gemengd oordeel. De lokale maatregelen dienen nog nader te worden uitgewerkt, bij de retrofit roetfilters bestaan nog grote onzekerheden over de werking ervan. Acht project(onderdel)en verlagen naar verwachting de maatschappelijke welvaart. Het gaat onder meer om gebiedsontwikkelingsprojecten rond Schiphol (Werkstad A4), in Apeldoorn, in Groningen en in Scheveningen en de aanleg van een propeenleiding. Bij de gebiedsontwikkelingsprojecten wegen naar verwachting de baten niet op tegen de kosten. Bij de propeenleiding lijkt het effect op de veiligheid beperkt en bestaan vraagtekens bij de legitimiteit van overheidsingrijpen. CPB Document 130 Beoordeling projecten ruimtelijke economie, innovatie en onderwijs: Analyse ten behoeve van de FES-meevaller 2006 is te bestellen bij: Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9,- euro De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl). Een volledig overzicht van alle 43 beoordelingen op de gebieden ruimtelijke economie, innovatie en onderwijs staat in de bijlage bij CPB Document 130 en is eveneens beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB. -- Janneke Rijn Centraal Planbureau Sector Arbeidsmarkt en welvaartsstaat Bezoekadres: Centraal Planbureau, Van Stolkweg 14, 2585 JR Den Haag Postadres: Postbus 80510, 2508 GM Den Haag Telefoon: (070) 338 3343 Telefax: (070) 338 33 50 Internet: http://www.cpb.nl/nl/general/sector1/ Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/147

CPB Persbericht nummer 52
Meer over: CPB Persbericht nummer 52|2006-09-19 17:41:15
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 52 Datum: 19 september 2006 Inlichtingen bij: Cees Jansen (tel: 070-3383459), Bert Smid (tel: 070-3383448), of Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477). Economische groei 1,75% in de volgende kabinetsperiode Voor de jaren 2008-2011 bedraagt de economische groei gemiddeld 1,75% per jaar in een voorzichtig scenario. Door de vergrijzing neemt de jaarlijkse groei van het arbeidsaanbod af tot 0,25%, de werkloosheid blijft op het niveau van 2007, namelijk 4,5%. Bij ongewijzigd beleid komt het EMU-saldo in 2011 naar verwachting uit op 1% van het bruto binnenlands product (BBP). Dit is onvoldoende voor houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het licht van de vergrijzing. Om te komen tot houdbare overheidsfinanciën op lange termijn is een structurele beleidsinspanning nodig van circa 1,5% BBP per jaar (9 mld euro). Dit schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen CPB Document Economische Verkenning 2008-2011. De cijfers sluiten aan bij het beeld voor 2007 in de ook vandaag verschenen Macro Economische Verkenning 2007. Het voorzichtige scenario dat in deze studie beschreven wordt, vormt de basis voor de analyse van de verkiezingsprogrammas. Daarvoor zijn twee analyses uit juni jl. geactualiseerd (Het groeipotentieel van de Nederlandse economie tot 2011, en Boekhoudkundige berekening budgettaire ruimte 2008-2011). Stijgende arbeidsproductiviteit draagt economische groei De grootste bijdrage aan de economische groei komt van de stijging van de arbeidsproductiviteit (gemeten als productie per arbeidsjaar). Deze neemt in de beschouwde periode naar verwachting toe met 1,5% per jaar. De groei van het arbeidsaanbod in personen vlakt naar verwachting af, voornamelijk door de vergrijzing. De werkgelegenheid groeit in het voorzichtige scenario met gemiddeld 0,25% per jaar.   EMU-saldo naar 1% in 2011 Bij ongewijzigd beleid komt het EMU-saldo in 2011 uit op 1% van het BBP. Dit is een verbetering van 1%-punt ten opzichte van de inschatting in juni. De belangrijkste oorzaak voor deze verbetering is de opwaartse bijstelling voor de uitgangspositie in 2007. De economische groei van 1,75% komt overeen met de (voorzichtige) inschatting die gebruikt is in de berekening van de budgettaire ruimte uit juni. Bij de analyse is verondersteld dat de gehele budgettaire ruimte wordt aangewend voor verbetering van het begrotingssaldo. Ook is uitgegaan van lastendekkende (stijgende) premies voor de zorg. Vooral hierdoor stijgen de microlasten gecumuleerd over de jaren 2008-2011 met 3,5 mld euro. Om te komen tot houdbare overheidsfinanciën op lange termijn is een structurele beleidsinspanning nodig van circa 1,5% BBP per jaar (9 mld euro). Indien de stijging van de microlasten volledig wordt gecompenseerd, is daarenboven een beleidsinspanning nodig van 0,5% BBP. CPB Document 129, Economische Verkenning 2008-2011, ISBN 90-5833-292-6, is te bestellen bij: Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9,- euro De volledige publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het Centraal Planbureau (www.cpb.nl). Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/92

CPB Persbericht nummer 50
Meer over: CPB Persbericht nummer 50|2006-09-19 16:35:30
CENTRAAL PLANBUREAU / SOCIAAL EN CULTUREEL PLANBUREAU Onderwerp: Persbericht Nummer: 50 Datum: 19 september 2006 Informatie over deel A (De Europese Unie in de publieke opinie) verkrijgbaar bij:   Paul Dekker (SCP, tel: 070-3407526) en Kees Paling (SCP, tel: 070-3407434) Informatie over deel B (Culturele verscheidenheid, economie en beleid) verkrijgbaar bij:   Albert van der Horst (tel: 070-3383402), Arjan Lejour (tel: 070-3383311) en Jacqueline Timmerhuis (CPB, tel: 070-3383477) EUROPESE VERKENNING 4 DEEL A: Nederlanders blijven EU-gezind, maar zijn bezorgd over uitbreidingen De algemene stemming over Europa blijft in Nederland positief. Het referendum van 1 juni 2005 heeft niet tot een omslag in de publieke opinie geleid en ook in 2006 is de steun voor het EU-lidmaatschap in ons land bovengemiddeld in de EU. Verdere uitbreiding van de Unie blijkt echter in toenemende mate een zorg voor Nederlanders. Eén van de meest controversiële potentiële toetreders is Turkije. Steun voor de toetreding van Turkije is waarschijnlijker naarmate men positiever staat tegenover de EU in het algemeen. Desondanks komt bij mensen die zeer positief zijn over het Nederlands EU-lidmaatschap de opvatting dat Turkije niet mag toetreden tot de EU even vaak voor als de opvatting dat Turkije wel mag toetreden. DEEL B: Culturele verschillen belangrijk voor Europese samenwerking Culturele diversiteit beperkt de voordelen van economische samenwerking in Europa. Naarmate landen meer van elkaar verschillen, ontwikkelt men meer gevarieerde vormen van beleid en kan het minder efficiënt zijn om beleid op Europees niveau uit te voeren. Culturele verschillen vormen een bovengrens aan de omvang van handel, buitenlandse investeringen en migratie in Europa. Als cultureel diverse landen gezamenlijke doelen formuleren, zijn goede afspraken en naleving daarvan belangrijker dan wanneer meer homogene landen gezamenlijk doelen willen bereiken. Hier kan een belangrijke taak liggen voor de Europese Unie. Dit zijn enkele conclusies uit de Europese Verkenning 4: DIVERS EUROPA: De Europese Unie in de  publieke opinie / Culturele verscheidenheid, economie en beleid. Deze Verkenning is op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken gemaakt door het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en is vandaag verschenen als bijlage bij de 'Staat van de Europese Unie 2007'. In deze vierde Europese Verkenning wordt uitgebreid ingegaan op de culturele diversiteit in Europa en de gevolgen daarvan op economisch presteren en economisch beleid. In het deel over de publieke opinie wordt dit jaar vooral aandacht besteed aan de referenda over de grondwet in Frankrijk en Nederland en de opvattingen van Nederlanders over Europa in de eerste maanden van 2006. DEEL A: De publieke opinie over Europa Nederland Europagezind &. Vergeleken met de 24 andere lidstaten van de EU blijkt Nederland nog altijd relatief positief gestemd over het EU-lidmaatschap. In het voorjaar van 2006 vindt 74% van de Nederlanders het EU-lidmaatschap een goede zaak (elders gemiddeld 54%). Zeer positief zijn Ierland, Luxemburg en in iets mindere mate Spanje; negatief zijn Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk. Over de hele linie zijn de nieuwe lidstaten van 2004 in het najaar van 2005 wat negatiever dan de oude EU-15. In laatstgenoemde groep zijn echter wel de landen met de grootste reserves te vinden als het gaat om verdere uitbreidingen van de EU. Bij de beoordeling van gunstige effecten en bedreigingen van het EU-lidmaatschap valt vooral de omvang van verschillen tussen afzonderlijke landen op. Zo ziet maar liefst 89% van de Ieren en slechts 20% van de Duitsers een positief effect van het EU-lidmaatschap op de werkgelegenheid. Van de Fransen vreest 70% een verlies van sociale voorzieningen, van de Esten 28%. In Finland is gemiddeld 35% voor gemeenschappelijk Europees beleid op een zestiental onderwerpen, in Cyprus is dat 69% (gemiddeld 55%; Nederland 54%). &. maar zorgen over de uitbreidingen In Nederland is de steun voor uitbreidingen van de EU in vijf jaar tijd gedaald van 58% naar 43%. Desondanks scoort Nederland zeker niet negatiever op uitbreidingen dan andere EU lidstaten. De gemiddelde steun voor een twaalftal uitbreidingen is in Nederland met 57% iets hoger dan het landengemiddelde van de EU (54%). In een pro-Europees land als Luxemburg is de steun 43% en in Oostenrijk slechts 33%. In Nederland kunnen de uitbreidingen met Turkije, de Oekraïne en Albanië op de minste steun rekenen. Turkije staat echter centraal in de maatschappelijke discussies en houdt ook de deelnemers aan focusgroepen het meeste bezig. Uit de focusgroepen komt naar voren dat uitbreidingen zowel economische als psychologische angsten doen bovendrijven. Mensen zijn bang voor de onbeheersbaarheid van uitbreidingen, voor het verlies van identiteit, voor het inboeten van het nationaal belang en voor het effect op de eigen portemonnee. Met een rij opvattingen uit het grootschalige Nederland in Europa-onderzoek wordt meer genuanceerd de Nederlandse houding beschreven tegenover het Turkse lidmaatschap. Nederlanders van Turkse afkomst zijn daarvan vaker voorstander dan anderen. Dit verklaart mede de verschillen in steun voor het Turkse lidmaatschap tussen wijken in de grootste steden. DEEL B: Culturele verscheidenheid, economie en beleid Culturele waarden, zoals het belang van machtsafstand, onzekerheidsmijding en de mate van individualisme, lopen nogal uiteen tussen de bevolkingen van de diverse Europese lidstaten. De noordelijke en zuidelijke landen verschillen in cultureel opzicht fors van elkaar en ook de nieuwe lidstaten zijn duidelijk te onderscheiden van de EU15. Dit blijkt uit cultuurvergelijkend onderzoek naar een aantal culturele waarden (door onder andere Hofstede, Inglehart en Schwartz) en uit metingen van sociaal en institutioneel vertrouwen. Deze culturele verschillen in Europa blijken redelijk onveranderlijk te zijn de afgelopen decennia. Culturele verschillen hebben belangrijke gevolgen voor de onderlinge economische betrekkingen. Bedrijven zullen niet gauw geneigd zijn om te investeren in andere landen als zij de mensen daar niet vertrouwen of niet begrijpen. Buitenlandse investeringen in de EU zijn daardoor lager dan ze zouden zijn in een homogene cultuur. Hetzelfde geldt voor de internationale handel in goederen binnen de EU wordt begrensd door de culturele diversiteit. Daarnaast beperken culturele verschillen de arbeidsmobiliteit binnen de EU. Niet alleen maken andere waarden het moeilijker om effectief naar een baan te zoeken in een ander land, maar ze zorgen er ook voor dat het lastiger is om te integreren in een nieuwe omgeving. Alle stappen die gezet zijn en worden om belemmeringen voor handel en vrij verkeer op te heffen zijn daarmee niet minder waardevol, maar moeten wel in het perspectief gezien worden dat er grenzen zijn aan wat met beleid te bereiken valt. Omdat culturele verschillen de omvang van handel, investeringen en arbeidsmobiliteit beperken in Europa, kunnen zij ook de noodzaak om beleid Europees vorm te geven beïnvloeden. Handel, investeringen en arbeidsmobiliteit zijn vaak kanalen waardoor nationaal beleid effect kan hebben op andere landen. Deze externe effecten van nationaal beleid zijn een argument om beleid Europees te coördineren. Het belang van deze kanalen tussen cultureel meer diverse landen is kleiner dan tussen meer homogene landen. Bijgevolg beperkt culturele diversiteit de rol van Brussel. Daar tegenover staat dat als landen wel willen samenwerken, coördinatie en naleving van afspraken meer noodzakelijk is omdat samenwerking tussen meer cultureel diverse landen niet vanzelf tot stand komt. De verkenning is verkrijgbaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Voorlichting en Communicatie, Jaap Noorhoff, fax 070-3484820, e-mail:  DVL-VM-LOG [at] minbuza [dot] nl   Verder is de tekst digitaal beschikbaar via de websites van CPB en SCP:  www.cpb.nl en www.scp.nl Voor informatie over de Europese Verkenning: Centraal Planbureau: Jacqueline Timmerhuis, telefoon 070-3383477, e-mail:  timmerhuis [at] cpb [dot] nl Sociaal en Cultureel Planbureau: Kees M. Paling, telefoon 070-3407256, e-mail:  k.paling [at] scp [dot] nl Voor informatie over de Staat van de Europese Unie 2007: Ministerie van Buitenlandse Zaken: Herman Quarles van Ufford, telefoon 070-3485417, e-mail: herman.quarles [at] minbuza [dot] nl Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/86

CPB Persbericht nummer 51
Meer over: CPB Persbericht nummer 51|2006-09-19 16:35:29
CENTRAAL PLANBUREAU                Onderwerp: persbericht Nummer: 51 Datum: 19 september 2006 Inlichtingen bij: Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477), Dick Morks (tel: 070-3383410) of Johan Verbruggen (tel: 070-3383404) MEV 2007: Economie komt goed op stoom Met een geraamde groei van 3,25 procent dit jaar en 3 procent komend jaar presteert de Nederlandse economie goed. De economische groei kent een brede basis. De particuliere consumptie neemt toe door herstel van de koopkracht en groei van de werkgelegenheid, terwijl ook de uitvoer en de investeringen aanzienlijk stijgen. De werkloosheid daalt in rap tempo. Desondanks blijven de inflatie en de loonstijging in 2006 en 2007 gematigd. De overheidsbegroting is dit en volgend jaar vrijwel in evenwicht. Dit zijn de hoofdlijnen uit de vandaag gepresenteerde Macro Economische Verkenning (MEV) 2007. Het Centraal Planbureau (CPB) presenteert hierin analyses en prognoses voor de Nederlandse en voor de wereldeconomie in de jaren 2006 en 2007. Tevens bevat de MEV 2007 twee speciale onderwerpen: 'De betekenis van China voor de Nederlandse economie en Effectiviteit van de politie: van meer naar beter blauw. In diverse kaders belicht het CPB een aantal actuele onderwerpen, zoals grondstoffenprijzen en speculatie, wederuitvoer, emigratie en een drietal onzekerheidsvarianten. Amerikaanse groei vlakt wat af in 2007 De Amerikaanse economische groei was in het eerste halfjaar hoger dan in de twee voorgaande periodes, mede door het krachtige herstel na de orkanen Katrina en Rita. Tegelijkertijd begon een afkoeling van de woningmarkt, die naar verwachting dit en volgend jaar zal voortduren en zal leiden tot een minder hoge economische groei in 2007 (2,5 procent). De Chinese autoriteiten hebben recent nieuwe maatregelen genomen om de exorbitante groei in te tomen. Deze maatregelen zullen enig dempend effect hebben, maar desondanks zal vermoedelijk ook volgend jaar de Chinese economische groei zeer hoog blijven (9,5 procent). Economische groei eurogebied trekt aan In het eurogebied zette het conjuncturele herstel in de eerste helft van 2006 door, niet alleen door de uitvoer, maar ook door de opleving van de investeringen en de consumptie. Ondanks dit herstel bleef de nominale loonstijging gematigd. De vooruitzichten voor het eurogebied zijn gunstig. Het consumentenvertrouwen is sterk verbeterd en het vertrouwen van producenten is in zes jaar niet zo hoog geweest. Desondanks zal de groei volgend jaar naar verwachting iets teruglopen, voornamelijk door krap begrotingsbeleid in enkele grote eurolanden, zoals Duitsland en Italië. Nederlandse economie groeit stevig Voor dit jaar wordt een economische groei voorzien van 3,25 procent, die volgend jaar iets afvlakt tot 3 procent. Daarmee treedt een tweede fase van het groeiherstel in, nadat de BBP-groei in de afgelopen twee jaar al beduidend hoger lag dan in de magere jaren 2002 en 2003. Gecorrigeerd voor seizoeninvloeden en werkdageffecten lag het BBP-volume in het tweede kwartaal 1 procent hoger dan in het eerste kwartaal. In dit decennium kwam een dergelijk hoge kwartaal-op-kwartaalgroei slechts één keer eerder voor, te weten in het eerste kwartaal van 2004. Spanning in economie loopt op De output gap, ofwel de verhouding tussen het feitelijke en het geschatte potentiële productieniveau, was vorig jaar nog negatief, maar wordt in 2006 en 2007 naar verwachting positief. Dit duidt op toenemende spanning in de economie, die zowel op de arbeidsmarkt als de goederenmarkt merkbaar wordt. Omdat de werkgelegenheid in 2006 en 2007 substantieel sneller stijgt dan het arbeidsaanbod, neemt de werkloosheid in rap tempo af en de spanning op de arbeidsmarkt toe. Gemiddeld bedraagt de werkloosheid volgend jaar waarschijnlijk 4,5 procent, dit is minder dan de geschatte evenwichtswerkloosheid. Ook de bezettingsgraad in de marktsector, de indicator voor de spanning op de goederenmarkt, loopt naar verwachting in de ramingsperiode op. De voorziene investeringen zijn onvoldoende om de capaciteitsontwikkeling in de pas te laten lopen met de productiegroei. Consumenten en bedrijven geven meer geld uit Vooral door de gunstige ontwikkeling van de werkgelegenheid en de koopkracht neemt de particuliere consumptie dit en komend jaar naar verwachting met 2 procent toe. De toegenomen consumptie komt met name tot uiting in een stijging van het aantal verkochte duurzame goederen. Door de hogere productie en het gunstige niveau van winstgevendheid is het producentenvertrouwen flink gestegen en zijn ondernemers meer geneigd om hun kapitaalgoederenvoorraad uit te breiden. Vermoedelijk nemen de investeringen in machines voor het eerst sinds 1999 weer toe. Vergeleken met de jaren negentig is overigens nog altijd sprake van een relatief laag investeringsniveau.   Inflatie en loonstijging blijven gematigd De contractloonstijging in de marktsector trekt naar verwachting aan tot 1,75 procent in 2006 en 2 procent in 2007. De versnelling van de contractloonstijging is bescheiden in het licht van de snelle verbetering van de situatie op de arbeidsmarkt. Dit komt mede doordat voor ongeveer eenderde van de werknemers al een cao voor geheel 2007 is afgesloten, terwijl de conjuncturele situatie ten tijde van de onderhandelingen minder gunstig was. De contractloonstijging ligt in beide ramingsjaren iets boven de verwachte inflatie van 1,25 procent dit jaar en 1,5 procent komend jaar. In beide jaren hebben diverse overheidsmaatregelen een drukkend effect op de inflatie. Koopkracht neemt toe Na drie jaren van koopkrachtdaling gaan de meeste gezinnen er in 2006 en 2007 in koopkracht op vooruit, in doorsnee met 1,75 procent. De spreiding in koopkrachtontwikkeling is dit jaar echter groot door de overgang naar de nieuwe zorgverzekering, zodat er ook huishoudens op achteruit gaat. Bij de huidige beleidsuitgangspunten neemt de koopkracht volgend jaar in doorsnee met 1,25 procent toe, door lastenverlichting en doordat de loonstijging wat boven de inflatie ligt. Begroting in evenwicht Naar verwachting is dit en volgend jaar nagenoeg sprake van begrotingsevenwicht. De sterke verbetering van het EMU-saldo sinds 2003 is vooral het gevolg van substantiële ombuigingen en lastenverzwaringen in 2004 en 2005 en van het conjuncturele herstel en de sterke stijging van de gasbaten in 2006 en 2007. De overheidsschuld zal volgend jaar waarschijnlijk voor het eerst in 25 jaar weer minder dan de helft van het BBP bedragen.   Speciaal onderwerp: De betekenis van China voor de Nederlandse economie China kent door economische hervormingen sinds eind jaren tachtig een spectaculaire economische groei van gemiddeld bijna 10 procent per jaar. Dit ontwaken heeft de handel met Nederland sterk vergroot. Bijna 8 procent van de Nederlandse invoer komt nu uit China; tweederde daarvan wordt door Nederland weer uitgevoerd. Nederlandse investeringen in China zijn daarentegen beperkt gebleven. De stormachtige opkomst van China heeft geen duidelijke invloed gehad op de Nederlandse arbeidsmarkt en inkomensverdeling, terwijl de inflatie door goedkope invoer uit China wat is gedempt. Speciaal onderwerp: Effectiviteit van de politie: van meer naar beter blauw Verschillende burgemeesters, waaronder die van Rotterdam en Maastricht, hebben veiligheid tot hun prioriteit gemaakt. De grote nadruk op veiligheid heeft ook geleid tot meer aandacht voor de effectiviteit van de politie. Het prikkelen van de politie tot beter blauw is een meer kosteneffectieve manier om de veiligheid te verhogen dan het vrijmaken van middelen voor meer blauw. De uitdaging is dan het stimuleren van een cultuur van experimenteren, monitoren en evalueren binnen de politie, een noodzakelijke voorwaarde voor een effectievere inzet van bestaande middelen. De Macro Economische Verkenning 2007, ISBN 90-12-11701-1, is vanaf heden verkrijgbaar bij: Sdu Servicecentrum Uitgeverijen Postbus 20024 2500 EA Den Haag Telefoon: 070-3789880 Telefax:   070-3789783 De prijs is 26,45 euro. De volledige publicatie is (gratis) beschikbaar als PDF-file op de website van het Centraal Planbureau (www.cpb.nl). Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/87

CPB Persbericht nummer 2006/49
Meer over: CPB Persbericht nummer 2006/49|2006-09-16 22:59:21
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 49 Datum: 16 september 2006 Berichtgeving over nieuwe CPB-gegevens no claim onjuist Het Centraal Planbureau (CPB) heeft geen nieuw onderzoek gedaan naar het effect van de no-claimregeling in de Zorgverzekeringswet. De berichtgeving hierover in de media hedenmorgen is dan ook onjuist. De in diverse kranten genoemde bedragen (2 miljard euro en 150 miljoen euro) zijn in de discussie over dit onderwerp al eerder aan de orde geweest, maar betreffen duidelijk verschillende zaken die niet met elkaar gecombineerd mogen worden. De no-claimregeling leidt in 2006 tot een financieringsverschuiving van 2 miljard euro. Dat wil zeggen dat de zorgpremie 2 miljard euro lager uitkomt, en de eigen betalingen van huishoudens 2 miljard euro hoger. De 150 miljoen euro betreft het gedragseffect, de daadwerkelijke daling van de zorgconsumptie. De CPB-inzichten hierover wijken niet wezenlijk af van die van het kabinet, zoals die op 16 juni jongstleden naar de Tweede Kamer zijn gestuurd (brief van de minister van VWS, 16 juni 2006). Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/78

CPB persbericht nummer 2006/47
Meer over: CPB persbericht nummer 2006/47|2006-09-13 18:23:45
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 47 Datum: 13 september 2006 Inlichtingen bij: Wim Suyker (tel: 070-3383456 en 06-24713671) en Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477) Opkomst China gunstig voor Nederlandse economie Chinas spectaculaire economische groei in de afgelopen decennia heeft per saldo een positief effect gehad op de Nederlandse economie. Relatief goedkope importen hebben de Nederlandse inflatie verminderd. De toegenomen exporten vanuit China hebben de rol van Nederland als doorvoerland naar het Europese achterland versterkt. Negatieve effecten in de vorm van economische herstructureringen blijken bescheiden te zijn. Ondanks regelmatig geuite zorgen is er geen substantieel negatief effect waarneembaar in de vorm van hogere werkloosheid of toegenomen inkomensongelijkheid. Het exportpakket van China blijkt slechts in zeer beperkte mate te overlappen met het exportpakket van Nederland. Grote concurrentie-effecten zijn dan ook niet te verwachten van de opkomst van China. Dit concludeert het Centraal Planbureau in het zojuist verschenen CPB Document China and the Dutch economy; stylised facts and prospects. Voor deze studie hebben onderzoekers van het CPB samengewerkt met onderzoekers van De Nederlandsche Bank en van het in Londen gevestigde National Institute of Economic and Social Research. Het onderzoek is mede op verzoek van de Staatssecretaris van Economische Zaken uitgevoerd. Spectaculaire groei in China Door economische hervormingen bedroeg sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw de Chinese economische groei gemiddeld maar liefst bijna 10% per jaar; geen enkel ander land kende zon hoge groei. Door deze spectaculaire groei is China nu de vierde economie van de wereld. Toch blijft China een ontwikkelingsland. Het gemiddelde inkomen per hoofd is er nu 25% van dat van Nederland, met grote binnenlandse inkomensverschillen, met name tussen stad en platteland. Handel Nederland  China grotendeels aanvullend De Nederlandse handel met China is spectaculair toegenomen en is goed voor circa 23 000 banen in Nederland. Tot begin jaren tachtig stelde deze handel nauwelijks iets voor; nu is China de vierde leverancier en komt bijna 8% van de ingevoerde goederen daar vandaan. En voor de nabije toekomst is de verwachting dat de uitvoer van China in de komende vijf jaar nog eens zal verdubbelen. Door goedkope invoer uit China is de Nederlandse inflatie 0,2% per jaar lager uitgekomen. Hierdoor is het gemiddelde Nederlandse huishouden nu circa 300 euro per jaar goedkoper uit. De Nederlandse uitvoer naar China is momenteel 0,9% van de totale uitvoer. Uitgedrukt als percentage van het BBP (0,6%) is daarmee de betekenis van China voor Nederland vergelijkbaar met die voor de overige lidstaten van het eurogebied. Opvallend is dat China zich in de laatste decennia relatief sterk heeft gespecialiseerd in de productie van technologisch meer hoogwaardige producten. Daarbij gaat het in belangrijke mate om assemblageactiviteiten. Veel van deze producten vinden via Nederland een afzetmarkt in de rest van Europa. De opkomst van China heeft de rol van Nederland als doorvoerland naar het Europese achterland versterkt. Maar liefst tweederde van wat wij uit China invoeren, voeren wij direct weer uit. Momenteel verlaten al dagelijks zon 1000 vrachtwagens de Rotterdamse haven om Chinese producten verder te distribueren in Europa; tegelijkertijd wordt een vergelijkbaar aantal containers vervoerd per schip. Goederen die China veel uitvoert, zijn in het productiepakket van Nederlandse bedrijven relatief onbelangrijk. Dit geldt zowel voor goederen gemaakt met veel laaggeschoolde arbeid (textiel, schoenen, speelgoed), als voor technologie-intensieve consumentenelektronica die in China wordt geassembleerd. De concurrentie-effecten voor Nederlandse bedrijven zijn dus beperkt, zodat de opkomst van China ook niet zal leiden tot drastische sectorale verschuivingen. Geringe Nederlandse directe investeringen in China De Nederlandse directe investeringen in China zijn zeer bescheiden qua omvang. In 2005 is voor 1,7 miljard euro in China geïnvesteerd, slechts 0,3% van de totale buitenlandse investeringen van Nederlandse bedrijven. Nederlandse bedrijven hebben vooral in China geïnvesteerd omdat zij het als een interessante markt beschouwen. De lage loonkosten zijn een veel minder belangrijk motief. Op termijn zullen er voor Nederlandse bedrijven naar verwachting mogelijkheden ontstaan in China op met name de markt voor diensten.   Nederlandse economie weinig gevoelig voor schokken in China Er zijn enige risicos die de snelle ontwikkeling van de Chinese economie kunnen afremmen. Op de korte tot middellange termijn bestaan er gerede kansen op een inflatoire schok in China, tengevolge van stijgende energieprijzen en hogere prijzen van Chinese landbouwproducten. Andere mogelijke schokken betreffen een revaluatie van de Chinese munt, de renminbi, en problemen voor het Chinese bankwezen. De te verwachten effecten van dergelijke schokken op de Nederlandse economie zijn blijkens simulatie-exercities beperkt. Geen specifiek beleid Specifieke beleidsmaatregelen om te voorkomen dat de opkomst van China nadelig uitpakt voor de Nederlandse economie zijn niet nodig. Innovatie blijft van belang, mede om de toenemende concurrentie op de wereldmarkt en geleidelijke herstructurering in Nederland als gevolg van de opkomst van China te verzachten. Het creëren van gunstige randvoorwaarden voor bedrijven die via exporten of buitenlandse investeringen toegang willen krijgen tot de Chinese markt, kan Nederlandse bedrijven in staat stellen om de mogelijkheden van de opkomst van China goed te benutten. Bovendien biedt de opkomst van China de Nederlandse economie mogelijkheden om haar functie als gateway to Europe te versterken, met inachtneming van de consequenties voor het milieu.  CPB Document 127, China and the Dutch economy; stylised facts and prospects, is te bestellen bij: Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9,- euro De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl). Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/68

CPB-persbericht nummer 2006/44
Meer over: CPB-persbericht nummer 2006/44|2006-08-21 18:07:01
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 44 Datum: 21 augustus 2006 Inlichtingen bij: Paul Besseling (070-3383416) en Jacqueline Timmerhuis (070-3383477) De files tussen Almere en Amsterdam kunnen snel worden aangepakt Een verbreding van de A1 plus enkele aansluitende wegen kan op betrekkelijk korte termijn al wat doen aan de vele files op de wegen van Almere en t Gooi naar Amsterdam. Dat kost 1 tot 1,5 mld euro. Daarentegen is het niet zo eenvoudig om de files aan te pakken op de ring ten zuiden van Amsterdam, de A9 van Diemen tot Schiphol. Het afgelopen jaar werd gesproken over verschillende oplossingen, waaronder een nieuw stuk weg met een tunnel langs het Naardermeer. Maar die oplossingen helpen weinig om de reistijden op de zuidelijke ring te bekorten. Bovendien zijn die oplossingen nogal duur: nog eens 1,5 tot 2,5 mld euro extra. Dit concludeert het Centraal Planbureau op basis van de Aanvullende Kosten-Batenanalyse Planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere van Rijkswaterstaat. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft het CPB gevraagd een second opinion op het onderzoek van Rijkswaterstaat uit te brengen. In de second opinion, vandaag gepubliceerd als CPB Notitie, plaatst het CPB enkele kritische kanttekeningen bij de aanpak van het onderzoek. Goed aan het onderzoek is dat Rijkswaterstaat nu een echte knelpuntenanalyse heeft uitgevoerd voor de wegen in het studiegebied. Daaruit blijkt dat de grootste knelpunten zich voordoen op de A1 en de daarop aansluitende wegen. In Amsterdam is dat de A10-Oost, en richting Almere is dat de A6. Voorts blijkt uitbreiding van de wegcapaciteit juist op deze trajecten niet al te duur te zijn, alles bij elkaar 1 tot 1,5 mld euro. De bouwtijd kan beperkt blijven tot maximaal 4 jaar. Dit heeft geleid tot een nieuwe variant, de Locatiespecifieke Variant genoemd, waarvan de kosten-batenanalyse (KBA) een maatschappelijk rendement van 5% tot 10% laat zien. Dat is tamelijk hoog. Het onderzoek van Rijkswaterstaat werpt ook nieuw licht op de twee varianten die al langer in discussie zijn, de zogenaamde Stroomlijnvariant en Verbindingsvariant. Beide varianten omvatten, in meerdere of mindere mate, ingrepen op de A6, de A1 en de A10, de trajecten die in de Locatiespecifieke Variant aangepakt worden. Die onderdelen van beide varianten lijken maatschappelijk rendabel. De resterende onderdelen van beide varianten dragen echter heel weinig bij aan de verbetering van de doorstroming van het verkeer. Het gaat dan vooral om de A9 door Amsterdam Z-O, de A9 door Amstelveen en de eventuele nieuwe weg met een tunnel langs het Naardermeer. Het onderzoek van Rijkswaterstaat wijst uit dat sommige van die onderdelen, zoals de tunnel, goedkoper zijn dan eerder werd berekend. Desondanks laten aanvullende berekeningen van het CPB zien dat deze investeringen vooralsnog maatschappelijk niet rendabel zijn. Dat komt omdat deze resterende onderdelen weinig bijdragen aan het verhogen van de snelheid op de zuidelijke ring. In het onderzoek van Rijkswaterstaat wordt dit aspect onvoldoende naar voren gebracht. Daarnaast plaatst de second opinion enkele kritische kanttekeningen bij  de presentatie van de uitkomsten en bij de onderzoeksmethode. Zo zijn de berekeningen alleen uitgevoerd voor een scenario met een relatief hoge groei van de toekomstige mobiliteit. Een analyse met meerdere scenarios was op zijn plaats geweest.        De CPB Notitie Second opinion op de Aanvullende KBA Planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere is (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl). De CP -- Janneke Rijn Centraal Planbureau Sector Arbeidsmarkt en welvaartsstaat Bezoekadres: Centraal Planbureau, Van Stolkweg 14, 2585 JR Den Haag Postadres: Postbus 80510, 2508 GM Den Haag Telefoon: (070) 338 3343 Telefax: (070) 338 33 50 Internet: http://www.cpb.nl/nl/general/sector1/ Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/749

CPB-persbericht nummer 2006/43
Meer over: CPB-persbericht nummer 2006/43|2006-08-19 09:54:39
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 43 Datum: 18 augustus 2006 Inlichtingen bij: Dick Morks (tel: 070-3937483) Geen CPB-informatie over verkiezingsprogramma's In diverse media verschijnen berichten als zou het CPB naar aanleiding van het verschijnen van het verkiezingsprogramma van het CDA informatie hebben verstrekt. Deze berichten zijn onjuist. Het CPB doet geen enkele mededeling naar aanleiding van het verschijnen van welk verkiezingsprogramma dan ook, tot 26 oktober, wanneer de resultaten van de doorrekening van de verkiezingsprogramma's van alle partijen in een persconferentie openbaar zullen worden gemaakt. Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/746

CPB-persbericht nummer 2006/42
Meer over: CPB-persbericht nummer 2006/42|2006-08-02 00:49:01
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 42 Datum: 31-7-2006 Inlichtingen bij: Sjef Ederveen (tel: 070-3383373), Arjan Lejour (tel: 070-3383311), of Dick Morks (tel: 070-3383410) Beperkte rol Europa bij versterken hoger onderwijs Onderwijsbeleid wordt voornamelijk op nationaal niveau bepaald. Er is weinig reden om dit naar Europees niveau te tillen. Een grotere markt is geen garantie voor hogere kwaliteit van het hoger onderwijs. Ook de effecten van internationale kennisoverdrachten door studenten lijken niet groot. Wel vinden we dat studentenmobiliteit leidt tot meer arbeidsmobiliteit. Dit biedt een rechtvaardiging voor lichte vormen van coördinatie, zoals het verhogen van de transparantie binnen het hoger onderwijs en erkenning van diplomas. Dit concluderen onderzoekers Laura Thissen en Sjef Ederveen van het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen CPB Discussion Paper 'Higher education: Time for coordination on a European level? Hoger onderwijs is altijd een zaak van nationale overheden geweest, niet van de Europese Unie. Er zijn twee theoretische motieven om coördinatie van hoger onderwijs naar Europees niveau te tillen. Enerzijds zijn er mogelijk voordelen van een grotere markt (schaalvoordelen). Anderzijds is het mogelijk dat nationaal onderwijsbeleid onvoldoende rekening houdt met de effecten voor andere landen (externe effecten). In de praktijk zijn deze redenen vooral van belang als studenten internationaal mobiel zijn. Dit Discussion Paper onderzoekt de relevantie van deze motieven voor het hoger onderwijs. Internationale kennisoverdrachten (externe effecten) en concurrentie op kwaliteit tussen universiteiten (schaalvoordelen) doen zich alleen voor als studenten daadwerkelijk in andere landen gaan studeren. Studentenmobiliteit is de laatste decennia enorm toegenomen, maar ligt nog steeds onder de door de Europese Commissie gestelde doelen. De onderzoekers doen een empirische analyse naar de determinanten van studentenmobiliteit  binnen de EU. Zij vinden aanwijzingen dat studenten kwaliteit van het onderwijs belangrijk vinden in hun keuze voor een onderwijsinstelling in het buitenland. Grootschalige concurrentie op basis van kwaliteit is in de EU echter nog ver weg, omdat de meeste studenten bij voorkeur dicht bij huis studeren en nationale instituties vaak ook een blokkade voor effectieve concurrentie opwerpen. Schaalvoordelen doen zich voor als grotere landen of grotere scholen een hogere kwaliteit onderwijs bieden. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat op een grotere markt meer concurrentie is om de beste studenten aan te trekken. Hierdoor kan een voedingsbodem voor topuniversiteiten ontstaan. De onderzoekers vinden echter weinig bewijs voor het bestaan van zulke schaalvoordelen. De kwaliteit van het hoger onderwijs is niet noodzakelijkerwijs hoger in grotere landen of bij grotere onderwijsinstellingen. Selectie van studenten lijkt belangrijker voor de kwaliteit van de universiteit dan de schaal. Grensoverschrijdende externe effecten kunnen zich onder andere voordoen als studenten in een ander EU-land gaan studeren en met de daar opgedane kennis hun eigen universiteit na terugkomst bevoordelen. Andersom kan ook: de hoog opgeleide student kan met zijn kennis het onderwijsniveau aan de buitenlandse universiteit verhogen. Er is echter weinig empirisch bewijs voor het belang van dit soort kennisoverdrachten door studentenmobiliteit. Wel zijn er aanwijzingen dat studentenmobiliteit een voorloper is van arbeidsmobiliteit. Het ene EU-land kan de opleiding van de werknemer in spe betalen terwijl het EU-land waar hij gaat werken, hiervan profiteert. Dat zou een reden vormen voor verdere coördinatie op EU-niveau. Grote effecten mogen hiervan op korte termijn niet verwacht worden, omdat de arbeidsmobiliteit tussen EU-landen gering is en afhankelijk van een scala aan factoren. CPB Discussion Paper 68, Higher education: Time for coordination on a European level?, is te bestellen bij: Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9,- euro De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand. Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/707

CPB-persbericht nummer 2006/41
Meer over: CPB-persbericht nummer 2006/41|2006-07-11 20:19:41
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 41 Datum: 11 juli 2006 Inlichtingen bij: Maarten Cornet (tel: 070-3383424), Free Huizinga (tel: 070-3383375), of Jacqueline Timmerhuis (tel: 070 - 3383 477) Kansrijk kennisbeleid Extra overheidsbeleid op het terrein van onderwijs, onderzoek en innovatie kan de welvaart in Nederland verhogen. Zo zijn het verhogen van de kwaliteit van leraren en het uitbreiden van voor- en vroegschoolse educatie voor risicoleerlingen kansrijke opties op het terrein van onderwijs. Extra fiscale steun voor startende innovatoren is een kansrijke beleidsoptie om innovatie te bevorderen. Een effectieve stimulans voor de wetenschap is om de bekostiging van onderzoek aan universiteiten, de zogenoemde eerste geldstroom, sterker afhankelijk te maken van onderzoeksprestaties. Dit concludeert het Centraal Planbureau in de vandaag verschenen studie Kansrijk Kennisbeleid. Hierin onderzoekt het planbureau welke beleidsopties bij onderwijs, onderzoek en innovatie in de praktijk daadwerkelijk voldoende vruchten afwerpen, zodat ze opwegen tegen de maatschappelijke kosten. Er is vooral gebruik gemaakt van empirische evaluatiestudies van eerder, soortgelijk beleid in binnen- en buitenland. Kansrijk onderwijsbeleid De eerste kansrijke optie is het verhogen van de kwaliteit van leraren. Onderzoek laat zien dat een verhoging van de kwaliteit van leraren kan leiden tot substantiële verbeteringen in de prestaties van leerlingen. Stevig bewijs wordt geleverd in een recente studie waarin een half miljoen leerlingen in de Amerikaanse staat Texas meerdere jaren zijn gevolgd. Scholing van leraren en financiële prikkels blijken kansrijke manieren te zijn om de kwaliteit van leraren en hun prestaties te verbeteren. Over de effectiviteit van andere mogelijke beleidsopties op dit terrein is (nog) geen hard onderzoek beschikbaar. Een tweede kansrijke optie is voor- en vroegschoolse educatie gericht op risicoleerlingen. In de Verenigde Staten zijn verschillende projecten uitgevoerd met kinderen uit achterstandsgroepen. Op basis van loting werd bepaald welke kinderen mochten deelnemen aan educatieve programmas en welke kinderen geen educatief programma kregen aangeboden. De ervaringen van deze kinderen in en na het onderwijs zijn gevolgd, soms wel 30 jaar lang. Daaruit komt naar voor dat deze programmas omvangrijke baten voor de samenleving en de deelnemers opleveren, zoals een verbetering van de kansen op de arbeidsmarkt en een vermindering van criminele activiteiten. Een derde kansrijke optie is beleid gericht op het verminderen van voortijdig schoolverlaten. Verlaging van schooluitval vermindert het latere beroep op de sociale zekerheid en de kans op crimineel gedrag. Een inventarisatie van studies met een experimentele opzet geeft twee veelbelovende richtingen aan. In de eerste plaats blijken projecten die gebruik maken van financiële prikkels voor  leerlingen, leraren en scholen effectief te zijn. Positieve ervaringen zijn hiermee opgedaan in het Verenigd Koninkrijk, de VS en Israël. Daarnaast zijn veelbelovende ervaringen opgedaan met langdurige en intensieve programma's met coaches, gericht op de sociale ontwikkeling van risicojongeren. Een vierde kansrijke optie is het invoeren van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs. Het doel van de introductie van een sociaal leenstelsel is het bevorderen van de efficiëntie van de inzet van publieke middelen in het hoger onderwijs. Een ander doel is het behouden van de toegankelijkheid tot het hoger onderwijs wanneer kwaliteit en collegegeld gedifferentieerd zijn. Een sociaal leenstelsel laat studenten hun studielening terugbetalen afhankelijk van hun latere inkomen. In Australië is in 1989 een sociaal leenstelsel geïntroduceerd in de vorm van het zogenoemde Higher Education Contribution Scheme (HECS). Voor de introductie van het HECS kende Australië geen private bijdragen aan hoger onderwijs. Door de introductie steeg de private bijdrage in de gemiddelde directe kosten van hoger onderwijsprogrammas naar 23%. Verschillende evaluaties laten zien dat de deelname aan het hoger onderwijs in Australië niet is afgenomen na de introductie van het HECS. Kansrijk onderzoeks- en innovatiebeleid Een eerste kansrijke beleidsoptie is een uitbreiding van de faciliteit voor startende innovatoren in de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Jonge bedrijven met eigen R&D hebben hierdoor recht op een extra korting op de af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen vanwege hun R&D-werkers. Empirisch onderzoek laat zien dat een euro overheidsgeld besteed aan deze faciliteit 50 tot 80 cent extra speur- en ontwikkelingswerk oplevert. Dit onderzoeksresultaat gecombineerd met het hoge maatschappelijk rendement op R&D maakt aannemelijk dat deze beleidsoptie de welvaart verhoogt. Een tweede kansrijke beleidsoptie is een uitbreiding van een faciliteit voor fondsen die risicokapitaal verstrekken van een beperkte omvang. Studies geven aan dat de risicokapitaalmarkt voor dit type leningen daadwerkelijk knelpunten kent. Empirisch onderzoek uit het Verenigd Koninkrijk wijst erop dat overheidsbeleid deze knelpunten kan aanpakken. Dat beleid moet wel zodanig worden vormgegeven, dat private investeerders beslissen of een bedrijf een lening verkrijgt of niet, en dat deze private partijen in het risico delen. Een derde kansrijke beleidsoptie is het gastvrij toelaten van hoogopgeleide buitenlanders tot Nederland. Hoogopgeleide buitenlanders brengen kennis mee waar andere mensen en bedrijven van kunnen leren. Studies laten zien dat fysieke nabijheid dat leren bevordert. Eerdere ervaringen met het versoepelen van de drempels tot de Nederlandse arbeidsmarkt geven aan hoe deze beleidsoptie vormgegeven kan worden. Een vierde kansrijke beleidsoptie is de bekostiging van onderzoek aan universiteiten (de zogenoemde eerste geldstroom) sterker afhankelijk te maken van onderzoeksprestaties. Ervaringen uit het Verenigd Koninkrijk met de Research Assessment Exercise geven aan dat een versterking van de onderzoeksprestatieprikkels voor universiteiten leidt tot een stijging van de (kwaliteit van) de wetenschappelijke productie en tot een concentratie van onderzoeksmiddelen bij de beste onderzoeksuniversiteiten. Het oordeel over een algemene intensivering van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) is gedifferentieerd. Empirisch onderzoek geeft aan dat een beperkte intensivering een neutraal welvaartseffect heeft. Onbekend is het welvaartseffect van een substantiële intensivering. Er is wel empirie over de welvaartsbijdrage van de WBSO als geheel. Hieruit blijkt dat handhaven van het instrument zinvol is. Niet kansrijk beleid Verschillende besproken beleidsopties blijken op grond van empirisch onderzoek niet kansrijk te zijn. Een reden kan  zijn dat de beleidsoptie niet effectief is, bijvoorbeeld omdat het beleid activiteiten stimuleert die private marktpartijen ook zonder dat beleid zouden uitvoeren. Een andere mogelijkheid is dat het beleid zo kostbaar is dat de maatschappelijke baten niet opwegen tegen die kosten. De studie bespreekt een aantal van zulke opties. Een voorbeeld is het afschaffen of verminderen van centrale toetsen en examens of van de vrije schoolkeuze. Deze opties belemmeren de marktwerking in het onderwijs. Uit Europees en Amerikaans onderzoek blijkt dat de prestaties van leerlingen hoger zijn in onderwijssystemen die wel gebruik maken van centrale toetsing. Amerikaans onderzoek laat zien dat ouders de beoogde effecten van een beperking van de vrije schoolkeuze ongedaan maken via hun keuze waar te gaan wonen. Ook zijn er beleidsopties waarvan op basis van de huidige inzichten geen positieve of negatieve uitspraak gedaan kan worden over hun maatschappelijke nut. Soms is over dit beleid helemaal geen overtuigende evaluatie beschikbaar. Soms ook spreken de beschikbare studies elkaar tegen. Kanttekeningen De conclusies over kansrijke opties hebben steeds betrekking op een beperkte aanpassing in het huidige beleidspakket. Onderwerp van discussie is bijvoorbeeld niet de welvaartsbijdrage van publieke financiering van het onderwijs in zijn geheel, maar uitbreiding van bepaalde onderdelen of van een verschuiving in de financiering ervan. De beoordeling van de voorstellen gebeurt ook steeds tegen de achtergrond van de bestaande kennisinfrastructuur op het betreffende gebied. Een andere kanttekening is dat het rapport zeker niet alle mogelijke beleidsopties bespreekt. Het rapport richt zich op beleidsopties die nu in de Nederlandse beleidsdiscussie een belangrijke rol spelen en waarvoor in de internationale empirische literatuur overtuigende evaluaties voorhanden zijn. Het gaat dus om beleidsopties waar in het verleden al ervaring mee is opgedaan. De studie bevat geen verkenning van mogelijke nieuwe beleidsopties. Onzekerheden De onzekerheid over de welvaartsbijdrage van extra kennisbeleid is nog steeds groot. Relatief veel informatie is gebaseerd op buitenlands onderzoek. Het is op voorhand niet duidelijk in hoeverre dit beleid in Nederland tot dezelfde resultaten zou leiden. Zo zijn bijvoorbeeld de beleidsvoorstellen die in Nederland circuleren vrijwel nooit exact dezelfde als die in het buitenland. Ogenschijnlijk kleine verschillen in uitwerking van hetzelfde beleidsidee kunnen toch belangrijke verschillen in uitkomsten genereren. The devil is in the details is een gevleugelde uitspraak bij het concreet uitwerken van kennisbeleid. Op het terrein van onderwijs worden deze problemen verminderd doordat er meer studies beschikbaar komen die in verschillende omstandigheden toch soortgelijke resultaten vinden. Bovendien bestaat er ook steeds meer Nederlands onderzoek. Daardoor kan er nu voor een aantal beleidsvoorstellen op dit terrein een redelijk overtuigende uitspraak gedaan worden over de vraag of dit beleid kansrijk is. Bij onderzoek en innovatie is het minder vaak mogelijk harde conclusies te trekken. CPB Document 124, Kansrijk kennisbeleid, ISBN: 90-5833-282-9, is te bestellen bij: Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9,- euro De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB (www.cpb.nl). Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/667

CPB-persbericht nummer 2006/39
Meer over: CPB-persbericht nummer 2006/39|2006-06-17 20:35:44
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: Datum: 15 juni 2006 Inlichtingen bij: Jacqueline Timmerhuis (tel: 070-3383477), Johan Verbruggen (tel: 070-3383404), of Hans Stegeman (tel: 070-3383419) Economische groei trekt stevig aan De Nederlandse economie zit in de lift. De economische groei trekt dit jaar aan tot 3%, om volgend jaar iets terug te vallen tot 2,75%. In meerdere opzichten markeert 2006 een ommekeer. Zo groeit de economie in Nederland voor het eerst deze eeuw sneller dan gemiddeld in het eurogebied. De gezinsbestedingen nemen toe door herstel van de koopkracht en groei van de werkgelegenheid. Daarnaast stijgen de investeringen en de uitvoer. De werkloosheid daalt in rap tempo. De overheidsbegroting is volgend jaar vrijwel in evenwicht. Dit zijn enkele hoofdpunten uit de vandaag openbaar gemaakte korte-termijnraming van het CPB. De economische vooruitzichten zijn gepubliceerd in de CPB Nieuwsbrief 2006/2. Gunstig internationaal beeld De internationale economische vooruitzichten, die voor de ontwikkeling van de Nederlandse economie bepalend zijn, zijn gunstig voor 2006 en 2007. De groei in de VS trok in het eerste kwartaal fors aan, na eind vorig jaar te zijn gedrukt door de orkanen Katrina en Rita. Doordat het monetaire beleid niet langer expansief is en de kapitaalmarktrentes duidelijk zijn gestegen, zal de groei volgend jaar naar verwachting wel wat afvlakken. De opkomende Aziatische economieën blijven zich in beide jaren zeer dynamisch ontwikkelen. De groei van het bruto binnenlands product (BBP) in het eurogebied loopt naar verwachting op van 1,3% in 2005 tot 2,25% in 2006, het hoogste groeicijfer sinds 2000. De belangrijkste bijdrage komt van de uitvoer en de investeringen. Komend jaar valt de BBP-groei in het eurogebied naar verwachting licht terug, voornamelijk door het restrictieve begrotingsbeleid in Duitsland, de recente appreciatie van de euro en de voorziene renteverhogingen. Recordprijs olie De olieprijs steeg dit jaar verder, tot circa 70 dollar per vat Brent in april en mei. Deze hoge prijs is zowel het gevolg van politieke ontwikkelingen die de onzekerheid over het toekomstige aanbod hebben vergroot als van de stevige vraagtoename gedurende de afgelopen jaren bij een relatief beperkte aanbodstijging. Voor 2007 is gerekend met een blijvend hoge olieprijs van 70 dollar per vat. Nederlandse economie floreert door toename binnenlandse bestedingen& Het CPB verwacht dat de economische groei dit jaar 3% bedraagt en volgend jaar iets terugvalt naar 2,75%. In tegenstelling tot voorgaande jaren zullen de totale binnenlandse bestedingen (consumptie, investeringen en overheidsuitgaven) weer een substantiële bijdrage leveren. Het totaal beschikbaar inkomen van gezinnen stijgt door een herstel van de werkgelegenheid en de koopkracht. Dit heeft een positief effect op de groei van de particuliere consumptie in beide ramingsjaren. De bedrijfsinvesteringen nemen vermoedelijk fors toe. Het producenten-vertrouwen bereikte in april het hoogste niveau sinds 2000. De verwachte opleving van de productiegroei zorgt voor een stijging van de bezettingsgraad en de winstgevendheid. Vooral in machines en computers wordt dit jaar meer geïnvesteerd; resultaat is dat de totale bedrijfsinvesteringen met 8,5% kunnen toenemen. Volgend jaar vertraagt deze groei naar verwachting tot 4%, vooral door minder investeringen in de luchtvaartsector en het openbaar vervoer. &en meer uitvoer De uitvoer blijft in zowel 2006 als 2007 een aanzienlijke bijdrage leveren aan de economische groei. Vooral de aantrekkende Europese economie speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast zal de prijsconcurrentiepositie naar verwachting in 2007 voor het eerst dit decennium een bescheiden verbetering laten zien. De in Nederland geproduceerde uitvoer zal in 2006 het hoogste groeicijfer sinds 2000 bereiken. De stormachtige expansie van de wederuitvoer gaat ook in 2006 en 2007 onverminderd door. Gestuwd door de opkomst van China als fabrikant van met name consumentenelektronica neemt de wederuitvoer naar verwachting in beide jaren met dubbele cijfers toe. Werkloosheid daalt in rap tempo De werkloosheid is sinds eind 2005 aanzienlijk gedaald. Voor het eerst sinds 2002 neemt de werkgelegenheid substantieel toe. Volgend jaar trekt deze naar verwachting flink verder aan. De werkloosheid neemt hierdoor in twee jaar tijd met 135 000 personen af, een daling van bijna 30%. De daling is volgend jaar het sterkst, omdat de werkgelegenheid altijd met enige vertraging reageert op de productie. Loon- en prijsstijgingen blijven gematigd De inflatie, die vorig jaar nog uitkwam op 1,7%, wordt voor dit jaar geraamd op 1,25%. Het afschaffen van het gebruikersdeel van de onroerend-zaakbelasting (OZB) heeft dit jaar een drukkend effect, maar volgend jaar niet meer. Ook de arbeidskosten per eenheid product stuwen de inflatie in 2007 op. Daartegenover staat dat de prijs van energie dan vermoedelijk minder bijdraagt aan de prijsstijging. Per saldo komt de inflatie volgend jaar naar verwachting uit op 1,5%. De contractloonstijging ligt in beide ramingsjaren naar verwachting iets boven de inflatie. Vooral als gevolg van de dalende werkloosheid versnelt de contractloonstijging van 1¾% dit jaar naar 2% volgend jaar. Begrotingssaldo nadert evenwicht Het begrotingstekort, dat in 2003 nog ruim 3% bedroeg, verdwijnt als sneeuw voor de zon. Voor dit en volgend jaar wordt, ondanks extra uitgaven wegens intensiveringen, nog slechts een klein tekort verwacht. Dit komt mede door extra gasbaten door de hoge olieprijs, het aantrekken van de conjunctuur en het effect van eerder genomen beleidsmaatregelen om het aantal uitkeringen terug te dringen. Verder in CPB Nieuwsbrief 2006/2 Naast de economische vooruitzichten voor 2006 en 2007 bevat dit nummer van de CPB Nieuwsbrief een column van directeur Coen Teulings over een mogelijke tweede stap in de stelselherziening zorg, alsmede artikelen over: het groeipotentieel van de Nederlandse economie op de middellange termijn; het budgettair beeld in de volgende kabinetsperiode; de zorguitgaven, ook in de volgende kabinetsperiode; SAFFIER, het CPB-model voor de korte en de middellange termijn; pensioensparen en levensloop; de effecten van de nieuwe bijstandswet op in- en uitstroom; en kinderopvang en betaald ouderschapsverlof. Voorts bevat de Nieuwsbrief een overzicht van de CPB-publicaties van de afgelopen maanden. De CPB Nieuwsbrief 2006/2, het artikel Economische groei trekt stevig aan en de bijbehorende kerngegevenstabel zijn (gratis) beschikbaar als aparte PDF-bestanden op de website van het CPB (www.cpb.nl). Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/574

cpb persbericht 40
Meer over: cpb persbericht 40|2006-06-17 20:35:44
CENTRAAL PLANBUREAU Onderwerp: persbericht Nummer: 40 Datum: 16 juni 2006 Inlichtingen bij: Marc Pomp (tel: 070 - 3383 408 of 06 - 20 295 293), Esther Mot (tel: 070 - 3383 318) of Jacqueline Timmerhuis (tel: 070 - 3383 477) Hervormingen nodig om ouderenzorg doelmatiger te maken Om de doelmatigheid van de ouderenzorg te vergroten zijn ingrijpende aanpassingen nodig. Onder een aantal voorwaarden lijkt overheveling naar de zorgverzekeraars de grootste kans op doelmatigheidswinst op te leveren. Die voorwaarden hebben onder meer betrekking op de borging van kwaliteit en toegankelijkheid en op de afstemming met gemeentelijke taken rond wonen en welzijn. Of aan die voorwaarden kan worden voldaan valt nu nog niet te zeggen. De komende jaren kunnen worden benut om deze onzekerheden terug te dringen, om daarna een goed onderbouwde keuze voor een nieuw model van de ouderenzorg te maken. Dit concludeert het CPB in het vandaag verschenen CPB Document 'Handle with care! Sturingsmodellen voor een doelmatige ouderenzorg'. Het onderzoek verkent opties gericht op vergroting van de doelmatigheid in de AWBZ-gefinancierde ouderenzorg: de zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen, in de dagopvang en bij ouderen thuis (thuiszorg). In totaal gaat het thans jaarlijks om ruim 11 miljard euro. Drie opties voor vergroten doelmatigheid in ouderenzorg De verantwoordelijkheid voor de zorginkoop is op dit moment ondergebracht bij regionale zorgkantoren. Omdat zorgkantoren geen risico lopen over de kosten van de ingekochte zorg zijn de prikkels voor doelmatigheid zwak. Drie opties dienen zich aan om deze prikkels te versterken: Zorgkantoren risicodragend maken voor de kosten van de zorginkoop; Overheveling van de ouderenzorg naar de basisverzekering van de Zorgverzekeringswet. De verantwoordelijkheid voor de ouderenzorg berust dan bij zorgverzekeraars; Overheveling van de verantwoordelijkheid voor de ouderenzorg naar gemeenten. De huidige organisatie van de ouderenzorg Op dit moment zijn zorgkantoren grotendeels verantwoordelijk voor de inkoop van de AWBZ-gefinancierde ouderenzorg bij thuiszorginstellingen, verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Nederland is hiervoor verdeeld in 32 regio's. In elke regio is één zorgkantoor actief. Zorgkantoren zijn onderdeel van een zorgverzekeraar, doorgaans de grootste zorgverzekeraar in de regio. Zorgkantoren hebben geen prikkel om te investeren in doelmatige inkoop - eerder een prikkel om hier niet in te investeren, omdat opbrengsten van doelmatige inkoop terugvloeien in de algemene kas terwijl de kosten ten laste komen van het budget van het zorgkantoor. Optie 1: Risicodragend maken van zorgkantoren Bij deze optie behoudt het zorgkantoor zijn huidige taken, maar prikkels om doelmatig in te kopen worden versterkt. Dit is te bereiken door de zorgverzekeraar die het zorgkantoor exploiteert risicodragend te maken voor de zorginkoop. Dit betekent dat eventuele winsten of verliezen op de zorginkoop ten bate of laste komen van de zorgverzekeraar die het zorgkantoor exploiteert. Optie 2: Overheveling van de ouderenzorg naar de Zorgverzekeringswet (Zvw) Deze optie houdt in dat de ouderenzorg deel gaat uitmaken van het basispakket in de Zvw. Ouderen kunnen dus zelf de verzekeraar kiezen die de ouderenzorg voor hen inkoopt. Hierbij is sprake van concurrerende risicodragende verzekeraars. Winsten of verliezen op de zorginkoop komen direct ten bate of laste van de zorgverzekeraar waar de ouderen verzekerd zijn. Optie 3: Overheveling van de ouderenzorg naar gemeenten De recent aangenomen Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), die op 1 januari 2007 ingaat, regelt de overheveling van huishoudelijke verzorging naar de gemeente. Bij deze optie wordt de ouderenzorg ondergebracht bij de gemeenten, die ook het financiële risico lopen over de uitvoering. Optie 2 scoort het hoogst, mits... Overheveling naar de Zvw levert in beginsel de sterkste doelmatigheidsprikkels op. Bovendien heeft dit sturingsmodel als belangrijk voordeel dat ouderen zelf hun zorginkoper kunnen kiezen (de zorgverzekeraar). Hier kan een belangrijke kwaliteitsprikkel van uitgaan, mits verzekeraars ouderen graag als klant willen hebben en mits ouderen hun keuze kunnen en willen baseren op betrouwbare kwaliteitsinformatie. Ook is het van belang dat geen knelpunten ontstaan met gemeentelijke taken rond zorg en welzijn van ouderen. Voorwaarde 1: goede risicoverevening èn onafhankelijke indicatiestelling Of zorgverzekeraars ouderen graag als klant zien hangt af van de risicoverevening. Goede risicoverevening vereist dat ziektekostenverzekeraars gecompenseerd worden voor de redelijkerwijs te maken kosten van ouderenzorg. Zo niet, dan hebben zorgverzekeraars een sterke prikkel om ouderen te mijden door te beknibbelen op de kwaliteit en de toegankelijkheid van de ingekochte zorg voor ouderen. De noodzakelijke aanpassingen in de risicovervening vereisen dat een onafhankelijke instantie belast blijft met de indicatiestelling. Bevordering van doelmatigheid bij de indicatiestelling verdient daarom aparte aandacht. Voorwaarde 2: transparante kwaliteit Zelfs bij goede risicoverevening kan overheveling van de ouderenzorg naar zorgverzekeraars ten koste gaan van kwaliteit en toegankelijkheid. Dit is het geval als goede kwaliteitsinformatie ontbreekt. Het is van belang de kwaliteit van de ouderenzorg transparant te maken. In het verlengde daarvan kan worden verkend of het mogelijk is de kwaliteit te borgen door minimum-kwaliteitseisen op te nemen in de polisvoorwaarden. Voorwaarde 3: schottenproblemen oplossen Door overheveling van de ouderenzorg naar zorgverzekeraars verbetert de samenhang tussen AWBZ en curatieve zorg, maar kunnen knelpunten ontstaan met gemeentelijke taken rond zorg en welzijn van ouderen (zoals deze ook nu bestaan tussen AWBZ en gemeentelijke taken). Gemeentelijke investeringen in aangepaste woningen, diensten zoals maaltijden en huishoudelijke hulp, en vervoer voor ouderen zijn nodig om ondoelmatig verblijf in verpleeg- en verzorgingshuizen tegen te gaan. Dit levert vaak besparingen op en komt waarschijnlijk tegemoet aan de voorkeuren van veel ouderen. Op dit moment is de prikkel voor gemeenten om te investeren in dergelijke voorzieningen gering, omdat de opbrengsten neerslaan bij de AWBZ. Overheveling van de ouderenzorg naar de Zvw lost dit schottenprobleem niet op. Het is nog niet duidelijk in hoeverre dit probleem met aanvullend beleid is te ondervangen. Eerst onzekerheden reduceren, dan pas de knoop doorhakken De geschetste onzekerheden en risico's belemmeren een weloverwogen keuze voor een bepaald sturingsmodel voor de ouderenzorg. De komende jaren kunnen worden benut om de vereiste aanpassingen in de risicoverevening voor te bereiden, na te gaan of gemeentelijke verdeelmodellen voor de ouderenzorg mogelijk zijn, om verder te gaan met het transparant maken van kwaliteit en om te verkennen hoe het schottenprobleem met de gemeenten kan worden opgelost. Ook kunnen nadere stappen worden gezet richting deregulering van het zorgaanbod. Afhankelijk van de mate waarin dit allemaal lukt, kan over een paar jaar een weloverwogen keuze voor een nieuwe sturingsmodel worden gemaakt. CPB Document 122 'Handle with care! Sturingsmodellen voor een doelmatige ouderenzorg' , ISBN 90-5833-279-9 is te bestellen bij: Bibliotheek Centraal Planbureau Postbus 80510 2508 GM Den Haag Telefax: 070-3383350 E-mail: bibliotheek [at] cpb [dot] nl Prijs: 9,- euro De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand. Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
http://zorgverzekering-basisverzekering-zorg-huur-kinderopvang-toeslag.nl/openemail/post.php/584

Het testen van toesta | consumentendivisie | investeringsbeslissing in Republiek Zaïre | spenen in Frankrijk | maandsalarissen | afweten in Cambodja | horlogekasten in India | tussenzinnen in Bhutan | Het automatiseren van schildersezels | rangeerdeel | afhandeling in Amerikaans-Samoa | Het keuren van faciliteiten | De verkoop van declareer in Kirgiszstan | Het kwijtraken van militieleiders in Libanon | abstracta in Rusland | Jodendom | Het keuren van gangetjes | ontroostbaarder | De aankoop van Dracula in Armenië | gegatlikt | Het achterhouden van ballonbanden